Ondeugdelijke levering. Aankoop tweedehands boottrailer met defecte lager. Trailer niet conform gerechtvaardigde verwachtingen consument.

  • Home >>
  • Waterrecreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: HISWA-voorwaarden voor de verkoop van gebruikte pleziervaartuigen    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT97.012

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil vloeit voort uit een op 15 maart 1997 tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot verkoop van een tweedehands boottrailer tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van f 950,–.
 
De consument heeft de klacht telefonisch op 14 juli 1997 en schriftelijk op 17 juli 1997 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
 
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak:
 
De consument heeft bij de ondernemer in maart 1997 een tweedehands boottrailer gekocht voor f 950,–. Op 12 juli 1997 is, op de terugweg van Nijkerk naar Amersfoort, het linker wiel op een haar na van de trailer gelopen door een defect lager. Een bergingsbedrijf heeft de trailer voor een bedrag van f 448,71 naar een reparatiebedrijf gebracht. Aldaar is een reparatie verricht voor een bedrag van f 326,70. Er bleek dat ook het andere wiel op het punt stond om het te begeven. Er was volgens de reparateur al aan de trailer gesleuteld en was men vergeten bepaalde onderdelen terug te plaatsen.
In totaal heeft de consument ca. 40 km. met de trailer afgelegd.
 
Toen de consument de ondernemer wees op de risico’s van een ondeugdelijke trailer, gaf de ondernemer aan dat de consument garantie tot het hek had.
 
De consument weerspreekt dat de ondernemer bij de aankoop heeft medegedeeld dat er geen garantie werd gegeven.
 
De consument had voor deze prijs zeker geen nieuwe trailer verwacht maar wel een veilige trailer of een goede voorlichting bij de aankoop. De ondernemer adverteert met de mogelijkheid tot reparaties op zijn bedrijf, dus zal hij op de hoogte kunnen zijn van de gebreken aan de trailer. Nooit is er vooraf gezegd of vastgelegd dat er geen garantie werd gegeven. Maar de ondernemer heeft wel doodleuk telefonisch medegedeeld dat het om een prima occasion gaat.
 
Ter zitting gaf de consument aan dat hij bij de aanschaf de verlichting met een schroevendraaier heeft gerepareerd. Na thuiskomst met de trailer heeft hij nog een scheur in het metaal ontdekt. Die is dichtgelast. Tevens gaf de consument aan dat uitdrukkelijk mondeling is toegezegd dat het om een goede trailer ging. Een telefonisch voorstel van de consument om de kosten te delen, is door de ondernemer verworpen.
 
De consument verlangt een schadevergoeding van f 925,41, zijnde f 326,70 plus f 448,71 plus f 150,– klachtengeld.

Standpunt van de ondernemer
 
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak:
 
De consument vond een nieuwe trailer met 20% korting te duur. Daarom heeft hij een tweedehands trailer gekocht. De ondernemer heeft de consument er bij de aankoop ruimschoots op gewezen dat er geen enkele vorm van garantie werd gegeven.
Volgens de ondernemer kan het niet zo zijn dat als hij bij de aankoop vermeldt dat er geen garantie wordt verstrekt vanwege de leeftijd van de trailer, hij vervolgens de kosten zou moeten dragen als er vier maanden later iets met de trailer gebeurt.
 
Volgens de ondernemer is het onmogelijk om vier maanden met een kapotte wiellager te rijden.

Beoordeling van het geschil
 
De Commissie heeft het volgende overwogen:
 
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:17 Burgerlijk Wetboek, dat bij consumentenkoop van dwingend recht is, dient de trailer te voldoen aan het gerechtvaardigde verwachtingspatroon van de consument. Het verwachtingspatroon wordt bepaald door onder meer de prijs en de leeftijd van de trailer alsmede door gedane reclame-uitingen. Of garantie is verstrekt dan wel juist niet, is relevant omdat zulks mede het verwachtingspatroon van de consument bepaalt. Uitsluiting van garantie kan echter niet afdoen aan de eis dat het product moet voldoen aan de gerechtvaardigde verwachtingen.
 
Voor het onderhavige geschil is de Commissie op basis van dit criterium van oordeel dat de klacht deels gegrond is. Gezien de prijs en de leeftijd van de trailer mocht de consument in beginsel bepaald niet de hoogste verwachtingen hebben. Daar staat echter tegenover de niet genoegzaam weersproken – en ter zitting alleszins aannemelijk geworden – stelling van de consument dat uitdrukkelijk is toegezegd dat sprake was van een goede trailer.
Het verweer van de ondernemer dat het onmogelijk is om 4 maanden met een kapotte wiellager te rijden, wordt verworpen. De trailer heeft immers al die tijd bij de consument in de stalling gestaan.
 
De Commissie ziet echter reden om de gevorderde schadevergoeding te matigen. Het feit dat de verlichting het niet deed, dat er een scheur in het metaal zat en dat het niet om een nieuwe trailer ging hadden de consument toch op het idee kunnen brengen om de trailer te laten onderzoeken. Aldus had de schade beperkt kunnen blijven.
 
Een en ander brengt de Commissie tot het oordeel dat het redelijk is dat de ondernemer de helft van de schade vergoedt. Dit komt uit op een bedrag van (f 925,41:2=) f 462,70. Hieronder is begrepen vergoeding door de ondernemer van de helft van het door de consument  betaalde klachtengeld.
 
Tevens dient de ondernemer overeenkomstig het Reglement aan de Commissie f 325,– behandelingskosten te betalen. De Commissie realiseert zich dat dit in verhouding tot het belang van het geschil een groot bedrag is maar zulks vloeit voort uit de weigering van de ondernemer om de niet in te gaan op het voorstel van de consument om de kosten te delen.
 
Op grond van het voorgaande is de Commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is en dat als volgt dient te worden beslist.

Beslissing
 
De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van f 462,70 (inclusief de helft van het door de consument betaalde klachtengeld). Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
 
Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 27 maart 1998.