Ondernemer vraagt vier maanden vergoeding van ouder die annuleert voor start opvang

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Opzeggen en annuleren    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2017- 112290

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De algemene voorwaarden en het contract van de ondernemer behandelen de voorwaarden rondom opzeggen. Gezien de zeer kleinschalige aard van de opvang is het begrijpelijk dat de ondernemer een bepaalde termijn aanhoudt als mensen opzeggen, om de bedrijfsvoering niet in gevaar te brengen. Echter, annuleren is iets anders dan opzeggen. Onder ‘‘annuleren’ verstaat de commissie het opzeggen van het contract voordat de opvang is gestart, zoals hier het geval is. Daarover staat niets in de voorwaarden. De commissie beslist in redelijkheid en billijkheid dat de consument slechts een maand kinderopvang hoeft te betalen.

De consument klaagt, kort samengevat, erover dat de ondernemer na annulering van de overeenkomst voordat het contract is ingegaan, vier maanden opvang in rekening wil brengen.

De consument heeft de klacht op 8 augustus 2017 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst zou de consument met ingang van 14 augustus 2017 gebruik maken van dagopvang bij de ondernemer voor haar dochtertje voor drie dagen per week.

Op verzoek van de consument is de ondernemer akkoord gegaan met de latere ingangsdatum
1 september 2017 omdat de consument nog geen werk had gevonden en zonder baan geen toeslag voor kinderopvang ontving. Na het tekenen van het contract was er geen goede communicatie en was de ondernemer onbereikbaar. De directrice heeft zich onredelijk gedragen en een dreigende houding aangenomen. Omdat de consument ook nog geen werk had gevonden, heeft zij de overeenkomst die op 1 september 2017 zou ingaan, op 8 augustus 2017 geannuleerd. Na het aangeven van de wens te annuleren verlangde de ondernemer betaling van vier maanden kinderopvang. Volgens de consument bedraagt deze vordering viermaal de factuur van een volledig afgenomen maand ten bedrage van
€ 1.136,86, zijnde in totaal € 4.547,44. In het contract is volgens de consument echter niets over annulering vermeld.

De consument stelt voor dat zij de overeenkomst kosteloos mag annuleren, dan wel met oplegging van een vergoeding die de commissie redelijk acht.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft de ondernemer op vrijdag 28 april 2017 benaderd omdat zij op zoek was naar een kinderdagverblijf voor haar dochter. Op 1 mei 2017 heeft de consument een rondleiding gehad in het kinderdagverblijf van de ondernemer. Op 8 mei 2017 wilde de consument nog een rondleiding. De ondernemer heeft daarbij al haar vragen beantwoord. Aangezien de familie twee rondleidingen heeft gehad, konden zij al hun vragen stellen en hadden zij de tijd om na te denken voordat zij hun besluit zouden nemen. Op 11 mei 2017 heeft de consument de, overigens in het Engels opgestelde, overeenkomst ontvangen met de algemene voorwaarden en de huisregels. Daarna heeft de consument het besluit genomen om de dochter bij de ondernemer in te schrijven. Op 12 mei 2017 is het contract ondertekend aan de ondernemer verstuurd.

De ondernemer verwijst naar de inhoud van de overeenkomst. Volgens de ondernemer blijkt daaruit duidelijk dat de overeenkomst gedurende de eerste twee maanden na de ingangsdatum niet kan worden opgezegd en dat daarna een opzegtermijn van twee maanden geldt, zodat in totaal gedurende de eerste twee maanden een opzegtermijn van vier maanden geldt. Bovendien kan slechts opgezegd worden tegen de eerste dag van de maand.

De ondernemer verzoekt daarom, zo begrijpt de commissie, de klacht van de consument ongegrond te verklaren en de door de consument verschuldigde betaling uit hoofde van de annulering vast te stellen op de opvangkosten voor vier maanden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Voor de commissie staat vast dat de consument op 12 mei 2017 een ondertekend contract heeft toegezonden aan de ondernemer, inhoudende dat per 14 augustus 2017 de dochter van de consument gebruik zou gaan maken van de opvang zoals aangeboden door de ondernemer, voor drie dagen per week. Later zijn in overleg de opvangdagen veranderd. Ook is de ingangsdatum op verzoek van de consument verschoven naar 1 september 2017. Daarbij gaf de consument aan dat zij nog naar werk zocht en om die reden het uitstel wenste, te meer omdat zij dan ook geen toeslag zou kunnen ontvangen.

Partijen hebben aan de commissie het, in het Engels geredigeerde, ondertekende contract overgelegd evenals de toepasselijke algemene voorwaarden, die de consument – zo heeft de commissie ter zitting vastgesteld – naar behoren ter hand zijn gesteld. Voorts is ter zitting gebleken dat de ondernemer geen lid van de branchevereniging is en aldus haar eigen algemene voorwaarden hanteert.
 
Verder stelt de commissie vast dat de consument op 8 augustus 2017, derhalve voor de feitelijke ingangsdatum van 1 september, de kinderopvang heeft geannuleerd. De ondernemer heeft de annulering geaccepteerd doch zich daarbij op het standpunt gesteld dat de consument op grond van artikel 5 van het contract evenals op grond van artikel 5 van de algemene voorwaarden, vier maanden opvang dient te vergoeden. Daartoe heeft zij overigens nog geen rekening verzonden. Wel zijn de maanden augustus en september aan de consument in rekening gebracht.

Ter beoordeling van het geschil is hetgeen tussen partijen is overeengekomen ten aanzien van annulering en opzegging van belang.

In artikel 5 van de overeenkomst is daarover het volgende opgenomen:

Terms of agreement
The starting date of the contract is 14 August 2017. This contract is valid until the child turns four years old, or unless otherwise agreed upon.
Two months after the starting date, each contracting party has the right to end this contract, by means of written notice. The term of notice starts on the first of the month following the termination.
The period of termination is two months.

Artikel 5 van de algemene voorwaarden luidt:
Cancellation and termination
In principle the contract will be in effect until the day the child turns 5 years of age, unless otherwise agreed,
1. Each party has the right to terminate the contract in writing as of two months after the starting date.
2. There is a two month notice period which commences on the 1st of the month.
3. The director can cancel a contract …etc.

De Commissie concludeert allereerst dat de beide artikelen niet identiek zijn terwijl, zo is ook ter zitting gebleken, de ondernemer beoogt de vier te vorderen maanden te onderbouwen met deze artikelen. De consument stelt dat zij uit deze artikelen niet de vergoedingsplicht van de vier maanden heeft kunnen afleiden.

De commissie maakt allereerst onderscheid tussen annuleren en opzeggen. Onder ‘annuleren’ verstaat de commissie de opzegging van het contract alvorens de feitelijke ingangsdatum is ingegaan en opzeggen verwijst naar de situatie waarbij de kinderopvang al is gestart. In dit geval is sprake van annulering nu op 8 augustus is opgezegd en de feitelijke ingangsdatum 1 september is geworden.

De commissie concludeert verder dat beide bovengenoemde artikelen in ieder geval zien op opzegging, hieronder verstaand ‘beëindiging van de overeenkomst nadat de feitelijke opvang een aanvang heeft genomen’. Alsdan beogen de betreffende artikelen, aldus de ondernemer, een consument in principe minimaal vier maanden (in financiële zin) te binden. Na de eerste twee maanden kan pas worden opgezegd. Bij die opzegging dienen vervolgende wederom twee maanden in acht te worden genomen en overigens dient tegen de eerste van de maand te worden opgezegd.
Ter zitting is de commissie verder gebleken dat de ondernemer desbewust deze ruime periode heeft gekozen, daar sprake is van kleinschalige en daarmee meer financieel kwetsbare opvang. Betrouwbaarheid in de onderlinge verhoudingen is daarbij van belang, zo is door de ondernemer gesteld.

Nu echter in het onderhavige geschil geen sprake is van opzegging maar van annuleren, dient zich voor de commissie de vraag op of betreffende artikelen ook op annulering en dus onderhavig geschil zien.

Allereerst stelt de commissie vast dat het voor de consument al tot verwarring kan leiden dat er twee verschillende artikelen zijn opgesteld. Bovendien beogen beide artikelen twee situaties te regelen: de gedwongen twee maanden afname na startdatum en daarnaast de opzegging die altijd twee maanden dient te bedragen. De derde denkbare situatie die zich nu juist in dit geschil voordoet, namelijk annulering voor de ingangsdatum, is naar het oordeel van de commissie niet expliciet opgenomen in de betreffende artikelen. Wellicht zou deze met enige moeite kunnen worden afgeleid uit betreffende artikelen, maar de commissie acht de formulering op zich onvoldoende duidelijk om de vier maanden vergoeding toe te kennen op basis van een annulering voor ingangsdatum.

Het vorenstaande leidt voor de commissie tot het oordeel dat hetgeen door de ondernemer wordt gesteld – namelijk dat uit hetgeen partijen overeengekomen zijn, de verschuldigdheid van vier maanden onverkort zou blijken – niet door de commissie wordt gedeeld.
Naar het oordeel van de commissie dienen de consument en de ondernemer zich evenwel in de periode 12 mei 2017 tot 1 september 2017 jegens elkaar overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid te gedragen. Onder bepaalde omstandigheden kan daarbij ook sprake zijn van schadeplichtigheid indien één van de partijen van de overeenkomst wenst af te zien. De commissie heeft daarbij in haar verdere beslissing een afweging gemaakt tussen de belangen van de ondernemer, bestaande onder meer uit de behoefte aan bestendige verhoudingen zodat tijdig nieuwe contracten kunnen worden aangegaan en de uitvoering kan worden geborgd, en anderzijds het belang van de bescherming van de consument. De commissie heeft daarbij meegewogen dat het hier gaat om een zeer kleinschalige kinderopvang met veel expats die graag een korte contractstermijn willen aanhouden, hetgeen de bedrijfsvoering van de ondernemer in gevaar kan brengen. Verder weegt de commissie mee dat de consument het contract al heeft getekend op 12 mei 2017 en heeft aangegeven in de oudercommissie te willen deelnemen, zodat de ondernemer ervan mocht uitgaan dat de gevraagde opvang daadwerkelijk zou worden afgenomen. Anderzijds is door de commissie als matigende factor in aanmerking genomen de bijzondere omstandigheid dat de consument steeds een zekere twijfel heeft aangegeven over de uitvoering van de overeenkomst en het wellicht ook op de weg van de ondernemer had gelegen eenmaal te attenderen op de veronderstelde verschuldigdheid van de vier maanden op basis van de beide artikelen, te meer nu de financiële positie van de consument een voor de ondernemer kenbare en belangrijke rol speelde in haar afwegingen.
Op grond hiervan komt de commissie tot de conclusie dat consument aan ondernemer op grond van de redelijkheid en billijkheid een vergoeding is verschuldigd  van één maand kinderopvang.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is en dat als volgt dient te worden beslist.

Beslissing

De consument dient de ondernemer uit hoofde van de annulering een bedrag ter hoogte van de verschuldigde betaling voor één maand opvang te betalen, te weten het bedrag van € 1.136,86.

De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag aan € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld, zodat de consument per saldo nog een bedrag van € 1.111,86 aan de ondernemer dient te voldoen.

Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de datum van verzending van dit bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen op 20 september 2017.