Onduidelijkheid ten aanzien van verschillende type varende vakantiehuizen is ondernemer aan te rekenen.

  • Home >>
  • Waterrecreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: HISWA-voorwaarden Huur en Verhuur Pleziervaartuigen    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT08-0048

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op huur van een vaartuig, welke huurovereenkomst totstandgekomen is op 4 februari 2008. De huurprijs bedroeg € 2.130,–.   De consument heeft de klacht op 29 augustus 2008 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Het vaartuig (een vakantiehuis waarmee gevaren kan worden) voldeed niet aan de verwachtingen. De consument is er van uitgegaan dat de boot die hij huurde een zogenaamde dinette zou hebben, die omgebouwd zou kunnen worden tot een extra slaapkamer. De dinette ontbrak echter. Door dat gemis heeft de consument vrienden moeten teleurstellen, die een paar dagen zouden meevaren. De consument heeft contact opgenomen met de ondernemer en verzocht om hem de juiste boot te geven. Volgens de ondernemer had de consument echter de boot gekregen die hij had gehuurd, namelijk een [type], zodat hij niet aan het verzoek wilde voldoen. In de navolgende dagen heeft de consument ook nog een aantal gebreken aan de boot geconstateerd: een lekkende koelkast, slechte luxaflexen, een rafelend stuk ingelegd tapijt en een kapot en verrot hekwerk.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De consument heeft een DVD ontvangen met daarop informatie over de type boten die de ondernemer verhuurd. Nergens is daaruit duidelijk geworden dat er een verschil (in grootte) is tussen een [type 1] en een [type 2]. Ook uit de folder blijkt dat niet. Op de prijslijst staat alleen de [type 1], de [type 2] (of varend vakantiehuis) wordt nergens vermeld. De consument heeft ook niet om een [type 1] gevraagd, maar om het type boot dat op de DVD stond.   De consument verlangt een vergoeding van 50% van de huursom.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument heeft persoonlijk bij de ondernemer een [type 1] geboekt. Er is telefonisch uitvoerig over gesproken. Er is nooit gesproken over een varend vakantiehuis of een [type 2], zoals de andere typen worden genoemd. Dat er verwarring zou kunnen zijn over het type boot heeft de ondernemer nog niet eerder meegemaakt. De varende vakantiefolder geeft duidelijk aan wat een type inhoudt en wat een boot kost. De [type 1] is goedkoper dan de ander typen. In het contract staat ook duidelijk [type 1].   Met de consument is uitgebreid gesproken over de voorwaarden, onder andere dat bij windkracht 4-5 er niet gevaren kan worden. De consument accepteerde dat. Nadat de consument een week op de boot zat, kwam hij in de tweede week langs om allerlei klachten te melden. Toen hoorde de ondernemer een duidelijk teleurgestelde vakantieganger, omdat uitvaren niet mogelijk was vanwege het slechte weer. Bij de instructie (voorafgaand aan de huur) is door de consument niet gemeld dat de boot niet schoon was. De ondernemer heeft een ervaren team van schoonmakers, zodat de klacht hem onwaarschijnlijk voorkomt.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Vaststaat dat de schriftelijke huurovereenkomst betrekking heeft op een [type 1]. De ondernemer stelt dat hij een [type 1] aan de consument ter beschikking heeft gesteld, zodat hij voldaan heeft aan hetgeen partijen zijn overeengekomen. Naar het oordeel van de commissie heeft de consument echter aannemelijk gemaakt dat hem voorafgaand aan de boeking niet duidelijk was dat er een verschil was tussen een [type 1] en een [type 2] c.q. een varend vakantiehuis. Met name uit de door de consument overgelegde prijslijst 2008 van de ondernemer blijkt inderdaad niet dat er sprake is van verschillende type varende vakantiehuizen. In de prijslijst wordt slechts de [type 1] genoemd; de [type 2] c.q. het varend vakantiehuis ontbreken. De onduidelijkheid die daardoor ten opzichte van de consument is gecreëerd is de ondernemer aan te rekenen. Deze onduidelijkheid heeft ertoe geleid dat de consument verwachtingen van het vaartuig had, die niet (geheel) zijn uitgekomen. De commissie ziet hierin aanleiding om de consument een vergoeding toe te kennen. De commissie stelt de vergoeding naar redelijkheid en billijkheid vast op € 500,–, waarbij een vergoeding voor de door de consument geconstateerde gebreken zijn inbegrepen. Deze gebreken acht de commissie overigens minder zwaarwegend, zodat daarvoor slecht een zeer geringe vergoeding wordt toegekend. Het door de consument verlangde acht de commissie bovenmatig, omdat de consument weliswaar een dinette – die extra slaapruimte had kunnen generen – heeft moeten missen, maar de consument zelf aangeeft dat deze extra slaapruimte slechts voor enkele dagen benodigd was.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 500,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 112,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 150,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 2 juni 2009.