Procedure overbodig: advocaat tekort geschoten

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Tekortkoming in de uitvoering opdracht    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV09-0144

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van dienstverlening van de advocaat in het kader van een procedure tot wijziging van een omgangsregeling, de declaraties die de advocaat daarvoor in rekening heeft gebracht en de door de cliënte gevorderde schadevergoeding.   De cliënte heeft een deel van deze declaraties niet aan de advocaat voldaan. Het openstaande bedrag van € 827,69 is overeenkomstig het Reglement van de commissie in depot gestort.   Standpunt van de advocaat   Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de advocaat op het volgende neer.   De cliënte was het er mee eens dat er een procedure aanhangig moest worden gemaakt om de beschikking van de rechtbank d.d. 30 januari 2008 te wijzigen. De advocaat heeft de cliënte gewezen op de gevolgen van het niet respecteren van een uitspraak van de rechter. De advocaat betwist dat de kosten niet meer zouden bedragen dan € 1.601,15. De correspondentie met de rechtbank en het tolkencentrum heeft de nodige kosten met zich meegebracht. Volgens de advocaat heeft hij de cliënte steeds geïnformeerd over de voortgang van de procedure. De cliënte heeft geen recht op schadevergoeding; zij heeft geen schade geleden en heeft deze ook niet onderbouwd.   Op grond van het voorgaande verzoekt de advocaat de commissie te bepalen dat de cliënte het openstaande declaratiebedrag van € 827,69 aan hem dient te voldoen.   Standpunt van de cliënte   Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de cliënte op het volgende neer.   De advocaat heeft onnodig een procedure gestart en heeft belangrijke informatie achtergehouden. Tijdens het eerste gesprek heeft de advocaat de kosten berekend op een bedrag van € 1.601,15. De cliënte is er toen vanuit gegaan dat dit de totale kosten van de procedure zouden zijn. De advocaat heeft onduidelijke specificaties gestuurd.   Op grond van het voorgaande verzoekt de cliënte de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.   Beoordeling van het geschil   Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.   De kern van de klachten van de cliënte houdt in dat de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat te wensen heeft overgelaten. Vast staat dat de cliënte de declaratie van 5 februari 2009 niet heeft voldaan; de cliënte heeft reeds een bedrag van € 1.601,15 ter zake van een voorschotdeclaratie aan de advocaat voldaan. De cliënte heeft aangevoerd dat de advocaat ten onrechte de procedure tot wijziging van de omgangsregeling aanhangig heeft gemaakt. Zij acht die procedure onnodig. De advocaat heeft deze stelling gemotiveerd weersproken. De advocaat heeft in maart 2008 een procedure tot wijziging van de omgangsregeling aanhangig gemaakt bij de rechtbank in Nederland. In die periode woonde de cliënte in [het buitenland] (overigens is cliënte aldaar nog immer woonachtig). De procedure had betrekking op de omgangsregeling met betrekking tot de zoon van cliënte die destijds ouder dan 12 jaar was, namelijk 14 jaar. Gelet op het vorenstaande, de aan haar overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie van oordeel dat het advies van de advocaat om over de omgangsregeling te procederen in Nederland overbodig was althans niet noodzakelijk. In weerwil van zijn opmerkingen stelt de commissie dan ook vast dat de advocaat ter zake tekort is geschoten. Naar het oordeel van de commissie heeft de advocaat dan ook niet gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. De klacht van de cliënte hieromtrent slaagt.   Reeds daarom zal de commissie bepalen dat de cliënte niets meer aan de advocaat is verschuldigd, zodat het depotbedrag van € 827,69 aan de cliënte zal worden gerestitueerd. Gelet op het feit dat de door de advocaat aanhangig gemaakte procedure niet noodzakelijk was, is het naar het oordeel van de commissie niet meer dan gerechtvaardigd dat de advocaat bovendien aan de cliënte het reeds aan hem betaalde declaratiebedrag van € 1.601,15 restitueert. Aangezien de eerste klacht van de cliënte reeds slaagt, laat de commissie de bespreking van de overige klachten van de cliënte en hetgeen de advocaat verder nog naar voren heeft gebracht achterwege, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.   Nu de klacht van de cliënte gegrond wordt verklaard dient de advocaat – overeenkomstig het reglement van de commissie – een bijdrage van € 115,– in de behandelingskosten aan de commissie te voldoen.   Derhalve dient als volgt te worden beslist.   Beslissing   De commissie verklaart de klacht gegrond.   De commissie bepaalt dat de cliënte niets aan de advocaat is verschuldigd. Het depotbedrag van € 827,69 wordt aan de cliënte gerestitueerd. Bovendien dient de advocaat aan de cliënte een bedrag van € 1.601,15 te voldoen, welke betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt dient de advocaat bovendien de wettelijke rente over dit bedrag te betalen vanaf de verzenddatum van dit bindend advies.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de advocaat aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag van € 115,– verschuldigd.   Het meer of anders verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur op 25 november 2009.