Ondernemer moet defecte beeldscherm van laptop kosteloos herstellen of laptop geheel vervangen

  • Home >>
  • Elektro >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Elektro    Categorie: (non)conformiteit / Reparatie    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 37501/42835

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

Het beeldscherm van de laptop van de consument toont na 2,5 jaar gebreken en moet vervangen worden. De ondernemer beroept zich op de bijbetalingsregeling van Techniek Nederland, wat inhoudt dat het redelijk is dat de consument een gedeelte meebetaalt aan de reparatiekosten als de laptop buiten de garantie is, maar binnen de economische levensduur valt en er een essentieel onderdeel vervangen moet worden. De consument is het hier niet mee eens, omdat de laptop non-conform is en wil een kosteloze reparatie. Volgens de commissie heeft de consument een non-conforme laptop gekregen. Omdat er binnen de door de consument te verwachten levensduur een productiefout is ontstaan, heeft de consument recht op kosteloos herstel of kosteloze vervanging van de laptop. De ondernemer heeft dus de keuze tussen het herstellen van het beeldscherm van de laptop of het leveren van een nieuwe laptop. De ondernemer moet de consument binnen een maand op de hoogte stellen van de keuze. De klacht is gegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 19 december 2017 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een Apple MacBook Pro 2018 tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 1.379,–.

De levering vond plaats op of omstreeks 19 december 2017.

Het geschil betreft de vraag of het geleverde product voldoet aan de eisen, die de consument er aan mag stellen.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In april 2020 zag de consument dat op het beeldscherm van de laptop horizontale zwarte lijnen zichtbaar zijn. Naar aanleiding daarvan heeft hij de laptop aan de ondernemer aangeboden voor diagnose en reparatie.

De ondernemer heeft de consument op 22 april 2020 laten weten dat de kosten voor reparatie/vervanging beeldscherm € 700,13 zullen bedragen en dat hiervan € 525,10 voor rekening van de consument zou komen.

Naar aanleiding daarvan heeft de consument om informatie gevraagd. De ondernemer heeft daarop aan de consument meegedeeld, dat het probleem opgelost zal zijn bij vervanging van het beeldscherm. Indien een product buiten garantie is, maar binnen de economische levensduur valt en er een essentieel onderdeel vervangen moet worden, dan is het volgens de ondernemer redelijk dat de consument een gedeelte meebetaalt aan de reparatiekosten.

Als de consument geen reparatiekosten wil betalen zou hij er ook voor kunnen kiezen de koop te ontbinden, waarbij hij de restwaarde van € 344,75 zou ontvangen.

De consument heeft aangegeven dat hij het niet eens is met een eigen bijdrage, omdat het product non-conform is. Bovendien zou volgens de consument de te verwachten levensduur niet relevant zijn, maar de technische levensduur.

Volgens de consument hoefde hij geen rekening te houden met een defect beeldscherm binnen tweeënhalf jaar na aankoop. Daarom dient de ondernemer de laptop zonder kosten en binnen een redelijke termijn te repareren of te vervangen.

De consument verlangt kosteloos herstel of vervanging van de laptop.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op het moment van de melding van het defect was de MacBook 27 maanden in gebruik. Bij de berekening van de reparatiekosten van een product met een gemiddelde gebruiksduurverwachting van twee jaar of meer sluit de ondernemer zich aan bij de richtlijn van de brancheorganisatie Techniek Nederland, die is opgesteld in afstemming met de ACM.

Daarnaast is het hanteren van een gebruiksduurverwachting gebruikelijk binnen de consumentenelektronicamarkt. Op grond van deze ‘UNETO-VNI Tabel met gemiddelde gebruiksduurverwachtingen’ bedraagt de te verwachten gebruiksduur van een laptop met een aanschafwaarde van € 300,– of meer 36 maanden.

Volgens de consument mag een langere levensduur worden verwacht van de MacBook. Dat onderbouwt hij echter niet met specifieke, op dit product van toepassing zijnde bewijsmiddelen. De ondernemer is het er dan ook niet mee eens.

De bijbetalingsregeling van Techniek Nederland, waaraan de ondernemer zich conformeert, geldt ook in geval van non-conformiteit. De display is een essentieel onderdeel van de MacBook. Uitvoering van de reparatie zal de levensduur van de MacBook verlengen. Daarnaast heeft de MacBook 27 maanden naar behoren gefunctioneerd. Hierdoor is een bijdrage door de consument in de reparatiekosten gerechtvaardigd.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De klacht van de consument betreft het beeldscherm van de laptop van de consument. De ondernemer geeft daaromtrent aan dat een beeldscherm als een essentieel onderdeel van de Macbook te beschouwen is.

De commissie is op de hoogte met de oorspronkelijk door Uneto-VNI ontwikkelde lijst van de te verwachten gebruiksduur van apparaten. De commissie onderschrijft deze tabel in het algemeen. Op grond van de betreffende tabel is de te verwachten levensduur van een laptop in de prijsklasse waarover het hier gaat (tenminste) drie jaar. De consument heeft de laptop in december 2017 aangeschaft, het gebrek manifesteerde zich in april 2020, derhalve minder dan drie jaar na aanschaf van de laptop.

De productiefout heeft zich derhalve binnen de door de consument te verwachten levensduur gemanifesteerd. Daarmee staat vast dat het apparaat niet beantwoordt aan de overeenkomst, het apparaat bezit niet de eigenschappen die de consument op grond van de overeenkomst mocht verwachten, die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan zij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.

Uitgangspunt van de Europese consumentenrichtlijn is dat bij non-conformiteit door een ondernemer aan een consument geen kosten in rekening gebracht mogen worden voor het alsnog nakomen. (Zie hierover bijvoorbeeld Prof. Dr. M.B.M. Loos, Monografieen BW B65b, Consumentenkoop vierde druk 2019, pg 85 en 86). Dit uitgangspunt is door het Hof van Justitie EU bevestigd in het zogeheten Quelle-arrest, waarin het hof overweegt (overwegingen 33 en 34):

Zowel uit de tekst als uit de relevante voorstukken van de richtlijn blijkt dus dat voor de gemeenschapswetgever de kosteloosheid van het in overeenstemming brengen van het goed door de verkoper een wezenlijk element van de door deze richtlijn aan de consument verleende bescherming is.

Deze op de verkoper rustende verplichting om het goed kosteloos in overeenstemming te brengen, hetzij in de vorm van herstel hetzij in de vorm van vervanging van het niet-conforme goed, beoogt de consument te beschermen tegen het risico van financiële lasten, dat, zoals de advocaat-generaal in punt 49 van haar conclusie heeft opgemerkt, hem zonder die bescherming ervan zou kunnen weerhouden zijn rechten geldend te maken. Op grond van deze door de gemeenschapswetgever gewilde kosteloosheid moet worden uitgesloten dat de verkoper financiële aanspraken geldend maakt in het kader van de nakoming van zijn verplichting om het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft, in overeenstemming te brengen.

En verder (overweging 41):

Ingeval de verkoper een niet-conform goed levert, voert hij de verbintenis die hij bij de verkoopovereenkomst is aangegaan, niet correct uit en moet hij dus opkomen voor de gevolgen van de slechte uitvoering van die verbintenis. Dat de consument, die de verkoopprijs heeft betaald en zijn contractuele verbintenis dus correct heeft uitgevoerd, een nieuw goed ontvangt ter vervanging van het niet-conforme goed, levert geen ongerechtvaardigde verrijking op. Hij ontvangt slechts met vertraging een goed dat in overeenstemming is met de bepalingen van de overeenkomst, een goed dat hij van meet af aan had moeten ontvangen.

De wettelijke bepalingen die betrekking hebben op non-conformiteit zijn voor consumentenkoop-overeenkomsten van dwingend recht. Dat betekent dat contractspartijen daar niet van kunnen afwijken en dat ook de gedragscode van een branchevereniging de wettelijke regels niet opzij kan zetten.

De consument heeft een product geleverd gekregen dat niet voldoet aan de er aan te stellen eisen. De consument zou voor het verstrijken van de verwachte economische levensduur kosten moeten maken om een productiefout te laten herstellen. Dat zou in strijd zijn met de geldende bepalingen in het consumentenrecht.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

De consument heeft recht op kosteloos herstel of kosteloze vervanging van het geleverde apparaat, ter keuze van de ondernemer.
Het staat partijen vrij om in afwijking daarvan een afspraak te maken over levering van een nieuwer model laptop onder verrekening van een eventueel prijsverschil. De commissie staat daar echter buiten
In verband met de actuele maatschappelijke beperkingen zal de commissie ruime termijnen bepalen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer voert de volgende werkzaamheden uit:

De ondernemer heeft de keuze tussen herstel van de aan de consument geleverde laptop door vervanging van het beeldscherm of het leveren van een laptop zoals oorspronkelijk overeengekomen.

De ondernemer bepaalt zijn keuze en deelt deze aan de consument mee binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies en handelt overeenkomstig die keuze binnen twee maanden nadien.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 87,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro, bestaande uit mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, P.A. Frank en mr. P.B. Vos, leden, op 11 december 2020.