Ondernemer heeft bewust het schadeverleden van de auto eenverzwegen.. Een dergelijke omvangrijke schade is een waarde drukkende factor. Ontbinding is gerechtvaardigd.

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Informatie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE08-0208

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 29 november 2007 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte [merk en type], tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 8.000,– .   De levering vond plaats op of omstreeks 1 december 2007.   De consument heeft op 21 januari 2008 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Vanaf het moment van de aankoop heeft de auto van de consument diverse technische problemen gehad. Deze problemen zijn inmiddels door de ondernemer verholpen. De ondernemer is echter niet bereid de na de aankoop door de consument geconstateerde schade aan de rechterdorpel te herstellen. Deze schade kwam aan het licht bij een inspectie van de auto door een [merk dealer] op 21 januari 2008. De consument heeft bij de aankoop uitdrukkelijk aan de verkoper gevraagd of de auto schade had. De verkoper gaf aan dat dit niet het geval was. Het standpunt van de ondernemer in de brief aan de BOVAG van 13 februari 2008 dat de auto met een beschadiging aan de dorpel is verkocht en dat consument bij de aankoop wetenschap van de schade heeft gehad en dat daarmee met de prijs van de auto rekening is gehouden is in strijd met de waarheid. Het voorstel van de ondernemer om de deuk te herstellen en 50% van de reparatiekosten voor haar rekening te nemen is voor de consument niet acceptabel.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De consument verlangt dat de schade kosteloos wordt hersteld. Bij de aankoop is niet over de schade gesproken. Op de koopovereenkomst staat daarover niets vermeld. De schade had door de ondernemer aan hem moeten worden meegedeeld. Voor een leek is de schade niet goed zichtbaar. De schade kwam aan het licht toen de auto bij een inspectie door een [merk dealer] op een brug werd gezet. De consument heeft uitdrukkelijk gevraagd of de auto schade had en heeft daarmee voldaan aan zijn onderzoeksplicht. De auto kan niet worden ingeruild zonder de schade te melden. De consument heeft voor de aankoop geen proefrit met de auto gemaakt. Hij vertrouwde naar zijn zeggen op de BOVAG-garantie.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument is niet-ontvankelijk in zijn klacht aangezien hij de in artikel 10 van de BOVAG-voorwaarden opgenomen termijn van 6 weken heeft overschreden. De klacht is door de consument op 29 april 2008 bij de commissie aanhangig gemaakt, terwijl het bemiddelingsbureau van de BOVAG bij brief van 6 maart 2008 heeft laten weten dat de bemiddeling niet tot een oplossing zal leiden. De termijn van 6 weken is aldus overschreden.   Van een gebrek is geen sprake. Een deuk in een dorpel staat aan het gewone gebruik van de auto niet in de weg. De auto was ten tijde van de verkoop meer dan 7 jaar oud. Een deuk is een oneffenheid welke niet ongewoon is voor een auto van die leeftijd. In het kader van de verstrekte garantie komen alleen die gebreken voor kosteloos herstel in aanmerking die ten tijde van de verkoop niet waarneembaar waren. De consument heeft de auto uitgebreid in de showroom kunnen bekijken. De consument had de deuk kunnen waarnemen. De consument heeft de auto gekocht zoals door hem is gezien in de showroom. Het is niet de taak van de ondernemer om de consument op een kras of een deuk te wijzen aangezien het een feit van algemene bekendheid is dat een auto van meer dan 7 jaar oud een kras of deuk kan hebben. De ondernemer betwist dat de consument zou hebben gevraagd of de auto ernstige schade heeft gehad. Ook als dat wel zou zijn besproken dan is geen sprake van ernstige schade.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De schade was al aanwezig toen de auto in de showroom van de ondernemer stond. De schade is niet aan de consument gemeld. De consument had de schade zelf kunnen constateren. Als het al een gebrek is, is het puur visueel. Het is een klein gebrek. Het door de ondernemer gedane voorstel om te herstellen tegen de helft van de kosten is gebaseerd op schadeherstel door of in opdracht van de ondernemer. De ondernemer is niet bereid om tot kosteloos herstel over te gaan.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.   De schade is licht zichtbaar als men naar de auto kijkt. De dorpel is iets omhoog gekomen ter hoogte van het achterportier Je moet het wel weten dat je hier in eerste instantie makkelijk overheen kan kijken. Gaan wij de auto op de brug bekijken, dan zien we duidelijk een lange forse deuk in de dorpel en omhoog gedrukt (eerder opgemerkt). De opstaande rand van de bodemplaat is nauwelijks of niet beschadigd. Dergelijke deuken ziet men vaak als men over een laag obstakel (paaltje) tijdens een parkeermanoeuvre bijvoorbeeld, heeft gereden Technisch is deze schade niet van belang, heeft geen enkele invloed op de verkeersveiligheid, water lekken of iets dergelijks. Het is puur een visuele kwestie, die – ontegenzeggelijk – aanwezig is.   Herstel is technisch mogelijk.   In de bijgevoegde [calculatie] zijn gedetailleerd de reparatiekosten weergegeven. Een complete dorpel vervangen was ook een optie geweest, maar ik heb gekozen voor deze werkmethode, leeftijd, hak en breekwerk speelden in deze overweging mee! Indien men repareert, dan moet men het wel goed doen.   Indien herstel uitgevoerd wordt, dan adviseer ik dit ten sterkste bij een gespecialiseerd FOCWA bedrijf te doen van de hoogste categorie.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie stelt om te beginnen vast dat de ondernemer ter zitting het beroep op de niet-ontvankelijkheid van de consument niet meer heeft gevoerd en beschouwt dat verweer derhalve als ingetrokken.   De kern van het onderhavige geschil spitst zich toe op de vraag of de schade door de ondernemer aan de consument had behoren te worden gemeld, dan wel dat schade ten tijde van de koop zodanig waarneembaar was dat de aanwezigheid van de schade, gelet op de op de consument rustende onderzoeksverplichting, voor rekening van de consument komt. Inmiddels staat vast dat de ondernemer ten tijde van de verkoop met de schade bekend was en dat deze schade door haar niet aan de consument is gemeld. Ook staat vast dat de consument de onderhavige schade ten tijde van de verkoop niet heeft waargenomen. Hieruit volgt dat de onderhavige schade niet bij de onderhandelingen over de aankoop is meegenomen en geen prijsdrukkende factor is geweest. Uit het rapport van door de commissie ingeschakelde deskundige blijkt dat de schade zich voornamelijk onder de auto bevindt en dat over de aan de buitenzijde van de auto wel zichtbare schade gemakkelijk kan worden heengekeken.   Gelet op het bovenstaande is de commissie van oordeel dat van de ondernemer mocht worden verwacht dat door haar ten tijde van de verkoop melding van de onderhavige schade, waarmee voor het herstel een bedrag van € 1.425,91 is gemoeid, aan de consument zou worden gedaan.   De kwestie of de consument ten tijde van de verkoop naar het schadeverleden heeft gevraagd kan derhalve buiten beschouwing worden gelaten aangezien de commissie van oordeel is dat in deze de informatieverplichting van de ondernemer behoort te prevaleren boven de onderzoeksverplichting van de consument.   De commissie gaat voorbij aan het verzoek van de consument om het schadeherstel niet door de ondernemer te laten uitvoeren. Niet is gebleken dat de ondernemer daartoe niet in staat is en het is ook redelijk om nu de ondernemer zal worden veroordeeld om tot herstel van de schade over te gaan deze de mogelijkheid te bieden het herstel goed, maar ook zo goedkoop mogelijk te laten uitvoeren.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer heeft de keuze tussen het op eigen kosten herstellen van de dorpel zoals is vermeld in het rapport van de door de commissie ingeschakelde deskundige of het betalen van een vergoeding aan de consument ten bedrage van € 1.400,–.   De ondernemer bepaalt zijn keuze binnen 14 dagen na de verzenddatum van dit bindend advies en handelt overeenkomstig die keuze binnen 2 weken nadien.   Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 112,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 445,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 2 oktober 2008.