Ondernemer mag tariefswijziging energie doorvoeren, maar aankondiging was niet tijdig

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 135923/14006

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt over de door de ondernemer op 27 oktober 2021 aangekondigde wijziging van de variabele tarieven van gas en elektra per 1 november 2021. De consument vindt deze tussentijdse wijziging in strijd met gemaakte afspraken dat er alleen op twee vaste momenten in het jaar een tariefswijziging is. De consument maakt ook bezwaar tegen de zeer korte termijn tussen de aankondiging en de datum van doorvoeren van de wijziging. De ondernemer stelt dat hij de bevoegdheid heeft om tussentijds een tariefswijziging door te voeren. Volgens de ondernemer is er gezien de snelle en extreme marktontwikkelingen een tijdige aankondiging gedaan. De commissie oordeelt dat de ondernemer op grond van de algemene voorwaarden en de productvoorwaarden variabel bevoegd was om de tariefsverhoging door te voeren. Het stond de ondernemer vrij deze tariefswijziging door te voeren. Echter, de aankondiging van de wijziging is niet op tijd gedaan. Vijf kalenderdagen tussen de aankondiging en de ingangsdatum is onredelijk. De ondernemer moest een ruimere termijn aanhouden, namelijk 30 dagen. De klacht is gedeeltelijk gegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de aankondiging van een tussentijdse tarievenwijziging van gas en elektriciteit door de ondernemer aan de consument.

De consument heeft de klacht aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 31 augustus 2021 ontving de consument een bericht van de ondernemer dat zij op 1 oktober 2021 een contract met flexibele tarieven krijgt aangeboden. Op 27 oktober 2021 ontving de consument een bericht van de ondernemer met de aankondiging dat de (variabele) tarieven tussentijds en wel per 1 november 2021 worden gewijzigd. De consument is het daarmee niet eens. Op grond van de voorwaarden mag een wijziging van de tarieven slechts plaatsvinden op 1 januari en 1 juli van het betreffende jaar. Gelet op de door de ondernemer doorgevoerde wijziging betaalt de consument voor de maanden november en december 2021 een hoger tarief. Ook is de tariefswijziging niet tenminste 10 kalenderdagen van te voren kenbaar gemaakt.

De consument verlangt dat de ondernemer voor de maanden november en december 2021 de tarieven in rekening brengt van het contract met variabele prijzen dat op 1 oktober 2021 is ingegaan.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Tussen partijen bestond vanaf 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021 een leveringsovereenkomst voor gas en elektra voor een bepaalde tijd met vaste tarieven. De consument heeft deze overeenkomst niet verlengd en is niet overgestapt naar een andere leverancier, zodat zij per 1 oktober 2021 is overgegaan naar een contract met variabele tarieven. Dit is op 31 augustus 2021 aan de consument medegedeeld. Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden, (AV), en de Productvoorwaarden Variabel, (PV), van de ondernemer van toepassing. De PV zijn meer specifiek en hebben voorrang boven de AV.

De consument verlangt dat de oude tarieven worden toegepast op de maanden november en december 2021. De ondernemer beroept zich voor de bevoegdheid om de variabele tarieven tussentijds te veranderen op artikel 19 AV, meer in het bijzonder op artikel 19 lid 3 AV en artikel 7 van de PV. Beide regelingen dienen tezamen te worden gelezen.

In zowel artikel 19 lid 3 AV als artikel 7 PV wordt als mogelijke reden voor een tariefwijziging genoemd de ontwikkelingen op de markt voor elektriciteit of gas. Het zijn ook dergelijke (extreme) marktontwikkelingen geweest die de ondernemer heeft genoodzaakt de tarieven per 1 november 2021 te wijzigen.

De stelling in de stukken van de consument dat de ondernemer haar niet tenminste 10 dagen van te voren heeft geïnformeerd over de tariefwijziging is niet opgenomen in haar klacht bij de commissie en derhalve niet relevant voor de beoordeling van de klacht door de commissie. Voor de volledigheid merkt de ondernemer op dat de termijn van 10 kalenderdagen uit gaat van een verkeerde lezing van de AV. Een dergelijke termijn geldt op grond van artikel 19 lid 2 AV slechts bij inhoudelijke wijzigingen van de AV. Bij tariefwijzingen geldt artikel 19 lid 4 AV en geldt slechts dat sprake moet zijn van een “tijdige” aankondiging. In het licht van de zeer snelle en extreme marktontwikkelingen in deze periode dient een aankondiging van 27 oktober 2021 dat de prijzen op 1 november 2021 worden verhoogd als tijdig.

De door de ondernemer gehanteerde mogelijkheid tot tussentijdse wijziging van de variabele tarieven bij extreme marktontwikkelingen is een gebruikelijke voorwaarde. De ACM houdt daarop toezicht en heeft daarover geen op- of aanmerkingen gemaakt. Ook houdt de ACM toezicht op de vraag of de tarieven van de ondernemer redelijk zijn. De ACM heeft de tariefwijziging per 1 oktober 2021 in het licht van de Gaswet en de Elektriciteitswet getoetst en geen actie daartegen ondernomen. Hieruit kan worden afgeleid dat de ACM de tarieven als niet onredelijk aanmerkt.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak klaagt de consument over de te door de ondernemer op 27 oktober 2021 aangekondigde wijziging van de variabele tarieven van gas en elektra per 1 november 2021. De consument acht deze tussentijdse wijziging in de strijd met de gemaakte afspraken die slechts voorzien in een tariefwijziging op 1 januari en 1 februari van het betreffende jaar. Ook blijkt uit de stukken dat de consument bezwaar maakt tegen de termijn tussen de aankondiging van het voornemen om de prijzen te wijzigen en de datum waarop de wijziging wordt geëffectueerd. Er is sprake van een termijn van slechts 5 kalenderdagen.

De consument stelt zich op het standpunt dat de tarieven eerst per 1 januari 2021 had kunnen worden gewijzigd en dat zij aldus over november en december ten onrechte hogere tarieven heeft moeten betalen.

De commissie is van mening dat anders dan de consument stelt de ondernemer op grond van de AV en de PV bevoegd was om de onderhavige tariefsverhoging door te voeren. Daarbij maakt de commissie de kanttekening dat van een beroep op artikel 19 lid 3 AV geen sprake kan zijn nu geen sprake is van een afspraak van partijen over de onderhavige eenzijdig door de ondernemer doorgevoerde tariefwijziging. Ook is de commissie niet gebleken dat de ondernemer de tariefwijziging niet heeft gemeld bij de ACM, noch dat de ACM tegen de wijziging bezwaren heeft gehad.

Kortom, het stond de ondernemer dus vrij deze tariefwijziging door te voeren.

De tijdigheid van de aankondiging.
Hoewel het bezwaar van de consument tegen de tijdigheid van de aankondiging niet in haar melding van de klacht bij de commissie is beschreven, komt dat bezwaar wel voor in de stukken die aan de commissie ter beschikking zijn gesteld en vormt dit bezwaar aldus een onderdeel van de klacht en is niet aan te merken als een nieuwe of een aanvullende klacht.

Om die reden zal de commissie ook over deze kwestie een beslissing geven.

De commissie is van mening dat de aankondiging van de tariefwijziging niet tijdig is gedaan en dat een tijdspanne van 5 kalenderdagen tussen aankondiging en ingangsdatum als onredelijk en niet tijdig moet worden aangemerkt. Naar het oordeel van de commissie ziet de in artikel 19 lid 4 van de AV genoemde termijn van 10 kalenderdagen op een andere situatie dan die waarin dit geschil op ziet. De onderhavige aankondiging van de ondernemer brengt mee dat de consument zich ampel dient te betraden of hij akkoord gaat met de tariefwijziging, een ander contract met de ondernemer wil aangaan dan wel wil overstappen naar een andere leverancier.

De ondernemer dient bij een dergelijke aankondiging dient dan ook een ruime termijn in acht te nemen. Een termijn die qua lengte gelijk dient te worden gesteld, met de voor de opzegging van een contract voor de consument geldende termijn van 30 dagen. Ook wordt daarmee voorkomen dat de consument bij ontstentenis, afwezigheid, vakantie en dergelijke geen redelijke mogelijkheid wordt geboden om al dan niet in de wijziging te berusten.

Het voorgaande brengt mee dat de klacht van de consument gedeeltelijk gegrond is en de ondernemer gehouden is over de maand november 2021 – alsnog – de eerder overeengekomen variabele tarieven in rekening te brengen en eerst vanaf 1 december 2021 de wijziging van de tarieven mag doorvoeren.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing
De ondernemer handelt zoals hiervoor is overwogen en voert de daartoe benodigde correctie uit.

De commissie wijst het meer of anders verzochte af.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld ad € 52,50 aan de consument te vergoeden.

Overeenkomstig het regelement van de commissie zal aan de ondernemer een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, H.W. Zuur en R.A. Timmer, leden, op 11 maart 2022.