Recht op ligplaats is een persoonlijk recht. Overdracht boot betekent dus niet automatisch overdracht ligplaats aan nieuwe eigenaar.

  • Home >>
  • Waterrecreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: HISWA-voorwaarden Huur en Verhuur Lig- en/of Bergplaatsen    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT07-0025

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de huur van ligplaats voor de periode 1 april 2007 t/m 1 oktober 2007, tegenover een overeengekomen liggeld van € 547,78.   De consument heeft de klacht op 17 juni 2007 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Op 12 juni 2007 heeft de consument de ondernemer gemeld dat de consument voornemens was zijn boot, welke in de jachthaven van de ondernemer lag, te verkopen. De ondernemer liet daarop weten dat verkoop van de boot niet met zich meebrengt dat de ligplaats over gaat op de koper. De consument is het daarmee niet eens. Dat de ligplaats niet overdraagbaar is, blijkt niet uit de van toepassing zijnde HISWA-voorwaarden. De ondernemer wilde slechts meewerken aan overdracht van de ligplaats wanneer daarvoor € 150,– ‘commissie’ werd betaald. Dat bedrag heeft de consument onder protest betaald.   De consument verlangt terugbetaling van de ‘commissie’ van € 150,–.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De huur van een ligplaats is een persoonlijk recht. Dat volgt uit de huurwet. Noch uit de huurovereenkomst, noch uit de HISWA-voorwaarden volgt een verplichting tot overdraagbaarheid/ in de plaatsstelling van de ligplaats. De ondernemer heeft de consument medegedeeld alleen mee te willen werken aan een overdracht van de ligplaats wanneer daarvoor een vergoeding van € 150,– werd betaald. Dat de consument dat bedrag onder protest heeft voldaan, klopt niet. Bovendien heeft de consument slechts € 100,– betaald. De nieuwe huurder/eigenaar heeft het restant (€ 50,–) betaald. De ondernemer is van mening niet onoorbaar te hebben gehandeld.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Aan de nieuwe huurder/eigenaar is geen liggeld gevraagd voor het lopende seizoen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Art. 7:201 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek definieert de huurovereenkomst als volgt: Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie.   Art. 1 van de van toepassing zijnde HISWA-voorwaarden definieert de huurovereenkomst als volgt: huurovereenkomst: de overeenkomst waarbij de verhuurder zich verbindt om de huurder of de passant tegen betaling een lig- en/of bergplaats in gebruik te geven.   Uit beide bepalingen volgt dat het recht om een zaak – in dit geval een ligplaats – in gebruik te hebben een aan de huurder toekomend persoonlijk recht is. In casu houdt dat in dat het recht op de huur van de ligplaats een aan de consument toekomend persoonlijk recht is en dus niet verbonden is aan de boot die in de gehuurde stalling ligt. Eigendomsoverdracht van de boot brengt zodoende niet met zich mee dat de nieuwe eigenaar van de boot de huur van de ligplaats van de vorige eigenaar overneemt. De nieuwe eigenaar dient een nieuwe huurovereenkomst met de verhuurder aan te gaan. In casu is dat, tegen betaling van € 150,– ook gebeurd. Dat de ondernemer onjuist zou hebben gehandeld, is de commissie dan ook niet gebleken.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door klager verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 7 november 2007.