Notaris is bij overname van protocol niet aansprakelijk voor fouten voorganger

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: Kwaliteit dienstverlening    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 7388/10706

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De klager klaagt over het verzuim van de voorganger van de notaris om het beslag op een door de klager aangekochte pand door te halen. Bij verkoop bleek namelijk dat er toch een beslag op lag. De klager heeft het beslag door een andere notaris laten doorhalen en vordert deze kosten op de notaris in dit geschil. De notaris stelt dat het niet zo is dat een notaris die een protocol van een andere notaris overneemt, daardoor ook aansprakelijk is voor fouten van zijn voorganger. Hij acht zich dan ook niet aansprakelijk voor de kosten. De commissie oordeelt dat de enkele overname van het protocol niet betekent dat de notaris aansprakelijk is voor eventuele fouten van zijn voorganger. Overname van protocol brengt niet mee dat daardoor alle verplichtingen van de voorganger overgaan op de notaris die het protocol heeft overgenomen. De notaris hoeft de kosten dus niet te vergoeden.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Klager beklaagt zich erover dat de notaris heeft geweigerd om een beslag door te halen.

Standpunt van klager
Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De voorganger van de notaris heeft een door klager en drie anderen aangekocht pand blijkens de door hem opgestelde akte vrij van beslag geleverd. Bij de verkoop van het pand is gebleken dat er toch nog een beslag op lag.
Als opvolger van de betreffende notaris had de notaris deze fout moeten herstellen en het beslag kosteloos moeten doorhalen.

De notaris stelt zich ten onrechte op het standpunt dat hij hiertoe geen opdracht heeft ontvangen en bovendien niet meer kan vaststellen of zijn voorganger het beslag had moeten doorhalen of dat de deurwaarder dit had moeten doen. Evenmin is het naar de mening van klager relevant of de voorganger van de notaris al dan niet heeft beloofd om het beslag door te halen.

Klager heeft het beslag uiteindelijk laten doorhalen door een andere notaris. Hij verzoekt de commissie te bepalen dat de notaris de door hem daarvoor betaalde kosten van € 907,50 dient te vergoeden.

Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het is niet zo dat een notaris die een protocol overneemt daardoor aansprakelijk is voor eventuele fouten van zijn voorganger. In dit geval is (overigens) niet vastgesteld dat de voorganger van de notaris een fout heeft gemaakt. Als duidelijk was geweest dat de voorganger van de notaris zou hebben toegezegd dat hij – en niet de deurwaarder – het beslag zou doorhalen, dan zou de notaris bereid zijn geweest de doorhaling kosteloos te verrichten. Op basis van de beschikbare gegevens kon de notaris echter niet vaststellen of die toezegging is gedaan.

Klager heeft een andere notaris de opdracht gegeven om het beslag door te halen. De notaris acht zich niet aansprakelijk voor het daarvoor in rekening gebrachte – naar de mening van de notaris ongebruikelijk hoge – tarief.

De notaris doet voorts een beroep op onbevoegdheid van de commissie, omdat er geen sprake is van een geschil betreffende de totstandkoming en/of uitvoering van een opdracht (die door de notaris is aanvaard).

Beoordeling van het geschil
Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

Voordat de commissie over kan gaan tot een inhoudelijke beoordeling van de klacht, dient eerst op het beroep op onbevoegdheid van de notaris te worden gereageerd. Nu de notaris dit beroep pas heeft gedaan nadat hij eerst materieel verweer heeft gevoerd, zal de commissie dit – als zijnde tardief – passeren.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting staat vast dat klager klaagt over het verzuim van de voorganger van de notaris om het beslag op het door klager aangekochte pand door te halen. Vast staat voorts dat de notaris het protocol van deze voorganger heeft overgenomen. Klager is van mening dat de notaris uit dien hoofde aansprakelijk is voor de door hem gemaakte kosten om het beslag alsnog te laten doorhalen.

Echter, naar het oordeel van de commissie betekent de enkele overname van het protocol niet dat de notaris aansprakelijk is voor eventuele fouten van zijn voorganger. Immers, overname van dat protocol brengt niet mee dat daardoor alle (rechten en) verplichtingen van de voorganger overgaan op de notaris die dat protocol heeft overgenomen. Reeds om die reden kan niet worden gezegd dat de notaris niet heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris en moet de klacht ongegrond worden verklaard. De door klager verzochte (schade)vergoeding zal dan ook worden afgewezen.

Nu de klacht van klager ongegrond wordt verklaard, is het naar het oordeel van de commissie gerechtvaardigd dat het klachtengeld voor rekening van klager komt. Klager heeft het klachtengeld reeds voldaan, zodat de commissie daarover niet meer hoeft te beslissen.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft – naar het oordeel van de commissie – geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart zich bevoegd om van het geschil kennis te nemen;

– verklaart de klacht van klager ongegrond en wijst het door hem verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. J. van der Groen, voorzitter, de heer mr. R.J. Holtman en mevrouw drs. P.C. Hoogeveen – de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, plaatsvervangend secretaris, op 4 december 2019.