Recron-voorwaarden kunnen niet eenzijdig door de ondernemer worden opgelegd. Ondernemer kan wel verlangen dat consument zich houdt aan de voorschriften van de overheid.

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Algemene voorwaarden    Jaartal: 2009
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REC06-0114

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de toepasselijkheid van de Recron-voorwaarden en de bevoegdheid een schuur te bouwen op de standplaats.
 
Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument kocht in 1988 van een recreant een zomerhuis op de standplaats op de camping van de ondernemer en huurt of pacht sindsdien de standplaats bij de ondernemer. Dit zomerhuis is in 1970 gebouwd in opdracht van de vorige eigenaar van de camping. Op de koopovereenkomst met de eerste koper van het zomerhuis staat vermeld dat het huis op erfpacht staat.
Er is echter geen acte gepasseerd voor de notaris. In 1994 is de camping overgegaan naar de huidige ondernemer. Het bedrijf werd toen lid van de Recron. De ondernemer stuurde de Recron-voorwaarden voor vaste plaatsen naar de consument ter ondertekening. De consument weigert echter deze voorwaarden te accepteren, omdat hij meent dat de Recron-voorwaarden niet geschikt zijn voor een overeenkomst met betrekking tot een standplaats waarop een gefundeerde en dus onroerende woning is gebouwd.
De vorige eigenaar van de camping had er nooit bezwaar tegen dat er schuurtjes werden gebouwd op de camping. Hiervoor hoefde geen toestemming te worden gevraagd. Toen in het voorjaar van 2002 een caravan met een kunststof uitbouw op het terrein werd gesloopt en de consument toestemming van de eigenaar van de caravan kreeg deze uitbouw te gebruiken, monteerde hij dan ook zonder daarvoor toestemming te vragen aan de ondernemer de uitbouw aan zijn huisje. Op 24 juni 2002 sommeerde de huidige ondernemer hem de aanbouw af te breken. De ondernemer deelde hem desgevraagd mee dat hij voor toestemming voor deze aanbouw niet bij de ondernemer moest zijn, maar dat hij een vergunning bij de gemeente zou moeten aanvragen. De consument heeft toen een vergunning aangevraagd en op 26 november 2002 gekregen. Er was gelegenheid bezwaar te maken tegen de vergunningaanvraag, maar de ondernemer heeft dit niet gedaan.
Desalniettemin sommeerde de ondernemer hem op 20 juni 2003 opnieuw de aanbouw af te breken. Nadat de consument de vergunning had getoond, vernam hij niets meer hierover. Op 1 september 2004 deelde de ondernemer hem weer mee dat hij de aanbouw zou moeten afbreken. De consument meent dat de ondernemer hem niet kan verplichten zijn aanbouw af te breken, omdat de ondernemer dit baseert op de Recron-voorwaarden voor vaste plaatsen en de daarop gebaseerde campingregels, die door de consument niet zijn aanvaard en daarom niet op hem van toepassing zijn. De aanbouw is gebouwd met een bouwvergunning van de gemeente en voldoet aan alle voorschriften.
 
Sindsdien is er een conflict tussen de consument en de ondernemer hetgeen heeft geleid tot opzegging van de overeenkomst door de ondernemer en meermalen tot het gesloten houden van de slagboom zodat de consument niet de camping op kon rijden. De consument heeft toen tijdelijk de aanbouw weggehaald. Een kort geding dat door een aantal recreanten waaronder de consument tegen de ondernemer is aangespannen, heeft geleid tot een schikking op grond waarvan de ondernemer heeft verklaard dat niet van de zijde van de camping de slagboom gesloten zal worden gehouden en dat niet de intentie bestaat de bestaande overeenkomst met de consument op te zeggen omdat hij niet de Recron-voorwaarden accepteert. De consument heeft toen zijn aanbouw opnieuw geplaatst.
Daarna ontstonden er weer grote problemen en werd de slagboomsleutel geblokkeerd. De ondernemer wilde de slagboomsleutel pas activeren nadat de consument een verklaring had ondertekend waarin is opgenomen dat hij het geschil voorlegt aan de commissie.
Ter zitting deelt de consument nog mee dat de aanbouw demontabel is en niet is gefundeerd. De aanbouw staat op de reeds bestaande tegelvloer. De op grond van brandweervoorschriften geldende afstanden tussen de bebouwingen zijn door de consument in acht genomen. De consument heeft toen hij de aanbouw verwijderde, deze iets kleiner gemaakt om aan de voorschriften te voldoen.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Na de bedrijfsopvolging van vader op zoon is de ondernemer lid geworden van de Recron, ondermeer in verband met herstructureringsplannen. Van de 450 toenmalige gasten hebben 15 gasten, waaronder de consument geweigerd de Recron-overeenkomst te ondertekenen. Vanaf 2000 staat in de huisregels dat voor het plaatsen van aan- of bijbouwsels schriftelijke toestemming is vereist. In 2001 heeft de brandweer de vakken B, E en F op de camping afgekeurd. Deze vakken zijn inmiddels geherstructureerd. De vakken C en D waar het huisje van de consument staat, zijn goedgekeurd onder voorwaarde dat er niets meer wordt bijgebouwd. Deze voorwaarde staat niet in de vergunning van de brandweer vermeld.
In 2002 heeft de consument zonder toestemming te vragen een schuurtje aan zijn zomerhuis gebouwd. Nadat de consument hierover tweemaal was aangeschreven en de ondernemer de overeenkomst had opgezegd, heeft de consument het schuurtje verwijderd. Nog geen twee maanden later heeft de consument het schuurtje zonder toestemming weer opgebouwd. Nadat de ondernemer opnieuw had opgezegd en de slagboomsleutel had geblokkeerd, is een status quo met de consument overeengekomen onder de voorwaarde dat hij het geschil zou voorleggen aan de commissie.
De ondernemer verzoekt de commissie te bepalen dat de consument zijn schuurtje moet afbreken omdat hij geen toestemming heeft gekregen dit te plaatsen en de ondernemer met de brandweer consensus heeft bereikt om de bebouwing in vakken C en D niet uit te breiden. De consument heeft zijn huisje al eerder vergroot met bijna 10 m2 plus een bergruimte achter het huisje.
 
Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Aangezien geen zakelijk recht van erfpacht is gevestigd, moet de overeenkomst met betrekking tot de standplaats gekwalificeerd worden als een huurovereenkomst.
De ondernemer baseert zijn eis dat de consument de aanbouw aan zijn vakantiewoning afbreekt op de Recron-voorwaarden voor vaste plaatsen die bepalen dat een recreant verplicht is de overeenkomst en de regels van de ondernemer na te leven. De ondernemer heeft in zijn huisregels
bepaald dat het plaatsen van aan- of bijbouwsels zonder schriftelijke toestemming van de ondernemer niet is toegestaan. Voor aanbouw aan huisjes/caravans in de vakken C en D geeft de ondernemer geen toestemming in verband met een mondelinge afspraak met de brandweer.
De commissie is van oordeel dat de consument niet gedwongen kan worden de Recron-voorwaarden te accepteren, aangezien deze niet eenzijdig door de ondernemer kunnen worden opgelegd. De ondernemer kan wel van de consument eisen dat deze zich houdt aan de voorschriften van de overheid. Niet is gebleken dat hiervan geen sprake zou zijn. De consument heeft van de gemeente een bouwvergunning verkregen en heeft verklaard, hetgeen door de ondernemer niet is weersproken, dat hij de eisen die in verband met brandveiligheid worden gesteld aan afstanden tussen bebouwingen, in acht heeft genomen. De eis tot afbraak van de ondernemer kan derhalve niet worden gebaseerd op de Recron-voorwaarden noch op overtreding van overheidsregels.
Op grond van artikel 7:215 van het Burgerlijk Wetboek is een huurder niet bevoegd de inrichting of gedaante van het gehuurde geheel of gedeeltelijk te veranderen dan na schriftelijke toestemming, tenzij het gaat om veranderingen en toevoegingen die bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten kunnen worden ongedaan gemaakt of verwijderd. De consument heeft verklaard dat de aanbouw demontabel is en geplaatst is op de bestaande tegelvloer. Feitelijk heeft de consument de aanbouw een keer verwijderd en weer teruggeplaatst. Welke kosten de ondernemer zou moeten maken, indien hij de aanbouw zou moeten afbreken, is de commissie niet bekend.
Indien de ondernemer meent dat de consument artikel 7:215 heeft overtreden, kan de ondernemer zich met zijn eis tot afbraak tot de kantonrechter wenden. De commissie acht zich niet bevoegd hierover te oordelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Op de overeenkomst tussen de ondernemer en de consument zijn niet de Recron-voorwaarden voor vaste plaatsen van toepassing. De ondernemer kan derhalve de consument niet op grond van deze voorwaarden en daarmee samenhangende huisregels noch op grond van overtreding van overheidsvoorschriften verplichten de door hem geplaatst aanbouw te verwijderen.

De commissie acht zich niet bevoegd te oordelen over de vraag of de consument artikel 7:215 BW heeft overtreden. Dit is voorbehouden aan de bevoegde kantonrechter.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie op 8 november 2006.