Ondernemer had zorgvuldiger moeten handelen voor het doen van melding Veilig Thuis.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 225157/237104

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In de kern stelt de consument dat de ondernemer onterecht een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan over de dochter van de consument. De ondernemer had de zorgen moeten bespreken met de ouders, alvorens een melding bij Veilig Thuis te doen. De ondernemer heeft dan ook volgens consument zeer onzorgvuldig gehandeld. De ondernemer stelt dat de melding bij Veilig Thuis zorgvuldig en professioneel is gedaan en de voorgeschreven stappen zijn doorlopen. De commissie oordeelt dat, gelet op de ernst van de melding, emotionele verwaarlozing/mishandeling van de dochter, en de impact die zo’n melding op de ouders en het kind, de ondernemer meer zorgvuldigheid had moeten betrachten voordat zij de melding bij Veilig Thuis deed. Het had in de rede gelegen dat de ondernemer een gesprek met de ouders aan zou gaan. Doordat geen gesprek heeft plaatsgevonden, wist de ondernemer niet dat het kind al hulp kreeg vanuit school. Het is goed dat de ondernemer alert was op de uitlatingen van een kind, maar zij had daarbij meer zorgvuldigheid moeten betrachten.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De melding van de ondernemer bij Veilig Thuis over de dochter van de consument.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat erop neer dat de ondernemer onterecht een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan over de dochter van de consument, [naam kind]. De consument voert hiertoe, voor zover relevant, het volgende aan.

De aanloop naar de melding bij Veilig Thuis

De locatie coördinator van de Buitenschoolse opvang van de ondernemer (hierna: de BSO) heeft de ouders van [naam kind] uitgenodigd voor een gesprek op 13 februari 2023. [naam kind] (leeftijd: 12) wordt op dat moment al jarenlang één middag in de week op de BSO opgevangen. Het onderwerp van het gesprek is vooraf niet kenbaar gemaakt aan de ouders. Bij de opening van het gesprek werd gelijk gezegd dat [naam kind] zelfmoord wilde plegen. [naam kind] had namelijk gezegd dat “ze er niet wil zijn”. De ouders zijn van deze mededeling ontzettend geschrokken. Het gesprek verliep naar de beleving van de moeder aanvallend. De ondernemer heeft vervolgens een verslag van het gesprek gemaakt waarin onwaarheden staan en het verslag zonder akkoord van de ouders doorgestuurd aan de schooldirecteur van [naam kind]. Dit is in strijd met de AVG. De ouders wilden het verslag aanvullen, maar hebben hier niet de kans voor gekregen. In april 2023 heeft [naam kind] aangegeven dat ze niet meer naar de BSO wilde, omdat ze geen aansluiting meer kon vinden met haar leeftijdsgenoten en haar vriendinnen niet meer naar de BSO gingen. Eind april 2023 heeft de consument dan ook de overeenkomst met de ondernemer opgezegd.

De melding bij Veilig Thuis

Op 9 mei 2023 krijgen de ouders van de locatie coördinator van de BSO te horen dat zij een melding heeft gedaan bij Veilig Thuis. In het rapport van de melding staan meerdere valse beschuldigingen, waaronder dat [naam kind] door de ouders emotioneel wordt verwaarloosd en mishandeld. Veilig Thuis heeft naar aanleiding van deze melding contact opgenomen met de ouders, alles besproken en vervolgens op 23 mei 2023 het dossier afgesloten.

Ervaring ouders en dochter door de melding bij Veilig Thuis

Het gesprek met de locatie coördinator, het door de ondernemer opgestelde gesprekverslag met onwaarheden en de melding bij Veilig Thuis hebben een grote impact gehad op de ouders en [naam kind]. De ondernemer heeft de melding bij Veilig Thuis slechts gedaan op basis van de uitspraak van [naam kind] dat “ze er niet wil zijn”. Ze bedoelt hier mee dat ze niet op school wil zijn wanneer ze gepest wordt. [naam kind] krijgt hiervoor al hulp vanuit school door de begeleiding van een maatschappelijk werker. Dit betekent niet dat [naam kind] zelfmoord wil plegen of dat de ouders haar emotioneel verwaarlozen/mishandelen. Er zijn ook geen aanwijzingen vanuit school dat [naam kind] zelfmoord wil plegen. Als de ondernemer zich echt zorgen maakte over [naam kind], dan had ze dit moeten bespreken met de ouders en [naam kind], voordat ze de melding deed. Zij heeft dat echter niet gedaan. De BSO heeft dan ook zeer onzorgvuldig gehandeld.

De consument heeft de klacht ingediend om te voorkomen dat andere ouders hetzelfde overkomen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat erop neer dat de melding bij Veilig Thuis zorgvuldig en professioneel door de ondernemer is gedaan.

De ondernemer heeft het stappenplan van de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gevolgd voordat zij de melding bij Veilig Thuis heeft gedaan. [naam kind] heeft aan verschillende pedagogisch medewerkers van de BSO uitlatingen gedaan met de strekking dat ze niet meer wil leven. De medewerkers van de BSO hebben hun signalen in kaart gebracht en deze signalen vervolgens besproken met de mentor en de moeder van [naam kind]. Het gesprek met de moeder heeft bij de ondernemer de indruk gewekt dat de moeder de uitlatingen van [naam kind] niet serieus neemt. Ook de vader, de consument, heeft al eens eerder op de opmerking van een medewerker dat [naam kind] niet lekker in haar vel zit door situaties in de klas geantwoord: “Tja, je moet haar eerst wel beter leren kennen he”. Volgens de ondernemer bagatelliseren de ouders de ernst van de situatie en doen zij [naam kind] tekort. Door het opzeggen van de overeenkomst door de ouders op 30 april 2023 dreigde [naam kind] uit het zicht te raken. De ondernemer maakte zich hierdoor nog meer zorgen over [naam kind]. Daarbij komt dat na meerdere pogingen nog geen afspraak tussen de ondernemer, de ouders en de school tot stand was gekomen. Er is daarom intern nogmaals overleg geweest over [naam kind]. Tijdens dat overleg is besloten melding te doen bij Veilig Thuis.

De ondernemer staat nog steeds achter het besluit om de melding bij Veilig Thuis te doen, gelet op de ernst van de uitlatingen van [naam kind], het bagatelliseren van die uitlatingen door de ouders en de beëindiging van de opvangovereenkomst na het moment dat de ouders met de situatie zijn geconfronteerd. De term “emotionele verwaarlozing” is een gebruikelijke term in het licht van de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, waar zowel zware als lichte gevallen onder vallen. Het was niet de bedoeling met de melding een stempel te drukken op het ouderschap van de ouders. De ondernemer heeft enkel het oogmerk gehad in het belang van [naam kind] te handelen, zodat ze de juiste hulp krijgt.

Beoordeling van het geschil

Inleiding

De dochter van de consument, [naam kind], werd tot mei 2023 één middag in de week opgevangen op de BSO. Op 10 mei 2023 heeft de locatie coördinator van de BSO, [naam], een melding gedaan bij Veilig Thuis. In de melding staat (onder meer) dat [naam kind] te maken heeft met emotionele verwaarlozing/mishandeling.

De consument heeft ter zitting aangegeven dat zijn klacht, kort gezegd, erop neerkomt dat de ondernemer onterecht de melding heeft gedaan bij Veilig Thuis.

Vooropgesteld wordt dat het niet aan de commissie is om te oordelen of de uitlatingen van [naam kind] voldoende grond waren om een melding bij Veilig Thuis te doen. De commissie zal echter wel de vraag beantwoorden of de BSO, als professionele ondernemer, zorgvuldig is omgegaan met de situatie.

Door de overheid is de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling opgesteld. De Meldcode helpt professionals met het signaleren en handelen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Kinderopvangorganisaties, zoals de ondernemer, zijn verplicht een meldcode vast te stellen en te gebruiken op grond van de Wet Kinderopvang die in ieder geval uit de volgende stappen bestaat:

Stap 1: In kaart brengen van signalen.

Stap 2: Overleggen met een collega (eventueel Veilig Thuis raadplegen van of een deskundige op het gebied van letselduiding).

Stap 3: Gesprek met de betrokkene(n).

Stap 4: Wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. Bij twijfel altijd Veilig Thuis raadplegen.

Stap 5: Beslissen over melden en/of hulp organiseren.

Gelet op de ernst van de melding, emotionele verwaarlozing/mishandeling van de dochter, en de impact die zo’n melding op de ouders en het kind hebben, is de commissie van oordeel dat de ondernemer meer zorgvuldigheid had moeten betrachten voordat zij de melding bij Veilig Thuis deed. De ondernemer heeft ter zitting aangegeven dat zij niet wist dat [naam kind] op school al met een maatschappelijk werker een traject was begonnen om haar hulp te bieden met betrekking tot het pesten. Als de ondernemer dit wist, dan had zij de melding wellicht niet gedaan, aldus de ondernemer. Met het oog hierop heeft de commissie de ondernemer gevraagd waarom zij niet met de ouders en [naam kind] in gesprek is gegaan over de situatie. De ondernemer heeft hierop gereageerd dat zij wel van plan was om in gesprek te gaan met de ouders, [naam kind] en de school, maar dat de coach van de school, maar beperkte beschikbaarheid had voor dat gesprek. Gelet op stap 3 van de Meldcode en de vermoedens die de ondernemer op dat moment had, had het op de weg van de ondernemer gelegen het gesprek met de ouders en [naam kind] aan te gaan zonder de coach. De moeder vraagt in een Whatsappbericht van 6 april 2023 ook of het nodig is dat de coach aanschuift bij het gesprek. Doordat dit gesprek niet heeft plaatsgevonden, wist de ondernemer niet dat [naam kind] al hulp kreeg vanuit school. Het is goed dat de ondernemer alert was op de uitlatingen van [naam kind], maar zij had meer zorgvuldigheid moeten betrachten, voordat zij de melding deed bij Veilig Thuis gezien de grote impact die de melding heeft op de ouders en het kind.

De conclusie uit het voorgaande is dat de klacht gegrond wordt verklaard.

Klachtengeld

Nu de klacht van de consument gegrond wordt verklaard, dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie het door de consument betaalde klachtengeld te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

–             verklaart de klacht gegrond;

–             bepaalt dat de ondernemer aan de consument vergoedt het door de consument betaalde klachtgeld van € 25,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw drs. J.W. Rutjens MPA, de heer drs. H. Grachten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, secretaris, op 13 februari 2024.