Ondernemer aansprakelijk voor beschadiging schip tijdens storm; beroep op overmacht verworpen.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: HISWA Voorwaarden Bemiddeling Vaartuigen    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT97.015

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De consument heeft aan de ondernemer opdracht verstrekt tot verkoop van zijn Van Wijk Braassem Kruiser 830. Het schip is beschadigd tijdens de storm van 7 juni 1997. De consument stelt de ondernemer aansprakelijk .   De consument heeft de klacht op 10 juni 1997 mondeling en op 31 oktober 1997 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.   De consument heeft in verband met dit geschil een bedrag van f 351,50 niet betaald. Dit bedrag is overeenkomstig het Reglement bij de Commissie in depot gestort.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak:
Het schip van de consument is beschadigd tijdens de storm van 7 juni 1997. Het schip lag ter verkoop in de haven van de ondernemer. Op de wal stonden twee stalen casco’s van Wibo zeiljachten op twee houten balken op hun kiel zonder voldoende ondersteuning. De jachten zijn omgewaaid en hebben het schip van de consument beschadigd.   Ter zitting gaf de consument aan dat het schip met zijn dooskiel op twee houten planken lag en dat het schip ondersteund werd met enkelvoudige steunpalen die onder de stootrand aangrepen. Er zaten geen extra latten aan deze steunpalen. De twee Wibo’s hebben drie dagen op het schip van de consument gelegen; de consument had vernomen dat de verzekering de situatie wilde beoordelen. Het betreurt de consument dat de ondernemer, bij wie hij 25 jaar geleden zijn schip had gekocht en bij wie hij al die jaren zijn boot heeft gestald, niet bereid was om aan een oplossing mee te werken. Zij het dat de ondernemer pas onwillig werd toen het hem was gebleken dat de verzekering van de ondernemer niet genegen was de schade te vergoeden.   Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak:   De ondernemer geeft aan dat de twee Wibo’s al gedurende anderhalf jaar op houten bokken staan en al diverse stormen hebben doorstaan. Het stallen en steunen m.b.v. houten bokken wordt door de ondernemer vanaf het begin van zijn Wibo-tijd – 1933 – zonder problemen toegepast. De storm met windkracht twaalf moet als overmacht worden beschouwd.   De ondernemer weerspreekt dat de casco’s niet geschoord waren. Door zijn kielvorm – een dooskiel- is het mogelijk een Wibo op zijn kiel te plaatsen. Balken geplaatst onder de kiel beschermen het staal tegen beschadigingen bij contact met de grond en zorgen er voor dat er geen vocht blijft staan tussen kiel en grond. De Wibo’s worden tegen omvallen behoed door speciale Wibo-schoren, waarvan er vier tegen de romp worden geplaatst. Zonder deze schoren zou het schip om kunnen vallen ook als er haast geen wind staat. Op de werf zijn ca. 2200 Wibo’s gebouwd en het systeem van ondersteunen werkte altijd perfekt.   De ondernemer beroept zich op de HISWA-voorwaarden; de ondernemer is niet aansprakelijk omdat de schade niet aan hem kan worden toegerekend.   Deskundigenrapport

De door de Commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Volgens aanwijzing en mededeling bleek bij onderzoek te Woubrugge aan de inmiddels weer rechtop geplaatste twee stalen casco’s, type Wibo 930, afmetingen respectievelijk 9,30 x 2,94 x 1,10 meter en 9,30 x 2,94 x 1,38 meter, bouwjaar beiden 1993, het navolgende:   Volgens opgave stonden deze op 7 juni 1997 op het jachthaventerrein van de ondernemer opgesteld in verband met verkoop. Beide casco’s stonden naast elkaar met een hoek van circa 45% ten opzichte van de kade waarlangs de motorkruiser "Louise-Maria" afgemeerd lag. De "Louise-Maria" lag in de insteekhaven in verkoop bij de ondernemer. Het jachthaventerrein waar de casco’s stonden is voorzien van een deugdelijke vlakke betonnen vloer. Van verzakkingen of iets dergelijks is niets gebleken. Volgens opgave zijn na het ongeval de twee casco’s tijdelijk in stalen bokken (bootstoelen) geplaatst geweest. Bij onze opname stelden wij vast dat de casco’s weliswaar verplaatst doch nog steeds op hetzelfde jachthaventerrein te koop stonden met als ondersteuning tegen omvallen vier houten steunpoten (door de werf Wibo-poten genoemd). Deze Wibo-poten bestaan uit een vurenhouten grondplaat, afmetingen 60 x 20 x 3 cm met hierop aangebracht een vurenhouten hoofdstut (balk 8 x 5 x 100 cm) en twee vurenhouten schoren, elk circa 8 x 2 x 90 cm. De verbindingen bestonden uit stalen nagels. Met behulp van houten keggen en stophout waren deze Wibo-poten onder het vlak (knikspant romp) klemgezet. De vier houten Wibo-poten waren met vurenhouten latten en nagels tegen loswerken en verschuiven met elkaar verbonden. De stalen casco’s stonden met de stalen dooskiel op deugdelijke vurenhouten blokken van respectievelijk 9/27 cm hoog. Hoewel het gebruikte vurenhout sporen van verwering vertoonde is van houtrot, waardoor deze verzwakt zouden kunnen zijn, niets gebleken. Volgens opgave zou vòòr het omvallen van de casco’s gebruik zijn gemaakt van soortgelijke Wibo-poten. De deskundige geeft aan dat de consument opmerkte dat er toen naar zijn mening minder verbindingslatten tussen de vier Wibo-poten waren aangebracht als thans het geval was. Of dit het geval was geweest kon men zich bij de ondernemer niet meer herinneren. De ondernemer deelde voorts mede dat zij al 30 jaar lang deze houten Wibo-poten als ondersteuning van de door hen gebouwde Wibo-zeiljachten gebruiken en hierbij nimmer een vaartuig is omgewaaid.   Bij onderzoek aan de twee stalen casco’s stelden wij vast dat deze op enkele plaatsen lakbeschadigingen vertoonden die het gevolg kunnen zijn geweest van het omvallen tegen de "Louise-Maria" op 7 juni 1997 hetgeen door partijen bevestigd werd.   Oorzaak   Bij navraag bij het KNMI bleek dat er op 7 juni 1997, omstreeks 14.00 uur, boven de omgeving van Leiden, Woubrugge en Aalsmeer, een extreem zware onweersbui is geweest waarbij windstoten zijn gemeten met een snelheid van meer dan 120 kilometer per uur (windkracht 12 op de schaal van Beaufort). De windrichting was voornamelijk zuidwest. Bij deze windrichting is het desbetreffende jachthaventerrein, dat aan een breed vaarwater ligt, onbeschut en stonden beide zeiljachtcasco’s dwars op de wind. Door de extreme windbelasting dwars op de casco’s zijn naar alle waarschijnlijkheid de houten keggen tussen de romp en de bovenzijde van de Wibo-poten losgewerkt en de stalen nagels van de verbindingslatten losgekomen. Vervolgens is eerst het meest westelijke casco omgevallen tegen het hiernaast geplaatste casco en beide casco’s tegen de schuin hierachter afgemeerd liggende motorkruiser "Louise-Maria" gevallen. Ook is het niet onmogelijk dat door de extreme windstoten en de windvang het meest westelijke casco samen met de Wibo-poten is gekanteld. De Wibo-poten stonden bij onze opname 85 cm uit het hart van het schip geplaatst hetgeen onder normale omstandigheden bij een dergelijk kaal casco zonder mast voldoende is. De gebruikte houten onderstoppingen zullen onder normale omstandigheden voldoende ondersteuning tegen omvallen geven. Zouden de casco’s voor de onweersbui in bredere stalen jukken zijn gezet, dan zou er vermoedelijk niets zijn gebeurd en hadden de casco’s de storm doorstaan. Dat de casco’s alleen op balken stonden zonder te zijn geschoord, kan naar onze mening niet juist zijn. Gelet op de situatie ter plekke is het alleszins aannemelijk dat er gebruik gemaakt is geweest van de speciaal voor deze vaartuigen vervaardigde Wibo-poten die wel elk twee schoren hebben.   Het is ons bekend dat tijdens deze onweersbui met extreme windstoten op het nabij gelegen Braassemermeer diverse kieljachten zijn omgeslagen waarbij iemand verdronken is. Ook elders is er door deze bui veel materiële schade ontstaan.   Omvang van de schade   Volgens mededeling was de navolgende schade aan de "Louise-Maria" ontstaan:   Aan BB voorschip de stalen buis zeereling inclusief twee aangelaste scepters naar binnen gedrukt en ontzet alsmede de witte lak beschadigd. Van het stalen stuurhutdak was de BB voorzijde over het overstekende deel omlaag gedrukt en geplooid en de witte lak beschadigd.   Schadebedrag   Van de consument vernamen wij dat hij de schade had laten begroten Jachtwerf Nieuwe Haven te Woubrugge en deze sloot op een bedrag van f 4.500,– inclusief BTW. De ondernemer deelde hierop desgevraagd mede dat hij, zonder enige verbintenis ten aanzien van de schuldvraag en/of aansprakelijkheid, zich hiermee kon verenigen.   Beoordeling van het geschil   De Commissie heeft het volgende overwogen:   De Commissie ziet zich geplaatst voor de vraag of de ondernemer zich met vrucht op overmacht kan beroepen. De Commissie beantwoordt die vraag ontkennend. Voor een geslaagd beroep op overmacht is vereist dat het schadevoorval niet te voorzien zou zijn geweest en evenmin te voorkomen. Overmacht doet zich slechts in exceptionele omstandigheden voor. Daarvan is hier geen sprake. Storm is geen alledaags verschijnsel maar dat betekent nog niet dat daar in Nederland in het geheel geen rekening behoeft te worden gehouden, teminder nu het de Commissie ambtshalve bekend is dat het KNMI van tevoren gewaarschuwd heeft voor deze storm. Bovendien was het schadevoorval te voorkomen geweest indien de ondernemer deugdelijke stalen bokken had gebruikt, waartoe hij volgens de consument ook overgegaan is na de storm.   De Commissie acht aannemelijk geworden hetgeen de consument gesteld heeft over de wijze waarop de Wibo’s opgesteld stond, te weten met enkelvoudige steunpalen. Hieraan doet niet af dat de deskundige heeft vastgesteld dat er gebruik was gemaakt van Wibo-poten met enige onderlinge verbindingslatten. Het bezoek van de deskundige vond immers eerst geruime tijd na het schadevoorval plaats. De ondernemer was overigens niet ter zitting aanwezig en heeft dit dan ook niet weersproken. De Commissie wijst er overigens op dat het gebruik van enkelvoudige steunpalen de toets der kritiek van de Arbeidsinspectie niet kan doorstaan omdat deze methode niet zonder gevaar voor het personeel is.   De Commissie kent dan ook de consument een schadevergoeding toe van f 4500,– incl. BTW. Zulks overeenkomstig de bevindingen van de deskundige, die in zijn rapport aangeeft dat de ondernemer zich met dit bedrag kan verenigen en hetwelk niet door de consument wordt betwist.   De Commissie verrekent dit bedrag met het depotbedrag van f 351,50, dat de consument, naar hij ter zitting erkende, nog verschuldigd is aan advertentiekosten. Per saldo betaalt de ondernemer derhalve f 4.148,50.
  Op grond van het voorgaande is de Commissie van oordeel dat de klacht gegrond is en dat als volgt dient te worden beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van f 4.148,50. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien betaalt de ondernemer overeenkomstig het reglement van de Geschillencommissie Waterrecreatie aan de consument een bedrag van f 170,– en een bedrag van f 325,– aan de Commissie als bijdrage in de kosten van de behandeling van het geschil.   Het door de consument gedeponeerde bedrag van f 351,50 wordt aan hem gerestitueerd.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 27 maart 1998.