Overeenkomst wordt gedeeltelijk ontbonden door beschadiging aan boedel

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verhuizen    Categorie: (On)deugdelijke uitvoering overeenkomst / Schadevergoeding    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 148700/165622

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het overgrote deel van de boedel van de consument is tijdens een internationale verhuizing verloren gegaan doordat de container waarin de boedel zat is omgevallen. De consument vindt het niet meer dan redelijk dat de helft van het betaalde totaalbedrag wordt gecompenseerd. Er bestaat bij de ondernemer bereidheid om voor wat betreft deze vordering mee te denken met de consument. Het percentage van 50 volgt de ondernemer echter niet. De ondernemer heeft namelijk kosten gemaakt voor het inpakken en inladen van de gehele inboedel in België, en het transport daarvan naar Nederland. De commissie stelt dat er sprake is van een overeengekomen resultaatsverplichting van de ondernemer en niet slechts van inspanningsverplichting. De ondernemer heeft voor een belangrijk deel niet voldaan/niet kunnen voldoen aan de hiervoor aangehaalde resultaatsverplichting, gezien het feit dat een deel van de inboedel na de val van de container beschadigd is geraakt. De klacht is ten dele gegrond.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 24 juli 2021 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De
ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het doen van een “verhuizing via opslag (inladenuitladen)” met demontage en montage van 2 x Auping Auronde ad € 85,– en 1 maand opslagkosten
(open post, wegens tarief per maand) ad € 285,– per maand, tegen de daarvoor door de consument
te betalen prijs van in € 4.522,07 inclusief BTW. In totaal is door de consument betaald € 5.628,–.

De overeenkomst is uitgevoerd in tweede helft van 2021.

De consument heeft op 27 oktober 2021 bij haar verzoek aan de ondernemer om een nette financiële
afwikkeling (en nogmaals in januari 2022) de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Het grootste deel van mijn boedel is tijdens deze internationale verhuizing verloren gegaan omdat de
container waarin de boedel zat, is omgevallen. Slechts een deel van mijn boedel heeft dat overleefd
en is door de ondernemer afgeleverd op het nieuwe adres. Ik heb een verhuis/opslag contract
getekend. Als dan meer dan 50% verloren gaat hoef ik dat niet te laten verhuizen/opslaan
dus ik vind het niet meer dan redelijk dat ik ook voor de helft van het door mij betaalde totaalbedrag
wordt gecompenseerd.

Ik zie de overeenkomst met de ondernemer als een prestatiecontract waarbij een bepaalde
hoeveelheid boedel geladen, getransporteerd, opgeslagen en weer afgeleverd wordt, als een
onlosmakelijk geheel. Omdat 50% van de boedel is vernietigd en weggegooid vraag ik u om restitutie
van 50% van de oorspronkelijke offerteprijs. Ook vraag ik 50% restitutie van de maandhuur van de
container vanaf 11 oktober 2021 tot en met 03 December, zijnde 10 dagen na de door mij gevraagde
afleverdatum van 23 November 2021. Er wordt nergens een opvraag termijn genoemd in de
voorwaarden en als de ondernemer niet kan leveren binnen 10/20 dagen is dat niet mijn probleem
c.q. huurverplichting. De € 42,50 die in rekening zijn gebracht om Auping bedden te monteren wil ik
sowieso retour omdat er helemaal geen Auping bedden meer zijn en er dus ook niks meer is te
monteren.

Het totaalbedrag dat ik heb betaald aan de ondernemer bedraagt € 5.628,07. Aangezien 50% van het
contract is uitgevoerd, verzoek ik om terugbetaling van een totaalbedrag van € 2.814,04.
Ik laat dan de vele uren, de shock en de frustratie die mijn familieleden en ikzelf hebben ervaren
buiten beschouwing.

Aldus beschouwd is er ook geen betalingsachterstand van opslagkosten van € 285,–.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik blijf bij wat door mij is aangevoerd. Nogmaals: de afspraken met de ondernemer betreffen een
prestatieovereenkomst en geen inspanningsverplichting. Ik heb maar een klein deel van mijn boedel
mogen ontvangen, te weten het onbeschadigde deel, terwijl ik heb betaald voor de verhuizing en
tijdelijke opslag van de volledige inboedel. De schade aan mijn inboedel is mij door de verzekeraar
vergoed met dien verstande dat die schade-uitkering bleek te zijn gemaximeerd. Ik heb geen
vergoeding van de verzekeraar ontvangen voor schade wegens – door het teloorgaan van een deel
van mijn boedel – teveel betaald aan de ondernemer. Het percentage van 50 noem ik zonder meer
redelijk. Omdat partijen er niet uitkwamen heeft de ondernemer mij gewezen op deze procedure bij
de geschillencommissie.

De consument verlangt de ondernemer te verplichten tot terugbetaling van € 2.814,04 (te weten 50%
van het € 5.628,07).

Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt schriftelijk/digitaal
aan de commissie kenbaar te maken. Ter zitting heeft de ondernemer – in hoofdzaak – het volgende
aangevoerd.

Er staat nog steeds een bedrag aan opslagkosten open van € 285,–. Dat bedrag is de consument op
basis van onze overeenkomst gehouden aan de ondernemer te betalen, ook al heeft de feitelijke
opslag plaatsgevonden door een andere onderneming van ons.

Over het feitelijk verloop zijn partijen het eens. De container met daarin de boedel van de consument
is gevallen waardoor een deel van inboedel verloren is gegaan. Er was een hoop schade, wat is
vergoed door de betreffende verzekeraar. Het niet verloren gegane restant van de inboedel is door
ons bij de consument afgeleverd. Het betrof hier een internationale verhuizing vanuit België.
Op zich bestaat er bij de ondernemer wel bereidheid om voor wat betreft deze vordering mee te
denken met de consument; de ondernemer is bereid een deel terug te betalen van wat door de
consument is betaald. Het percentage van 50 volgen wij echter niet. Niet mag uit het oog worden
verloren dat de ondernemer kosten heeft gemaakt voor het inpakken en inladen van de gehele
inboedel in België, en het transport daarvan naar Nederland. In Nederland waren de ingecalculeerde
kosten beperkt, weinig vervoertijd en uitladen. Inderdaad is de ondernemer daarbij montagetijd
bespaard, maar dat was maar een fractie van de kosten: € 193,–. De ondernemer zit aldus
meedenkend op een verhouding 80/20 en zeker niet op 50/50.

De ondernemer heeft geen verzekering afgesloten waar in een situatie als deze alsnog het gedeeltelijk
gaan mislopen van omzet kan worden geclaimd. Ook is hiervoor door de ondernemer (nog) geen
regres claim ingediend bij de veroorzaker van de val van de container. Dat gaat ook niet meer lukken
omdat voor finale kwijting is getekend bij de verzekeraar van die veroorzaker, en onze schade in de
vorm van kapotte container(s) is vergoed. Dat was al gebeurd voordat de consument zich heeft
gewend tot de commissie.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Sprake is van een overeengekomen resultaatsverplichting van de ondernemer en niet slechts van
inspanningsverplichting. Dat volgt (ook) uit artikel 9 van de hier (consumentenverhuizing) van
toepassing zijnde Algemene Voorwaarden voor Verhuizingen 2015 (AVVV 2015):

1. De Erkende Verhuizer is verplicht:
– de verhuisgoederen ter bestemming af te leveren (het plaatsen op de daartoe mogelijkerwijs
aangeduide plek) en wel in de staat waarin zij hem ter verpakking of demontage, dan wel in
de staat waarin zij hem ten vervoer ter beschikking zijn gesteld;
– een aangevangen verhuizing zonder vertraging te voltooien;
2. De verplichtingen van de Erkende Verhuizer die voortvloeien uit de verhuisovereenkomst
zullen zijn beëindigd, zodra de verhuisgoederen op de overeengekomen bestemmingsplaats
zijn afgeleverd.

Duidelijk is dat het resultaat maar gedeeltelijk is bereikt, te weten voor dat deel van inboedel dat na
de val van de container onbeschadigd is gebleven. De ondernemer heeft dus voor een belangrijk deel
niet voldaan/niet kunnen voldoen aan de hiervoor aangehaalde resultaatsverplichting.
De consument heeft geen (schade)uitkering ontvangen voor wat aldus achteraf beschouwd, te veel is
betaald aan de ondernemer. Niet gebleken is dat de consument zich ten tijde van het sluiten van de
overeenkomst specifiek hiervoor heeft kunnen verzekeren.

De ondernemer is niet verzekerd voor omzetderving wegens het in situaties als deze moeten doen van
een (gedeeltelijke) terugbetaling aan de opdrachtgever. Evenmin is gebleken van het ten tijde van het
sluiten van de overeenkomst met de consument, bestaan van afspraken tussen de ondernemer en de
derde/schadeveroorzaker om regres mogelijk te maken van wat de ondernemer heeft terug te betalen
aan de consument in situaties als deze.

Aldus beschouwd, is de commissie dan ook van oordeel dat het teloorgaan van een deel van de
inboedel en het daardoor door de ondernemer niet kunnen voldoen aan diens overeengekomen
resultaatsverplichting, een voor partijen ten tijde van het sluiten van hun overeenkomst onvoorziene
omstandigheid betrof in de zin van artikel 6:258 Burgerlijk Wetboek, welk artikel voor zover hier van
belang als volgt luidt:

1. De rechter kan op verlangen van een der partijen de gevolgen van een overeenkomst wijzigen
of deze geheel of gedeeltelijk ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden welke
van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. Aan de wijziging of
ontbinding kan terugwerkende kracht worden verleend.

2. Een wijziging of ontbinding wordt niet uitgesproken, voor zover de omstandigheden krachtens
de aard van de overeenkomst of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening komen
van degene die zich erop beroept.

De commissie is van oordeel dat met toepassing van dit wetsartikel en de daarin aangeduide maatstaf
de overeenkomst van partijen gedeeltelijk moet worden ontbonden en wel aldus dat de
betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met € 2.250,– inclusief BTW. Ook brengt
deze ontbinding mee dat er geen verplichting van de consument bestaat om het naar zeggen van de
ondernemer nog openstaande (extra) bedrag van € 285,– inclusief BTW voor opslag te voldoen aan
de ondernemer. De ondernemer heeft dus voor beide bedragen alsnog te crediteren.

Nu de consument (deels) in het gelijk is gesteld is de ondernemer op basis van het reglement van
deze commissie gehouden om het klachtengeld aan de consument te voldoen alsmede om de bijdrage
in de behandelingskosten te voldoen aan het secretariaat van de commissie. Deze bijdrage wordt de
ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.
Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
Ontbindt het door partijen overeengekomene gedeeltelijk en wel aldus:

– ontheft de consument alsnog van de verplichting om van het door de ondernemer bij de
consument in rekening gebrachte en door de consument aan de ondernemer betaalde bedrag,
een deel groot € 2.250,– inclusief BTW te betalen;
– bepaalt dat om die reden op de ondernemer de ongedaanmakingsverplichting rust om
€ 2.250,– inclusief BTW terug te betalen aan de consument;
– ontheft de consument van de verplichting om het openstaande bedrag van € 285,– inclusief
BTW te betalen aan de ondernemer;
– draagt de ondernemer op om de consument voor beide bedragen te crediteren.
De ondernemer betaalt om reden als voormeld aan de consument (terug) € 2.250,– inclusief BTW.
Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit
bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan het secretariaat van de
commissie de bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd.

Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Verhuizen, bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter,
mr. M.A. Keulen en de heer D. van der Ent, leden, op 24 augustus 2022.
M.L.J. Koopmans