Opvangovereenkomst en betalingsverplichting ouders loopt door tot kind 4 wordt, behalve bij tussentijdse beëindiging overeenkomst.

  • Home >>
  • Kinderopvang >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Factuur    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 235605/243959

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil betreft de betaling van de factuur over de maand augustus 2023. De dochter van de consument is tot 19 juli 2023 opgevangen door de ondernemer. De dochter van de consument is op 19 september 2023 vier jaar geworden. De ondernemer stelt dat de consument onterecht van mening is dat de maand augustus niet betaald hoeft te worden. De consument heeft de opvang afgenomen in de voorgaande 12 maanden en de rekening hiervoor dient nog in de maand augustus betaald te worden. De commissie oordeelt als volgt.  De dochter van de consument heeft op 19 september 2023 de vierjarige leeftijd bereikt. Er is geen sprake geweest van een tussentijdse beëindiging, zodat de overeenkomst tot aan deze datum doorloopt. Dat de overeenkomst zou eindigen na de laatste opvangochtend in juli, zoals de consument stelt, is naar het oordeel van de commissie niet gebleken. Bovendien spreekt de ondernemer tegen dat zou zijn toegezegd dat de overeenkomst al in juli zou eindigen. De consument is daarom verplicht de facturen tot het aflopen van de overeenkomst te voldoen. De door de ondernemer gehanteerde systematiek is naar het oordeel van de commissie niet onredelijk. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de betaling van de factuur over de maand augustus 2023.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De dochter van de consument heeft tot 19 juli 2023 verbleven bij de ondernemer. Er werd vervolgens in de zomervakantie aangekondigd dat de maand augustus 2023 ook zou worden geïncasseerd. Deze factuur heeft de consument gestorneerd. De consument heef het contract en bijbehorende documenten bekeken en de gefactureerde uren naast de afgenomen weken gelegd. Op basis daarvan is de consument het niet eens met het laatste factuur en is er een geschil ontstaan. De consument heeft zich toen gewend tot het Klachtenloket Kinderopvang. Zij hebben de klacht bekeken, met alle bijbehorende documenten en het getekende contract. Ook zij zagen niet in dat het laatste factuur gegrond is, maar de ondernemer blijft erbij van wel.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer biedt 40 speelweken in het jaar aan. De uren van deze 40 speelweken worden verdeeld over 12 maanden. De werkelijke uren per maand bij twee ochtenden spelen, zijn 32 uur. Echter, de klant betaalt 12 maanden x 27 uur. Elke maand worden dus vijf uur te kort gefactureerd. Door het gehele jaar heen spaart de ondernemer deze uren op en die worden in de vakanties gefactureerd. De daadwerkelijke gespeelde uren worden hierdoor betaald. In alle communicatie naar de ouders is het vanaf dag één duidelijk dat de ondernemer werkt met deze zogenaamde ‘40 weken over 12 maanden verdeeld-regeling’. De contracten met de klant starten op de eerste dag van de maand waarin de peuter de eerste speelochtend heeft en het contract duurt tot de maand waarin de peuter vier jaar wordt, tenzij ouders eerder schriftelijk opzeggen met een maand opzegtermijn. De dochter van de consument is op 19 september 2023 vier jaar geworden, maar de consument is onterecht van mening dat de maand augustus niet betaald hoeft te worden. De consument heeft de opvang afgenomen in de voorgaande 12 maanden en de rekening hiervoor dient nog in de maand augustus betaald te worden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Partijen zijn met elkaar een gewijzigde plaatsingsovereenkomst aangegaan voor de opvang van de dochter van de consument voor de woensdagochtend en vrijdagochtend ingaande 1 februari 2023. Voordien was sprake van een plaatsingsovereenkomst voor alleen de woensdagochtend ingaande 1 september 2022.

Op de plaatsingsovereenkomsten zijn de Algemene Voorwaarden van de ondernemer van toepassing.

In de Algemene Voorwaarden is de bepaling opgenomen dat de overeenkomst eindigt, zodra het kind de leeftijd van vier jaar heeft bereikt. Tussentijdse beëindiging van de overeenkomst is mogelijk met inachtneming van een maand opzegtermijn. De dochter van de consument heeft op 19 september 2023 de vierjarige leeftijd bereikt. Er is geen sprake geweest van een tussentijdse beëindiging, zodat de overeenkomst tot aan deze datum doorliep. De consument stelt dat zij ervan uitging dat de overeenkomst zou eindigen na de laatste opvangochtend in juli en zij geen verdere facturen meer zou ontvangen, maar nu geen sprake is geweest van een schriftelijke opzegging en de ondernemer tegenspreekt dat zou zijn toegezegd dat de overeenkomst al in juli zou beëindigen, is de consument gehouden tot betaling van de facturen tot het aflopen van de plaatsingsovereenkomst op 19 september 2023. Dat de ondernemer kennelijk uit coulance geen factuur meer heeft verstuurd voor de maand september maakt niet dat daarmee ook de maand augustus niet, overeenkomstig de door de ondernemer gehanteerde factureringswijze, gefactureerd mag worden. De door de ondernemer gehanteerde systematiek is naar het oordeel van de commissie niet onredelijk. De fiscale consequenties van deze berekening worden hierbij buiten beschouwing gelaten.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

–             verklaart de klacht ongegrond;

–             bepaalt dat de consument binnen twee weken na ontvangst van dit bindend advies aan de ondernemer het openstaande bedrag van € 283,20 voldoet.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer Y. Dragstra, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 10 april 2024.