Notaris mocht recherchekosten niet in rekening van verkoper woning brengen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: Kosten    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 124212

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil gaat over de vraag of de notaris aan de klager, de verkoper van de woning, kosten in rekening had mogen brengen voor het recherchewerk ná het overhandigen van de Verklaring van Erfrecht. De commissie legt uit dat de kosten voor recherche naar de beschikkingsbevoegdheid van de verkoper in principe ook onder de clausule kosten koper vallen, tenzij sprake is van uitzonderlijke extra werkzaamheden. De notaris had de recherchekosten niet in rekening van de klager mogen brengen. De klacht is gegrond.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Notariaat (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 28 augustus 2019 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben gebruik gemaakt van de gelegenheid hun standpunten nader mondeling toe te lichten. Klager werd ter zitting vergezeld door de heer [naam].

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de door de notaris in rekening gebrachte kosten.

Standpunt van klager
Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt de klacht op het volgende neer.

De klager heeft met zijn echtgenote in 2000 gezamenlijk een woning gekocht. In 2012 is de echtgenote van klager overleden en krachtens testament zijn alle zaken aan klager toebedeeld.

Op 9 november 2018 heeft klager zijn woning verkocht. Aan de door de koper aangewezen notaris heeft klager alle relevante stukken, waaronder het testament van zijn echtgenote en de verklaring van erfrecht overhandigd. De notaris heeft de akte van levering ter uitvoering van de koopovereenkomst gepasseerd.

De klacht van de klager ziet op het bedrag van € 151,25 (inclusief btw) dat de notaris bij klager in rekening heeft gebracht met de omschrijving: werkzaamheden nalatenschap zonder notariële akte van verdeling. Deze werkzaamheden zouden hebben bestaan uit opvraging en beoordeling van stukken, controle CTR en/of welk testament.

Klager is van mening dat de notaris ten eerste deze werkzaamheden niet had behoeven uit te voeren aangezien hij de beschikking had over de verklaring van erfrecht en voorts, indien de notaris deze extra werkzaamheden terecht heeft uitgevoerd, hij de kosten hiervan ten laste had moeten brengen van de koper. Immers, in de koopovereenkomst is vastgelegd dat de kosten van de akte voor rekening van de koper zijn.

Klager verzoekt de commissie te bepalen dat het aan klager in rekening gebrachte bedrag van € 151,25 niet terecht is en de notaris dit bedrag dient terug te betalen.

Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het verweer op het volgende neer.

De notaris is van mening dat hij de kosten voor het uitzoeken van de vererving in rekening mag brengen bij de verkoper, aangezien op de notaris de plicht rust om in het kader van de rechtszekerheid eventuele complicaties bij een woningoverdracht die optreden bij vererving, beslag e.d. uit te zoeken. De opdracht hiervoor vloeit voort uit de koopakte en de verkoper dient deze kosten te dragen.

Voorts acht de notaris de hoogte van het bedrag van € 151,25 (inclusief BTW) voor deze extra werkzaamheden reëel, zelfs in het geval de verkoper een verklaring van erfrecht overhandigt. Immers, de verklaring van erfrecht dient te worden gelezen, geagendeerd, verwerkt en gecontroleerd vóór de leveringsakte opgesteld kan worden.

De notaris verzoekt de klacht van klager ongegrond te verklaren en het door hem verzochte af te wijzen.

Beoordeling van het geschil
Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Kern van het geschil betreft de vraag of de notaris aan de klager kosten in rekening had mogen brengen voor het recherchewerk ná het overhandigen van de Verklaring van Erfrecht. Uit de overgelegde nota van afrekening van 24 januari 2019 blijkt dat de notaris aan klager € 151,25 (inclusief BTW) in rekening heeft gebracht voor: ‘werkzaamheden nalatenschap zonder notariële akte van verdeling’.

De commissie stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat in de koopovereenkomst is opgenomen dat de levering zou plaatsvinden ‘kosten koper’.

De notaris is ingevolge zijn ambt verplicht, alvorens tot het passeren van de akte van levering van een onroerend goed over te gaan, onderzoek te verrichten naar de beschikkingsbevoegdheid van de verkoper. De kosten voor recherche naar de beschikkingsbevoegdheid van de verkoper vallen in principe ook onder de clausule kosten koper, tenzij sprake is van uitzonderlijke extra werkzaamheden, die in redelijkheid niet ten laste van de koper kunnen worden gebracht. Het in het onderhavige geval uitgevoerde onderzoek, te weten het doornemen van de akte van erfrecht en testament, heeft naar het oordeel van de commissie geen uitzonderlijke extra werkzaamheden van de notaris vereist en moeten geacht worden te vallen onder de gebruikelijke handelingen die binnen het bereik van de in de koopovereenkomst genoemde ‘kosten koper’ vallen.

Gelet op het voorgaande heeft de notaris naar het oordeel van de commissie niet gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. De commissie acht de klacht van klager gegrond en zal het door hem verzochte toewijzen.

Nu de klacht van klager gegrond wordt verklaard, is het naar het oordeel van de commissie gerechtvaardigd dat het klachtengeld voor rekening van de notaris komt.

Voor zover de door partijen ieder voor zich aangevoerde argumenten of klachten niet zijn besproken, kan daarvan worden afgezien, omdat deze niet tot een andere beslissing kunnen leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

  • verklaart de klacht van de klager gegrond;
  • bepaalt dat de notaris een bedrag van € 151,25 aan klager dient te vergoeden;
  • bepaalt dat de notaris het betaalde klachtengeld ad € 77,50 aan klager dient te vergoeden;
  • bepaalt dat de notaris overeenkomstig het reglement van de commissie aan de commissie een bedrag verschuldigd is als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil.

De commissie wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat bestaande uit de heer mr. J. van der Groen,  voorzitter, mevrouw drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk en de heer mr. R.J. Holtman, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. A. Rademaker-Neleman, plaatsvervangend secretaris.