Oorzaak loslaten tanden distributieriem (gebrekkig onderhoud of non-conform) door beide partijen niet aangetoond. Kosten gedeeld.

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Conformiteit    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE07-0258

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een omstreeks 20 januari 2005 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto, [merk en type], d.e.t. maart 2001, kilometerstand 97168, voor de daarvoor door de consument te betalen som van € 12.500,–. De levering vond plaats op 22 januari 2005. De consument heeft medio december 2005 mondeling en in februari 2006 schriftelijk de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De geleverde auto voldeed niet aan de overeenkomst. Bij aankoop van de auto is gesproken over de toestand van de distributieriem. Volgens het onderhoudsboekje van de auto moest die om de 90.000 kilometer worden vervangen. De ondernemer deelde echter mede dat dat bij 50.000 kilometer al een keer was gebeurd. Daarop heeft de consument besloten tot aankoop van de auto, in de veronderstelling dat de distributieriem pas bij 140.000 kilometer vervangen moest worden.   Na zo’n 19.000 kilometer, bij een kilometerstand van 116.000, is de distributieriem gebroken, met een aanzienlijke motorschade als gevolg. De herstelkosten bedroegen € 2.821,38. De consument heeft achteraf contact gezocht met de vorige eigenaar van de auto, [naam vorige eigenaar]. Deze deelde mede dat zij de auto juist had verkocht vanwege de aankomende hoge onderhoudskosten, waaronder de kosten van het vervangen van de distributieriem, en dat zij bij inruil de ondernemer op de hoogte heeft gesteld van het uit te voeren onderhoud, waaronder de vervanging van de distributieriem. De ondernemer was dus op de hoogte van het feit dat de riem bij aankoop nog niet vervangen was, maar wel vervangen moest worden. Zij heeft de consument op dit punt onjuist ingelicht. De ondernemer weigert de kosten van herstel voor haar rekening te nemen, daartoe aanvoerend dat de garantietermijn was verlopen.   Naar aanleiding van het verweer van de ondernemer en het deskundigenbericht heeft de consument nog een factuur van een onderhoudsbeurt van april 2006 in het geding gebracht.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Uit het onderhoudsrapport van de leasemaatschappij blijkt dat zij de auto hebben aangeboden bij een garagebedrijf met het verzoek om een begroting te maken van de onderhoudskosten bij het uitvoeren van een grote beurt. Die beurt is niet uitgevoerd. Daar leid ik uit af dat de onkosten van de beurt een belangrijk motief zijn geweest om de auto in te ruilen. Ik doe geen beroep op een garantie, maar op non-conformiteit. Ik verwijs voor een soortgelijk geval naar de uitspraak van de commissie onder nummer VOE06-0618.   Ik heb de auto in onderhoud gehad bij [naam onderhoudsbedrijf]. Dat is een BOVAG-bedrijf, maar geen [merk] dealer.   De consument verlangt een vergoeding van 85% van de herstelkosten (€ 2.400,–), waarbij de consument de kosten voor vervanging van de distributieriem voor eigen rekening houdt.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Van het voertuig is op 11 december 2002 bij een kilometerstand van 51.003 de distributieriem vervangen. Deze hoefde dus pas bij 140.000 kilometer opnieuw vervangen te worden. De consument heeft ook twee jaar probleemloos met de auto gereden. Ook dat is een aanwijzing voor het feit dat er bij de verkoop en levering van de auto niets mis was met de auto. Na twee jaar kan de consument geen aanspraak meer doen op de gegeven garantie. De consument heeft de auto niet rechtstreeks van [naam vorige eigenaar] gekocht. De ondernemer heeft bij aankoop van de auto geen lijst met noodzakelijke reparaties ontvangen of gezien. De aankoop van dit soort auto’s geschiedt via de tussenhandel en daarbij wordt (in verband met de te bedingen koopsom) meestal niet gesproken over mogelijk te verwachten onderhoud.   De overgelegde uitdraai van de werkplaatshistorie is niet volledig, want begint bij een factuur die is uitgeschreven op 21 januari 2004, bij een kilometerstand van 79.677. Was deze wel volledig, dan zou daaruit moeten blijken van de vervanging van de distributieriem bij 51.000 kilometer. Vóór aflevering van de auto heeft deze een grote beurt gehad. Daarbij is de toestand van de distributieriem bekeken. Die was niet van dien aard, dat vervanging noodzakelijk was. Tevens is daarbij geconstateerd dat deze bij 51.003 kilometer was vervangen. Daarom heeft de ondernemer de riem niet vervangen.   Dat de auto na aankoop verder nog normaal onderhoud heeft gehad, is niet gebleken. Bovendien is de auto ter reparatie aan een derde aangeboden en niet bij de ondernemer. De ondernemer acht zich niet aansprakelijk, omdat de garantietermijn was verlopen en de auto bij aflevering aan de fabrieksspecificaties voldeed, terwijl niet is gebleken dat er daarna nog onderhoud aan de auto heeft plaatsgevonden.   Naar aanleiding van het deskundigenbericht heeft de ondernemer nog het navolgende opgemerkt. Uit de omstandigheid dat een aantal tanden van de riem zijn weggeslagen, volgt nog niet dat de riem ondeugdelijk is geweest. Wanneer bijvoorbeeld de waterpomp zou zijn vast geslagen, zou dit tot hetzelfde effect kunnen leiden. Ook is het mogelijk dat verkeerde technische handelingen met het voertuig hebben plaatsgevonden.   Bij aflevering was de riem in orde. Deze is goed geïnspecteerd, zeker met het oog op de bij aankoop te verlenen garantie. Indien de bij 50.000 kilometer geplaatste snaar niet goed is, dient de consument [de leverancier van die snaar] aan te spreken.   Ter zitting is de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Ik blijf bij wat wij schriftelijk hebben opgemerkt. Dat de riem weer bij en niet na 90.000 kilometer moest worden vervangen hebben wij niet meegedeeld en is ook aan ons niet medegedeeld. De auto is bij ons bedrijf gekocht en daarna hebben wij hem uit het oog verloren. De auto is niet bij ons in onderhoud geweest. Ik kan niet beoordelen wat er in de periode van bijna twee jaar aan onderhoud is gepleegd. Er moet minstens één grote beurt zijn uitgevoerd en de onderhoudsvoorschriften van [de importeur] schrijven in dat geval een visuele inspectie van de distributieriem voor. Bovendien: wanneer de auto bij een [merk]-dealer in onderhoud zou zijn gegeven, zou die geweten hebben van de terugroepactie en van de noodzaak om bij 90.000 kilometer de riem te vervangen. Ik weet niet of die is uitgevoerd en, als die is uitgevoerd, of daarbij iets aan de riem ontdekt had moeten worden.   Ik merk tot slot nog op dat een auto een mechanisch voorwerp is waar altijd iets aan kapot kan gaan. Ik betwist dan ook dat in dit geval van non-conformiteit kan worden gesproken en dat de gevolgen daarvan aan mij toegerekend kunnen worden. In de eerste plaats is niet gebleken dat de auto normaal onderhoud heeft gehad (waarbij de toestand van de riem wellicht aanleiding had kunnen geven om tot vervanging over te gaan). In de tweede plaats zou de kwestie van de riem zich niet voorgedaan hebben, wanneer de consument de auto bij een [merk]-dealer in onderhoud zou hebben gegeven. In de derde plaats staat niet vast dat de leeftijd van de riem of de toestand van de riem zelf de oorzaak is van de klacht, omdat het losslaan van tanden van de distributieriem ook kan gebeuren door ongelukkig gebruik van de auto door de bestuurder, met name ook het terugschakelen naar een te lage versnelling, waardoor de motor ineens over zijn toeren wordt gejaagd.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   De distributieriem in kwestie is niet gebroken, maar op diverse plaatsen zijn de tanden van de riem weggeslagen. Als gevolg hiervan zijn de kleppen tegen de zuigers geslagen, waardoor de kleppen zijn afgebroken en de zuigerbodems ernstig beschadigd. De spanrollen waren niet vastgelopen, maar maakten wel veel geluid bij het draaien.   Informatie van de importeur heeft de deskundige geleerd dat deze een terugroepactie heeft gehouden in 2003 om de distributieriemen van dit type auto te laten vervangen. De spanrollen hoefden daarbij niet vervangen te worden. Daarbij is door de importeur aangegeven dat de riem vervolgens weer bij 90.000 kilometer (en niet na 90.000 kilometer) vervangen moest worden.   Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ligt de oorzaak voor het defect raken van de riem dan ook aan het feit dat deze niet bij 90.000 kilometer is vervangen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie neemt als vaststaand aan dat de auto van de consument door de eerste eigenaar (lease-maatschappij) is ingeleverd met een overzicht van het onderhoud dat daaraan moest plaatsvinden. Tot dat onderhoud behoorde het vervangen van de distributieriem. Voorts staat vast dat die riem niet is vervangen, voordat de auto aan de consument werd verkocht en geleverd. Overigens is de commissie niet gebleken dat de ondernemer op de hoogte was het feit dat deze riem – ondanks een vervanging bij ongeveer 50.000 kilometer – bij 90.000 kilometer opnieuw vervangen moest worden. De ondernemer heeft de auto niet van de leasemaatschappij gekocht.   Wat er van dat laatste echter ook zij: het leerstuk van de non-conformiteit is in de wet opgenomen ter bescherming van de koper van een zaak tegen gebreken die hij niet hoeft te verwachten. In dit geval staat vast dat de ondernemer bij verkoop aan de consument heeft medegedeeld dat de riem bij 50.000 kilometer was vervangen. Volgens onderhoudsvoorschrift, zoals opgenomen in het onderhoudsboekje, moest de riem om de 90.000 kilometer worden vervangen. Op grond van de mededelingen die de consument zijn gedaan, mocht deze dus verwachten dat de auto als eigenschap zou hebben dat hij daar tot 140.000 kilometer mee kon rijden alvorens de distributieriem vervangen moest worden. Gebleken is dat de auto die eigenschap niet heeft gehad, want van de riem zijn bij ongeveer 116.000 kilometer een aantal tanden losgeslagen, waardoor een forse motorschade is ontstaan. Het ontbreken van die eigenschap komt in beginsel voor risico van de ondernemer. Daarmee is de non-conformiteit evenzeer in beginsel een gegeven.   De ondernemer heeft aangevoerd dat er andere oorzaken kunnen zijn voor het losslaan van de tanden van de riem, bijvoorbeeld het gebruik van de auto door de bestuurder. De commissie kan een dergelijke oorzaak niet uitsluiten, maar stelt anderzijds vast dat overeenkomstig het advies van de fabrikant bij vervanging van de riem de levensduur van de riem die bij 50.000 kilometer was geplaatst beperkt was tot ongeveer 90.000 kilometer. Daarmee staat vast dat de riem bij het optreden van de klacht ruim 25.000 kilometer over zijn technische levensduur heen was. Op grond daarvan acht de commissie het aannemelijker dat de overschrijding van de levensduur de oorzaak voor het losslaan van de tanden is geweest dan een (op zich niet vaak voorkomend) gebrekkige bediening in de vorm van terugschakelen naar een verkeerde versnelling.   Zekerheid kan echter op dit punt niet worden verkregen en geen der partijen is in staat om op dit punt onomstotelijk de oorzaak van het losslaan te bewijzen. Daar komt bij dat de commissie de bezwaren van de ondernemer met betrekking tot de onderhoudshistorie van de auto voor een deel kan volgen. De consument heeft de auto niet bij een merk-dealer in onderhoud gegeven (daardoor het risico nemend dat specifieke onderhoudsinformatie van de fabrikant, uitgezet in het dealercircuit, niet bij zijn garagebedrijf terecht was gekomen), de auto is niet bij de ondernemer in onderhoud geweest en onduidelijk blijft of het garagebedrijf van de consument de door de fabrikant voorgeschreven inspecties van de riem heeft uitgevoerd of niet en, zo ja, of hij daarbij niet slijtageverschijnselen over het hoofd heeft gezien.   In geval van non-conformiteit dient een ondernemer het gebrek gratis te herstellen. Non-conformiteit heeft bovendien te gelden als een toerekenbaar tekortschieten in de koopovereenkomst. Elk toerekenbaar tekortschieten leidt tot een verplichting tot vergoeding van de dientengevolge opgetreden schade, dus ook tot een verplichting om gevolgschade te vergoeden. In de onderhavige zaak is, hoewel niet onomstotelijk vast te stellen, niet onaannemelijk dat de schade is opgetreden doordat bij de consument – hoe begrijpelijk op zich ook, omdat de ondernemer zelf niet beter wist – de indruk is gewekt dat hij de distributieriem niet hoefde te laten vervangen. De commissie acht dat in elk geval aannemelijker dan dat de riem door een andere oorzaak defect is geraakt. Uit te sluiten valt een andere oorzaak echter niet en die onzekerheid, met de onzekerheid ten aanzien van het uitgevoerde onderhoud, maakt dat de commissie op grond van redelijkheid en billijkheid de schade over partijen zal verdelen, in die zin dat zij termen aanwezig acht om de gevolgschade in een verhouding 1:2 te verdelen over de consument en de ondernemer.   De commissie begroot de kosten voor het vervangen van de distributieriem (welke kosten in elk geval voor rekening van de consument zouden zijn gekomen en de consument ook in zijn klacht voor zijn rekening neemt) op € 509,30 Dat zijn de eerste zeven posten op de overgelegde factuur plus drie uur arbeid ad € 60,– per uur, vermeerderd met 19% BTW. De te verdelen gevolgschade bedraagt in dat geval € 2.312,08. De commissie laat hiervan één derde deel voor rekening van de consument (€ 770,69) en acht de ondernemer gehouden het restant (€ 1.541,39) aan de consument te vergoeden. Daarbij betrekt de commissie ten slotte dat de consument door de vervanging van de onderdelen in het inwendige van zijn motor in enige mate voordeel geniet van “nieuw-voor-oud”.   Mitsdien zal worden beslist als na te melden.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 1.541,39. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 445,–.   Het door de consument meer of anders verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, op 9 augustus 2007.