ondernemer vergoed het aankoopbedrag tijdens de procedure. klacht ongegrond

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Webshop    Categorie: Ondeugdelijke levering / (non-)conformiteit    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 117870

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het functioneren van de door de consument voor een bedrag van € 50,95 op 26 maart 2018 bij de ondernemer aangeschafte trolley.

De consument heeft op 2 april 2018 de klacht schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft de trolley gedurende één korte reis van 4 dagen gebruikt, uitsluitend op normale wijze. Bij terugkomst zat er een scheur in het harde plastic. De consument heeft de koffer geretourneerd maar de ondernemer heeft het aankoopbedrag niet willen terugbetalen. Die beroept zich op foto’s waarop de consument haar koffer niet herkent en waarop de door haar gerapporteerde scheur ook niet te zien is.

De consument stelt zich op het standpunt dat haar een ondeugdelijk product is geleverd en wil dat de koop wordt ontbonden.

Nadat de ondernemer alsnog had aangeboden het aankoopbedrag terug te betalen heeft de consument laten weten hiermee geen genoegen te nemen, doch ook de door haar in het geschil gemaakte kosten vergoed te willen zien. Zij eist daarnaast nu ook rente en een boete. Zij beklaagt zich voorts nog over de wijze waarop de ondernemer haar heeft behandeld.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De retour gezonden koffer was gedurende het gebruik door de consument dermate beschadigd dat de ondernemer hem niet kon terugnemen.

Nadat de consument deze procedure had opgestart heeft de ondernemer besloten het aankoopbedrag toch terug te betalen. Desondanks wil de consument de procedure voortzetten. Zij gaat hiermee naar de mening van de ondernemer voorbij aan de naar verhouding geringe omvang van het aankoopbedrag.

De ondernemer heeft gedaan wat binnen zijn vermogen lag. De klacht dient derhalve ongegrond te worden verklaard.

Ter zitting heeft de ondernemer toegevoegd dat hij had gehoopt dat de kwestie door het terugbetalen van het aankoopbedrag zou zijn afgedaan. Hij wil nu echt een streep onder het geheel.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Een consument mag bij aankoop van een artikel verwachten dat dit voor normaal gebruik geschikt is. Van een trolley mag worden verwacht dat deze tegen een stootje kan.

De consument heeft gesteld dat de trolley niet aan verwachtingen beantwoordt omdat deze na één korte reis al is gescheurd. Daarom heeft ze de trolley retour gestuurd. De ondernemer heeft die retourzending niet willen accepteren.

De foto’s die door hem ter ondersteuning van dit standpunt zijn meegezonden geven te zien dat de wieltjes van de trolley slijtage vertonen. De ondernemer stelt dat dit komt doordat de consument niet op normale wijze gebruik heeft gemaakt van de trolley. De consument heeft niet betwist dat zij verantwoordelijk is voor de gebruikssporen, maar stelt dat deze door normaal gebruik zijn opgetreden. Ook voert zij aan dat zij de koffer op de foto’s niet herkent als de hare. Zij ziet in elk geval niet de door haar geconstateerde scheur terug. Zij heeft deze stellingen niet nader onderbouwd.

Wie hierin het gelijk aan zijn of haar zijde heeft kan in het midden blijven. De ondernemer heeft immers alsnog de aankoopprijs gerestitueerd. De trolley heeft de consument mogen behouden.

Hiermee zijn de gronden aan de klacht van de consument komen te ontvallen. De kosten die zij stelt te hebben gemaakt om haar recht te halen zijn in de onderhavige procedure niet toewijsbaar. Hetzelfde geldt voor de door haar nader gevorderde rente en boete.

De klacht is ongegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Webshop, bestaande uit
mr C.H. van Breevoort-de Bruin, voorzitter,
mr P. Rijpstra en mr. J.M. Sier, leden, op 14 augustus 2018