ondernemer gebonden aan offerte ondanks gedeeltelijke ontbinding

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Groen    Categorie: Prijs    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 120868

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 14 juli 2018 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst.  
De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot de aanleg van een tuin met bij levering van materialen tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 15.312,55 inclusief B.T.W.
Nadien is het contract ontbonden en is onenigheid ontstaan met betrekking tot het retourneren van de aanbetaling van de consument door de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft € 4.469,81 aanbetaald en een bedrag van € 3.082,04 terug ontvangen van de ondernemer. Volgens de consument heeft de ondernemer in zijn offerte een bedrag genoemd van
€ 125,– exclusief B.T.W. voor het transport van 3 betonnen buizen en vervolgens een bedrag opgegeven van € 775,– exclusief B.T.W. Voorts heeft de ondernemer in zijn offerte een bedrag genoemd van € 359,– exclusief B.T.W voor het leveren, plaatsen en afwerken van de buizen maar zijn de buizen alleen geleverd en niet meer geplaatst of afgewerkt door de ondernemer.
De consument heeft een bedrag van € 1.387,77 minder terug ontvangen van haar aanbetaling en vordert nog afgerond € 1.000,– van de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Volgens de ondernemer heeft hij van de architect van de consument opdracht gekregen de betonnen buizen op transport te stellen, hetgeen hij vervolgens ook heeft gedaan. De door de ondernemer ingeschakelde transporteur was een andere dan in zijn offerte genoemd en deze bracht € 775,– exclusief B.T.W. in rekening. Volgens de ondernemer was hij niet meer gebonden aan zijn offerte omdat de opdracht was geannuleerd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Anders dan de ondernemer veronderstelt, blijft hij gebonden aan hetgeen hij heeft geoffreerd voor zover het contract weliswaar is ontbonden maar wel gedeeltelijk is nagekomen. Dit betekent dat voor het vervoer van de betonnen buizen de consument uit mocht gaan van een prijs van € 125,– exclusief B.T.W. nu kennelijk geen andere afspraak is gemaakt en het enkele feit dat de ondernemer een andere transporteur heeft ingeschakeld niet ten nadele van de consument kan komen, temeer niet nu de ondernemer kennelijk niet heeft gewaarschuwd dat de kosten, om welke reden dan ook, hoger zouden uitvallen.
Nu de offerte van de ondernemer spreekt over het leveren en plaatsen van buizen en onweersproken is dat deze slechts zijn geleverd en niet meer geplaatst, dient de ondernemer deels te crediteren. Bij gebreke van toelichting kan de commissie niet bepalen in hoeverre creditering op zijn plaats zou zijn geweest. De vordering van de consument komt de commissie redelijk voor en derhalve zal de commissie ex aequo et bono bepalen dat de ondernemer gehouden is een creditnota te verstrekken van € 1.000,– inclusief B.T.W..
De klacht is gegrond.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de ondernemer aan de consument een creditnota van € 1.000,– dient te verstrekken.

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 1.000,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Groen, bestaande uit
mr W.G.M. Nannings, voorzitter,
mevrouw drs. W. Nienhuis en
de heer R. Ruijs, leden, op 23 januari 2019.