Reisorganisator is onvoldoende in de gelegenheid gesteld om vervangend vervoer te regelen. Klager heeft schade niet beperkt.

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Totstandkoming    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI04-0547

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 20 december 2003met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren voor twee personen van:   a. het verblijf in een appartement op basis van logies voor de periode van 16 januari 2004 t/m 25 januari 2004 op Curaçao; b. het verblijf in een hotel in de buurt van Amsterdam Schiphol gedurende de nacht van 15 op 16 januari 2004 en c. de retourtickets Amsterdam-Curaçao per vliegtuig, voor de som van in totaal € 1.958,78.   Uit de overgelegde bescheiden blijkt dat het verblijf in het hotel in de buurt van Amsterdam Schiphol, de heenvlucht alsook het verblijf op Curaçao naar de wens van klager zijn geweest, maar dat zijn klacht zich richt op de terugvlucht. Deze terugvlucht is door omstandigheden (namelijk het faillissement van [naam luchtvaartmaatschappij]) tweemaal telkens een hele dag uitgesteld. Toen de vlucht voor een derde maal werd vertraagd– ditmaal circa 12 uren – heeft klager na mededeling aan de reisorganisator, die de accommodatie op Curaçao had verzorgd, aan de hostess ter plaatse alsook aan de reisverzekeraar meegedeeld niet (langer) op de aangekondigde vlucht te kunnen en zullen wachten en met een andere luchtvaartmaatschappij terug naar Nederland te reizen.   Klager heeft op 27 januari 2004 de klacht voorgelegd aan de reisorganisator.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt en is uitgebreid beschreven in aan partijen bekende brieven aan de reisorganisator.   Nadat onze terugvlucht al enkele malen was vertraagd in verband met de financiële perikelen rond [vliegtuigmaatschappij 1] en [vliegtuigmaatschappij 2] zouden we op dinsdagmiddag naar Nederland terugvliegen. Maar toen bleek er wederom sprake te zijn van een vertraging van tenminste tien uur en zouden we om drie uur in de nacht vertrekken. Toen was de maat voor mij vol: ik heb een bedrijf met tien man personeel en het was onmogelijk nog langer niet aanwezig te zijn om leiding te geven. Bovendien had ik afspraken gepland die ik niet wilde uitstellen. Ik heb zowel de reisorganisator als [het boekingskantoor] de mogelijkheid gegeven tickets per [andere vliegtuigmaatschappij] te regelen, zo niet dan zouden de komende kosten voor hun rekening zijn. De reisorganisator heeft hierop tickets geregeld om met [de andere vliegtuigmaatschappij] terug te vliegen. De kosten van extra autohuur vielen niet onder de reisverzekering. Ik had geen annuleringsverzekering afgesloten en ook geen andere specifieke verzekering in verband met mijn onmisbaarheid op het werk, want ik kan me niet voor ieder wissewasje verzekeren. Toen ik de vlucht boekte deed ik dat met [vliegtuigmaatschappij 2], want ik had geen negatieve ervaringen en uiteindelijk gingen we met [vliegtuigmaatschappij 1] naar de Antillen. Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt en is uitgebreider beschreven in de aan partijen bekende brieven aan klager.   Inderdaad waren er problemen met de terugvlucht met [vliegtuigmaatschappij 1] en werd die terugvlucht steeds vertraagd. Als eerste werd er door [het boekingskantoor] voor gezorgd dat degenen die hun gehele pakketreis bij [het boekingskantoor] hadden geboekt terug konden vliegen. Klager had echter niet de vlucht bij [het boekingskantoor] geboekt, maar alleen de accommodatie. Op zeker moment werd ons gevraagd tickets voor de terugvlucht per [andere vliegtuigmaatschappij] te boeken. Door het tijdsverschil was er voor ons nauwelijks iets te bewerkstelligen. Omdat [vliegtuigmaatschappij 2] en [vliegtuigmaatschappij 1] (bij deze maatschappij had [vliegtuigmaatschappij 2] een vliegtuig gehuurd) geen samenwerkingsverband met [de andere vliegtuigmaatschappij] hebben was er geen sprake van een omboeking, maar moesten aparte tickets worden gekocht. Als er sprake was geweest van een omboeking of als klager was meegegaan met de geplande vlucht van drie uur ’s nachts had hij niet of nauwelijks extra kosten gehad. Toen dat verzoek ons bereikte, hadden we circa twee en een half uur om een oplossing te vinden en dit in orde te maken, waarbij ook nog eens het tijdsverschil een rol speelde. Daarbij gold echter dat welke oplossing we ook zouden kunnen vinden, klager toch al had besloten om met de betreffende [andere]-vlucht terug te keren. Hij had het initiatief. Als klager iets langer had afgewacht, had hij gratis kunnen terugvliegen met het vervangende vervoer dat [vliegtuigmaatschappij 2] uiteindelijk had geregeld. Overigens is het niet zo dat [vliegtuigmaatschappij 2] alle extra kosten heeft voldaan, maar was hij met het vervangend vervoer van [vliegtuigmaatschappij 2] teruggekeerd dan had klager ook (in belangrijke mate) zijn extra in redelijkheid gemaakte verblijfskosten vergoed gekregen. Aldus heeft klager geprobeerd de door hem gemaakte kosten af te wentelen op de reisorganisator, hoewel hij een naar verhouding goedkope verzekering had kunnen afsluiten en eveneens nog tien uur had kunnen wachten op zijn ‘gratis’ terugvlucht.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Het mag zo zijn dat in beginsel een reisovereenkomst correct moet worden uitgevoerd en dat de organisator daarvan –in casu in dit geval het reisbureau- daarvoor aansprakelijk is, maar dat laat onverlet dat de reiziger de schade moet proberen te beperken.   In casu is van een beperking van de schade in het geheel geen sprake geweest nu klager besloten had om op 27 januari 2004 terug te keren per [andere vliegtuigmaatschappij] en niet langer te wachten op de mogelijkheid van door [vliegtuigmaatschappij 2] te regelen vervangend vervoer en de reisorganisator geen speelruimte te laten. Niet voor niets wordt op het klachtenformulier vermeld: ‘Wij hebben [naam reisorganisator] en [het boekingskantoor] de kans gegeven een ticket te krijgen voor de [andere] vlucht van dinsdagmiddag, zo niet, dan zouden de komende kosten voor hun rekening zijn ’.   Immers aannemelijk is geworden dat als klager nog tien uur had afgewacht, hij naar alle waarschijnlijkheid “gratis” had kunnen terugvliegen met het vervangende vervoer dat [vliegtuigmaatschappij 2]  uiteindelijk had geregeld en ook zijn in redelijkheid gemaakte extra verblijfkosten (in belangrijke mate) vergoed had kunnen krijgen. Klager heeft die termijn van tien uur echter niet willen afwachten.   Klager stelt zich op het standpunt dat hij niet langer tien uur kon wachten in verband met de werkzaamheden van zijn bedrijf en dat hij wel moest terugvliegen met de betreffende [andere]-vlucht. De commissie kan dat echter niet inzien. Klager verbleef geruime tijd op Curaçao en kon in de oorspronkelijk geboekte periode van 16 januari 2004 tot en met 25 januari 2004 kennelijk wel degelijk worden gemist bij de bedrijfsvoering van zijn bedrijf. Vooralsnog valt niet in te zien dat klager niet nog een enkele dag langer kon worden gemist: hij had namelijk te horen gekregen dat hij tien uur later zou kunnen terugvliegen. Bovendien had klager geplande afspraken ofwel kunnen verschuiven ofwel een van zijn medewerkers met de uitvoering daarvan kunnen belasten. Voor het geval klager absoluut onmisbaar zou zijn binnen zijn bedrijf, had het naar het oordeel van de commissie voor de hand gelegen dat klager daartoe een verzekering zou afsluiten welke de kosten zou vergoeden in het geval hij noodgedwongen naar Nederland had moeten terugkeren en dit niet via [vliegtuigmaatschappij 2] had gekund.   Overigens heeft klager de door hem gestelde twee dagen bedrijfsschade ad € 1.000,– per dag in het geheel niet onderbouwd. Voorts acht de commissie de door klager geclaimde extra verblijfskosten ad € 1.400,– voor twee dagen nogal excessief; zeker als dit wordt afgezet tot de ticketkosten ad € 536,– per persoon.   De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ongegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door klager verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, op 16 november 2004.