Onvoldoende informatie over alternatieve terugvlucht. Reisorganisator schadeplichtig.

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Beëindiging    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI04-1490

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 5 januari 2004 met de reisorganisator tot stand gekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een vliegreis voor vier personen naar Hurghada in Egypte met verblijf in een hotel op basis van all-inclusive, voor de periode van 30 april 2004 t/m 7 mei 2004 voor de som van € 2586,40.

Standpunt van klager

Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.

Daags voor vertrek werd door de reisorganisator gemeld dat de retourvlucht volledig wijzigt. Niet met Dutchbird maar met een Egyptische chartermaatschappij, niet op de vermelde tijden en niet naar Schiphol maar naar Brussel Zaveltem. Gezien recente problemen met Egyptische charters vroeg ik de reisorganisator om duidelijkheid over de in te zetten vliegmaatschappij. Die kon mij niet worden gegeven. Ik heb nog verzocht om een acceptabel alternatief maar kreeg dat niet.
Ik heb verzocht te worden vervoerd als overeengekomen, maar de reisorganisator gaf mij slechts de keuze de wijziging te accepteren of kosteloos te annuleren.
De kans op een andere reis was bijzonder klein gezien de korte tijd die ons nog restte.
Uiteindelijk heb ik geannuleerd en zelf vluchten gezocht en gekregen alsmede accommodatie.

Ik verzoek een tegemoetkoming in de extra kosten voor de reis, accommodatie en verblijf en voor alle ongerief en tijd.
De extra kosten voor de door ons op de valreep geboekte reis zijn € 746,80.

Klager verlangt een vergoeding van € 1.346,80. Daarin zitten naast voornoemde kosten nog een bedrag van € 400,– aan eigen kosten e.d. en € 200,– voor de procedure e.d.

Standpunt van de reisorganisator

Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 29 april 2003 is duidelijk geworden dat de geplande terugvlucht door problemen bij de luchtvaartmaatschappij geen doorgang kon vinden. We zijn op zoek gegaan naar een alternatief.
Luchtvaartmaatschappij AMV had nog wel stoelen op de route Hurghada-Brussel. We hebben een luxe touringcar gereserveerd voor vervoer vanaf Brussel naar Schiphol.
We spreken tegen dat over de vervangende maatschappij geen informatie kon worden gegeven.
AMV voldoet aan de strenge veiligheidseisen van de Europese luchthavens.
We hebben op verzoek van klager kosteloos geannuleerd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Anders dan de reisorganisator kennelijk meent, komt het wegvallen van de oorspronkelijke vervoerder voor rekening en risico van de reisorganisator. De oorzaak van de wijziging moet dan ook aan de reisorganisator worden toegerekend.
Klager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hem op zijn verzoek geen nadere informatie is verstrekt over de vervangende vervoerder zodat klager in staat was zelf (ook gezien zijn eigen deskundigheid) een inschatting te maken of daar al of niet van gebruik te maken. Klager heeft tegenover de enkele betwisting van de reisorganisator gedetailleerde informatie verstrekt over zijn pogingen de door hem gewenste informatie bij de reisorganisator te krijgen.
Klager heeft dan ook op goede gronden de wijziging afgewezen. Beoordeling van het alternatieve aanbod is klager niet mogelijk gemaakt.

Ingevolge de artikelen 11 lid 6 en 7 van de ANVR-reisvoorwaarden is de reisorganisator gehouden de door klager geleden schade te vergoeden.
Die schade stelt de commissie vast op het verschil in prijs tussen de oorspronkelijk geboekte reis en de door klager op het laatste moment geboekte reis, te weten een bedrag van € 746,80.
De verdere door klager gestelde schade is onvoldoende onderbouwd of staat in een te ver verwijderd verband van de tekortkoming van de reisorganisator.
De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De reisorganisator betaalt aan klager een vergoeding van € 746,80. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de reisorganisator overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 60,– aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de reisorganisator aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 205,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 15 oktober 2004.