Prijsverhoging energie door recreatieondernemer gerechtvaardigd

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Energie / Prijs    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 204127/206618

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Klager is sinds 1995 bezitter van een chalet op de camping van de ondernemer. Medio oktober 2023 zond de ondernemer aan klager de jaarlijkse afrekening voor gas- en elektriciteitsverbruik. Daartegen heeft klager geprotesteerd omdat de ondernemer hem nooit heeft geïnformeerd over prijsverhogingen terwijl dat op grond van regelgeving minimaal een maand van tevoren moet. De ondernemer heeft nagelaten de meterstanden periodiek bij elke prijsaanpassing op te nemen zodat de juiste prijs zou kunnen worden berekend.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Recreatie (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 11 juli 2023 te Utrecht.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Qua werk en privé heeft klager slim energie ingekocht zodat hij tot ver in 2024 de prijzen van 2021 betaalt. Dergelijk professioneel inkopen had ook van de ondernemer mogen worden verwacht. De ondernemer heeft zich contractueel verplicht om zorg te dragen voor levering van gas en elektra. Zij is dus een tussenschakel tussen energieleveranciers en particuliere klanten als de klager en kan dus gelijk worden gesteld met [naam energieleverancier], [naam energieleverancier] en dergelijke. De klager wil dat de commissie bepaalt dat de ondernemer gebonden is aan de wettelijke regelgeving die voor energieleveranciers gelden.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer verweert zich als volgt. De Elektriciteitswet en evenmin de Gaswet zijn van toepassing, nu het chalet van klager niet een onroerende maar een roerende zaak betreft. De gang van zaken is dat ondernemer al sinds jaar en dag de tarieven van de drie grootste energieaanbieders afwacht en daarvan het gemiddelde aan haar klanten in rekening brengt. De ondernemer verwijst naar de “Toolkit voor eigenaren van elektriciteits- en gasnetten voor recreatieve doeleinden” (hierna: Toolkit) die op verzoek van Recron is opgesteld en door haar wordt gehanteerd. Deze is op verzoek van de commissie na de zitting toegestuurd en daarop heeft klager gereageerd.

Beoordeling van het geschil
De commissie overweegt het volgende.

Het chalet van klager is niet aard- en nagelvast met de grond verbonden; deze stacaravan kan naar zeggen van de klager met behulp van een grote kraan worden opgetild en naar elders worden getransporteerd. In elk geval is het geen onroerende zaak in de zin van de Elektriciteitswet of de Gaswet, zodat deze wetten in de door de klager voorgestane zin niet van toepassing zijn op de rechtsverhouding van klager met de eigenaar.

Onder 3.1.2. van de Toolkit wordt het “niet-meer-dan-anders-principe” uitgewerkt. Kort gezegd komt het erop neer dat aan de recreanten mogen worden doorbelast de tarieven die door de NMa zijn vastgesteld en die door de regionale netbeheerders bij de kleinverbruikers in rekening worden gebracht. Duidelijk is dat de ondernemer zich daaraan houdt; het gemiddelde tarief wordt in rekening gebracht. Bovendien geldt het volgende. De ondernemer moet ook afwachten wat de tariefswijzigingen zijn; hij heeft daar geen enkele invloed op, zodat om deze reden alleen al de ondernemer niet dezelfde rol vervuld als een energieaanbieder. Gezegd kan worden dat prijstechnisch door de toepassing van voormeld principe de ondernemer qua tarifering praktisch gezien inderdaad hetzelfde handelt als de grote leveranciers zodat klager hierdoor geen enkel nadeel ondervindt.

Wat betreft propaangas wordt terzijde nog overwogen dat gesteld noch gebleken is dat de ondernemer afwijkt van voormeld principe zodat klager geen belang heeft bij zijn opmerking dat dit niet onder de Toolkit valt. Tot slot wordt overwogen dat uit de Toolkit volgt dat het de klager vrijstaat zelf een eigen energieaansluiting te laten aanleggen waaraan de ondernemer in principe moet meewerken. Als hij dat doet kan hij, net als thuis en voor zijn onderneming, zijn eigen energie slim inkopen en is hij niet langer afhankelijk van de ondernemer.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. A.J.J. van Rijen, voorzitter, mevrouw J. Hagedoorn, mevrouw drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk, leden, op 11 juli 2023.