Ondernemer verantwoordelijk voor waterschade aan vloer consument door verkeerde aansluiting waterafvoer

  • Home >>
  • Elektro >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Elektro    Categorie: Schadevergoeding / Waterschade    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 18281/32043

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De bij de ondernemer gekochte wasmachine werd bezorgd en aangesloten door een door de ondernemer ingeschakelde derde. Tijdens het aansluiten van de wasmachine is de waterafvoer incorrect aangesloten. Als gevolg hiervan is de waterafvoer van een net nieuwe vaatwasser geblokkeerd en stroomde liters water over de keukenvloer van de consument. De consument wil de waterschade aan de vloer vergoed krijgen door de ondernemer. De ondernemer betwijfeld of de schade op hem betrokken kan worden en of dit niet een fout van de vaatwasser installateur is geweest. Ook heeft de consument volgens de ondernemer niet aan zijn schadebeperkingsplicht voldaan door de vaatwasser nog drie keer te laten draaien. De commissie wijst er op dat de ondernemer in de contractuele relatie met de consument verantwoordelijk is en blijft voor de personen waarvan zij zich bedient. De commissie oordeelt dus dat de ondernemer verantwoordelijk is voor de derde partij die de wasmachine aangesloten heeft.  De commissie oordeelt dat de waterschade aan de keukenvloer een gevolg is van de onjuiste aansluiting en dat dit een ernstige beginnersfout is geweest. De ondernemer moet de schade en rechtsbijstand van de consument betalen. De klacht is ten dele gegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 7 augustus 2019 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren en installeren van een wasmachine tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 944,–.

De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks die datum.

De consument heeft op 9 augustus 2019 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De bij de ondernemer gekochte wasmachine werd bezorgd en aangesloten door een daartoe door de ondernemer ingeschakelde derde. De klacht betreft een onjuiste aansluiting van deze wasmachine op de afvoer waardoor – zoals even later bleek – de daarop aangesloten afvoer van de (ook die dag door een ander bedrijf geleverde) vaatwasser geblokkeerd werd en liters water over de keukenvloer liepen. Bij een andere ondernemer is namelijk een nieuwe vaatwasser gekocht. Toen ook deze lekte kwam men er achter dat de afvoer van de wasmachine verkeerd aangesloten was: de afvoerslang van de wasmachine zat namelijk veel te ver in de afvoerbuis. Hierdoor is schade aan de keukenvloer ontstaan. De klacht werd tot op heden niet tot tevredenheid afgehandeld. De installatie van de wasmachine is niet uitgevoerd conform de voorschriften van de fabrikant. Inmiddels heeft de consument dit in eigen beheer nog op de dag van aflevering aan laten passen.

De vloer in de keuken (laminaat met ondervloer) moet worden vervangen, waarvoor de consument een offerte van € 400,56 heeft ontvangen en in het geding gebracht. Voorts heeft de consument juridische bijstand ingeschakeld waarvoor hij € 353,93 inclusief BTW heeft betaald.

De consument verlangt de ondernemer te verplichten tot betaling aan hem van € 400,– “voor de geleden schade en vergoeding van de kosten van de juridische en administratieve bijstand.”.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 8 augustus 2019 is de wasmachine bij de consument geleverd en aangesloten door de door de ondernemer ingeschakelde vervoerder. Na de eerste waterschade heeft de consument deze wasmachine naar eigen zeggen vervolgens nog 3 keer gebruikt waarbij opnieuw waterschade is ontstaan. De consument heeft ons of onze vervoerder toen niet in de gelegenheid gesteld de foutieve aansluiting te bekijken en te herstellen. De aansluiting is hersteld door derden en is daarom niet meer te controleren. Ditzelfde geldt voor de naar zeggen toen opgetreden schade aan de vloer. Daarbij komt dat er die dag kennelijk nog een levering door een andere ondernemer heeft plaatsgevonden van een vaatwasser die door die derden is geïnstalleerd op hetzelfde afvoerkanaal. Gezien de bovengenoemde feiten is de aansprakelijkheid van de ondernemer en de hoogte van de schade niet meer te achterhalen.

De consument is uit coulance – en dus onverplicht – een aanbod gedaan zonder erkenning van aansprakelijkheid en tegen finale kwijting, te weten door het aanbieden van een vergoeding van € 400,–. Dat aanbod is niet geaccepteerd en vervallen.

De ondernemer bestrijdt dus dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming (art. 6:74 lid 1 Burgerlijk Wetboek). Voor zover de commissie oordeelt dat de ondernemer de wasmachine foutief heeft aangesloten, geldt het volgende. Uit de foto van de schade aan de vloer blijkt dat drie laminaatplanken zijn beschadigd. Niet blijkt uit de door de consument overgelegde stukken waarom de gehele laminaatvloer van 8.8 m2 moet worden vervangen. De ondernemer bestrijdt dat dit nodig is en stelt dat slechts de betreffende drie planken moeten worden vervangen. De consument heeft na de eerste constatering van het ontstaan van lekkage de apparaten op een dergelijke wijze gebruikt dat daardoor de vloer nog driemaal is ondergelopen. Door deze onzorgvuldige handelwijze heeft de consument niet voldaan aan zijn schadebeperkingsplicht (zie ook art. 14.6 van de ‘Algemene voorwaarden (versie 15-10-2018)’, bijlage 3). De consument had na het constateren direct contact moeten opnemen met de ondernemer zodat door een deskundige onderzoek naar de oorzaak kon worden uitgevoerd. In plaats hiervan is de consument de apparatuur zelf blijven testen, waardoor de vloer in totaal viermaal is ondergelopen. Op grond van art. 6:101 lid 1 BW dient de vergoedingsplicht van de ondernemer – zo die al kan worden vastgesteld – in evenredigheid te worden verminderd.

In de van toepassing zijnde Algemene voorwaarden (versie 15-10-2018) is in art. 14.1 opgenomen: “Indirecte schade, gevolgschade, bedrijfsschade, vertragingsschade, inkomensschade (…) zijn van vergoeding uitgesloten (…)”. Voor zover de gevorderde kosten al voor vergoeding in aanmerking zouden komen, wat de ondernemer betwist, zijn deze dus door middel van algemene voorwaarden van vergoeding uitgesloten. Voor zover de commissie oordeelt dat deze uitsluiting op grond van de algemene voorwaarden niet van toepassing is, geldt zoals gezegd het volgende. De schade staat bovendien niet vast en de hoogte daarvan wordt betwist.

De klacht van de consument is ongegrond is en het gevorderde moet worden afgewezen.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Er is geen reden gebleken om te twijfelen aan de beschrijving van de feitelijke toedracht, zoals die door de consument is gegeven, zodat de commissie daarvan heeft uit te gaan.

De commissie begrijpt daaruit dat bij het zich voordoen van de eerste lekkages/overstromingen uit de afvoer, door de consument nog niet de link is gelegd met het aansluiten van de wasmachine op de afvoer, als oorzaak daarvan. Eerst later op de dag is dat duidelijk geworden en is het euvel snel en eenvoudig verholpen door de toen (voor de installatie van de vaatwasser) aanwezige derden/installateurs, en kennelijk door de slang van de waterafvoer van deze wasmachine minder diep te laten steken in de afvoer zodat het afvoerwater wel afgevoerd kon worden en niet overstroomde door verstopping in de afvoer.

Aldus beschouwd wordt ook duidelijk dat de consument niet bij wijze van verweer het verwijt is te maken dat de ondernemer niet meteen is verwittigd van het euvel/de lekkage. Eerst later is de ondernemer door de consument aansprakelijk gesteld, doch dit ter zake de gestelde verplichting om gevolgschade te vergoeden aan de consument.

Er is naar het oordeel van de commissie onvoldoende reden om te twijfelen aan de juistheid van de stelling van de consument dat de laminaatvloer (inclusief ondervloer) integraal vervangen moet worden. De in het geding gebrachte foto is duidelijk, en laminaat laat zich nu eenmaal slecht plaatselijk repareren vanwege daarbij optredende schade aan de contactkanten van het laminaat. De in het geding gebrachte offerte gaat ook uit van vervanging van de gehele vloer ter plaatse, 8,8 m2. De commissie oordeelt die offerte passend en is van oordeel dat het daarop vermelde bedrag – € 400,56 – zich leent voor toewijzing als schadevergoeding.

Op de gestelde exoneratie kan de ondernemer zich niet bij wijze van verweer beroepen omdat bij het aansluiten van deze wasmachine sprake is geweest van grove schuld, door de afvoerslang van de wasmachine zover in de afvoer aan te brengen dat deze daardoor aan de uitstroomkant wordt afgesloten. Dit oogt als een ernstige beginnersfout. De redelijkheid en billijkheid staan in een dergelijk geval in de weg aan een beroep op dit exoneratiebeding, nog daargelaten of dat beding inderdaad van toepassing is op de rechtsverhouding van partijen. De ondernemer is en blijft in de contractuele relatie met de consument verantwoordelijk voor de (hulp) personen waarvan zij zich bedient.

Artikel 22 van het reglement van de commissie bepaalt dat de door partijen ter zake van de behandeling van een geschil gemaakte kosten voor eigen rekening hebben te nemen. Dit behoudens een bijzonder geval, dat hier naar het oordeel van de commissie niet aan de orde is. De kosten van rechtsbijstand en advies kunnen dan ook niet op deze wijze als schade worden verhaald op de wederpartij.

Nu de consument deels in het gelijk is gesteld is de ondernemer op basis van het reglement van de commissie gehouden het klachtengeld te voldoen aan de consument.

Tevens is de ondernemer op basis van dat reglement gehouden om behandelingskosten te betalen aan het secretariaat van de commissie, welke kosten bij afzonderlijke factuur in rekening zullen worden gebracht.

De slotsom luidt dan ook dat in na te melden zin moet worden beslist.

Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument bij wijze van schadevergoeding voormeld bedrag van € 400,56. Betaling van dat bedrag dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Overeenkomstig het reglement van de commissie dient de ondernemer een bedrag van € 87,50 te vergoeden aan de consument voor klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie de behandelingskosten verschuldigd.

Het meer of anders verzochte moet worden afgewezen

Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro, bestaande uit mr. M. L. J. Koopmans, voorzitter, drs. P. C. Hoogeveen – de Klerk en drs. H. H. F. M. van den Oever, leden, op 10 augustus 2020.