Ondernemer mocht erop vertrouwen dat overeengekomen prijs conform wensen consument was, ook al is gesproken over inruilpremie (Haviltexformule)

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Prijs    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE07-0183

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil   Het geschil vloeit voort uit een op 31 oktober 2006 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst.   De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een nieuwe Renault, type Scenic 1.6 16V, tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 29.252,25; na inruil € 22.000,–.   De aflevering vond plaats op of omstreeks 5 februari 2007.   De consument heeft op 6 februari 2007 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt – voorzover hier nog van belang – in hoofdzaak als volgt.   De consument ontving in oktober 2006 een folder van de ondernemer met de aanbieding van gratis winterbanden en een extra inruilpremie van € 1.500,– bij de aankoop van een nieuwe Scenic. Gelet hierop is de consument overgegaan tot de aankoop van een nieuwe Scenic.   De waarde van de in te ruilen auto, een Scenic van bouwjaar 2000 werd in overleg met de verkoper vastgesteld op € 7.252,25. Dit komt overeen met de bedragen die de consument van een Volvo dealer en een VW dealer te horen had gekregen.   Hierbij is met de extra inruilpremie geen rekening gehouden. Gelet op de omstandigheid dat de aanbieding dreigde af te lopen is het de consument bij het opmaken van de koopovereenkomst ontgaan dat de extra inruilpremie niet was vermeld.   Op de uiteindelijke factuur van 31 januari 2007 staat als inruilwaarde een bedrag van € 5.000,– vermeld. Op de factuur van 31 januari 2007 staat wel een korting van € 2.252,25 vermeld. Die korting heeft de consument niet ontvangen. Volgens de consument is sprake van misleiding.   De verkoper van de ondernemer heeft de consument bij diens eerste bezoek verteld dat van de extra inruilpremie een bedrag van € 1.000,– door Renault wordt voldaan en een bedrag van € 500,– ten laste van de ondernemer komt.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Slechts bij ons eerste bezoek aan de ondernemer is over de extra inruilpremie gesproken. Als gevolg van de misleidende wijze waarop de koopovereenkomst van 31 oktober 2006 is opgemaakt waarbij een inruilwaarde van € 7.252,25 staat vermeld en niet zoals op de factuur van 31 januari 2007 van € 5.000,– is het de consument ontgaan dat de extra inruilpremie niet was meegenomen. Een inruilwaarde van € 5.000,– zou hem immers meteen zijn opgevallen. De ondernemer heeft niet te goeder trouw gehandeld door gebruik te maken van de vergeetachtigheid van de 80-jarige consument.   Gelet op de tijdsdruk zijn we die € 1.500,– vergeten. We hebben nu een absurd lage inruilprijs voor onze auto gehad. De in te ruilen auto was zeker € 7.000,– waard. Ook al zou de aanwezige schade daarbij worden betrokken. Voor die € 5.000,– had ik de auto ook wel willen kopen.   De consument verlangt dat hem alsnog een bedrag van € 1.500,– door de ondernemer wordt betaald.   Standpunt van de ondernemer   De ondernemer heeft de consument wel degelijk over de inruilpremie van € 1.500,– geïnformeerd.   Inclusief verkapte korting hebben wij de inruilpremie in mindering gebracht op de inruilprijs. De verdeling van de inruilprijs in een bedrag voor aankoop en een bedrag aan korting is conform de koopovereenkomst.   De ondernemer heeft gehandeld overeenkomstig de door beide partijen getekende koopovereenkomst van 31 oktober 2006.   Ter zitting heeft de ondernemer – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Het is niet relevant wat een andere dealer voor de auto zou hebben willen betalen bij een inruil. Wij zijn met de consument een door hem bij te betalen bedrag van € 22.000,– overeengekomen. De aan de consument gegeven korting staat op de factuur.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Tussen partijen is in geschil of de ondernemer bij het sluiten van de koopovereenkomst van 31 oktober 2006 al dan niet rekening heeft gehouden met de extra inruilpremie van € 1.500,– in het kader van een actie die afliep op dag van het sluiten van de overeenkomst.   Partijen erkennen dat zij over de betreffende inruilactie hebben gesproken. Hieraan doet niet af dat partijen op de dag dat de overeenkomst werd gesloten daarover niet meer hebben gesproken.   Gelet hierop hoefde de ondernemer dan ook bij het vastleggen de tussen partijen gemaakte afspraken, die onder meer inhielden dat door de consument na inruil van zijn oude auto een bedrag van € 20.000,– zou moeten worden bijbetaald, niet apart melding te maken van de extra korting en kon hij naar het oordeel van de commissie volstaan met de vermelding van de inruilprijs.   De consument klaagt er achteraf over dat de ondernemer hem zou hebben misleid bij het totstandkomen van de onderhavige overeenkomst aangezien hij pas op de factuur van 31 januari 2007 de werkelijke inruilprijs en de gegeven korting heeft vermeld.   De klacht van de consument moet worden verworpen. Het moge weliswaar zo zijn dat de bedragen die op de koopovereenkomst staan vermeld anders zijn dan die op de te betalen factuur staan vermeld, maar een en ander heeft geen gevolg voor de door de consument te verrichten bijbetaling die in beide gevallen € 22.000,– bedraagt.   De commissie is voorts van mening dat het op de weg van de consument had gelegen om ter gelegenheid van het sluiten van de overeenkomst expliciet aan de ondernemer te vragen of deze de actievoorwaarden wel juist had toegepast. De consument geeft toe dat hij dat inderdaad is vergeten maar wijt dat aan de tijdsdruk en zijn vergeetachtigheid gelet op zijn leeftijd. Beide omstandigheden kunnen echter naar het oordeel van de commissie niet aan de ondernemer worden toegerekend.   Evenmin is door de consument gesteld of anderszins gebleken dat de ondernemer hem onder druk heeft gezet om de onderhavige overeenkomst te tekenen.   Voorzover in de stellingen van de consument moet worden gelezen dat de handelwijze van de ondernemer naar maatstaven ven redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is overweegt de commissie het volgende. In de rechtspraak van de civiele overheidsrechter is bij de uitleg van overeenkomsten de zogenaamde Haviltex formule tot ontwikkeling gekomen. De toepassing van deze formule brengt mee dat bij de uitleg van hetgeen partijen zijn overeengekomen niet alleen de letterlijke bewoordingen van het contract bepalend zijn maar ook hetgeen partijen gelet op de gegeven omstandigheden in redelijkheid van elkaar mochten verwachten. In casu brengt de toepassing van deze wijze van interpreteren van een schriftelijke overeenkomst naar het oordeel van de commissie niet mee dat het voor de ondernemer bij het sluiten van het contract duidelijk had moeten zijn dat de consument de extra inruilpremie was vergeten ter discussie te stellen. De ondernemer wist immers dat de consument juist met het oog op de lopende actie geïnteresseerd was in de aanschaf van een nieuwe auto en mocht derhalve uit de onvoorwaardelijke acceptatie door de consument van zijn inruilvoorstel en het door de consument als gevolg daarvan bij te betalen bedrag ervan uitgaan dat het aldus overeengekomen bedrag overeenstemde met de wensen van de consument.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door de consument verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 9 mei 2007.