Schade opslag meubels vergoed conform vaststelling deskundige. Geen onverschuldigde betaling.

  • Home >>
  • Verhuizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verhuizen    Categorie: Onverschuldigde betaling / Schadevergoeding    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 170076/184347

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil betreft de opslag van meubels. Consument maakt vanaf 2007 gebruik van opslag voor wat betreft de erfmeubelstukken van haar moeder. Tijdens een bezoek aan de opslaglocatie om de meubels op te halen, bleek een kist zoek en toen deze werd teruggevonden was een deel van de meubels erg beschadigd. Consument verlangt vergoeding van deze meubels, vergoeding van de ten onrechte betaalde opslagkosten en vergoeding van de premie voor de opslagverzekering, die nooit door de ondernemer bleek te zijn afgesloten. De ondernemer heeft erkend dat de verzekeringspremie aan de consument dient te worden terugbetaald. Wat betreft de schade aan de meubels volgt de commissie het rapport van de deskundige die de schade heeft begroot, dat aan de consument wordt toegekend. Deze taxatie is de meest geobjectiveerde basis voor het vaststellen van het schadebedrag. De commissie volgt de consument niet in haar stelling dat, nu een deel van de goederen door handelen van de ondernemer verloren is gegaan, zij voor de kosten van de opslag onverschuldigd heeft betaald. De commissie is van oordeel dat de zaken wel degelijk de hele tijd door de ondernemer zijn opgeslagen. De ondernemer heeft aan zijn opslagplicht voldaan en daarvoor dient te worden betaald. Het is onduidelijk wanneer de schade is ontstaan, maar met de toegekende schadevergoeding kan een deel van de zaken worden hersteld. De klacht is gegrond.

Volledige uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Verhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De deskundige [naam deskundige] heeft een rapport uitgebracht.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2023 te Den Haag.

De commissie heeft de behandeling van het geschil op basis van de stukken, zonder mondelinge behandeling, afgedaan.

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de opslag van meubels.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het namens haar verwoorde standpunt op het volgende neer.

Cliënte maakt reeds sedert 2007 gebruik van uw opslag voor wat betreft de erfmeubelstukken van haar moeder. Op 30 augustus 2007 zijn deze goederen in de kisten met de nummers 81 en 192 geplaatst. De meubels waren bij de plaatsing in de kisten in goede staat. Op 4 februari jl. heeft cliënte de opslaglocatie bezocht om de meubels op te halen en weer in gebruik te nemen. Tot grote schrik van cliënte bleek dat de kist met het nummer 81 niet meer aanwezig was. Wel werd een andere kist getraceerd (met het nummer 532/14) en is gebleken dat de meubels zeer beschadigd zijn aangetroffen. De klacht van cliënte ziet niet alleen op de beschadigde meubels het gaat om een drietal aspecten.

Vergoeding beschadigde meubels.

De expert heeft cliënte middels zijn schrijven van 17 maart jl. een voorstel gedaan om de schade af te wikkelen tegen de vergoeding van een bedrag van € 3.250,–. Bij het bericht van de expert is een begroting gevoegd waarin hij puntsgewijs de vervangingswaarde/ dagwaarde van de artikelen benoemd. Met cliënte constateer ik dat de waarde door de expert voor vrijwel alle goederen te laag is vastgesteld. Er worden vervangingswaardes benoemd, echter veel van de beschadigde goederen zijn niet of zelden te koop en een vervanging zal derhalve niet eenvoudig worden. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het Auping bed waarvan de dagwaarde is bepaald op € 400,–. Het betreffende bed heeft echter een afwijkende maat van 1.20 meter. Een vervanging voor € 400,– wordt vrijwel onmogelijk. Dit nog los van het feit dat de waardebepaling dan nog kennelijk inclusief bezorging zou zijn, hetgeen het mede geen realistische begroting maakt. Ook voor wat betreft de beschadigde antieke goederen zal het vrijwel onmogelijk worden een vergelijkbaar exemplaar te vinden. Cliënte is bereid om genoegen te nemen met een schadevergoeding van € 5.000,–.

Vergoeding ten onrechte betaalde opslagkosten.

Voor cliënte is het onacceptabel dat [naam ondernemer] kennelijk eerder op de hoogte moet zijn geweest van de schade, maar dit niet aan haar is gemeld. Immers de goederen zijn in 2007 opgeslagen in kist nummer 81 en recentelijk blijken alle goederen te zijn overgezet in kist 532/14. De afgebroken poten en de marmer scherven van het tafelblad zaten opgeborgen in verhuisdozen [met naam ondernemer] tussen de vernielde meubels. Iemand bij de ondernemer heeft aldus de beschadigde goederen in verhuisdozen gestopt en terug in de opslag gedaan. Op de vraag van cliënte wanneer de schade is veroorzaakt is geen reactie verkregen. Nu een deel van de goederen door een handelen van ondernemer teniet zijn gegaan, constateer ik met cliënte dat zij voor de kosten van de opslag onverschuldigd heeft betaald. Ook voor wat betreft dit punt is cliënte bereid een voorstel te doen om mogelijk de kwestie spoedig te regelen. In totaal heeft cliënte voor de tweetal kisten vanaf 2007 een bedrag van € 14.849,75 voldaan. Dit bedrag ziet op de twee kisten samen van 15 m3. Kist 81 was 6 m3 en kist 192 was 9m3. Voor de kist met de inhoud van 6m3 vertegenwoordigt dit een bedrag van € 5.939,90. Cliënte is bereid om met de vergoeding van de helft van dit bedrag voor onverschuldigd betaalde opslagkosten genoegen te nemen, zijnde het bedrag van € 2.969,95, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Vergoeding premie opslagverzekering

Gelet op de ontstane schade is de ondernemer verzocht om de schade te melden op de afgesloten opslagverzekering. Bij de opslag van de goederen in 2007 is afgesproken dat de ondernemer de opslagverzekering zou afsluiten en maandelijks is hiervoor de premie afgeschreven, recentelijk een bedrag van € 6,56 per maand. Wederom schepte de reactie van de ondernemer verbazing door kenbaar te maken dat de opslagverzekering nimmer door de ondernemer is afgesloten. De incasso van de opslagverzekering is echter niet stopgezet en het onverschuldigde bedrag vermeerderd met de wettelijke rente is nog niet teruggestort.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument geeft aan dat op drie aspecten een meningsverschil is:

1 Terugvordering voor volgens mevrouw onterechte betaling voor een opslag kist. Mevrouw geeft aan dat wij de opslag kosten moeten terugbetalen omdat er schade in heeft gestaan en wij dit niet gemeld hebben. Wij op de administratie weten niet wanneer de schade is ontstaan. Als wij dit hadden geweten hadden wij zeker een melding gemaakt. De kist heeft gewoon in de opslag gestaan waarbij ook niet alles beschadigd is, de opslag kisten waren gewoon nodig en niet beschikbaar voor andere klanten. Wij hebben in een werkoverleg dit besproken en gevraagd of dit ergens bij iemand gebeurd is, maar komen daar niet mee verder, het vermoeden is dat bij onze verhuizing van de [naam]straat naar de [naam]straat in december 2021 daar iets gebeurd moet zijn, neemt niet weg dat de kisten nog steeds vol waren.

2 Terugvorderen van het onterechte betaalde verzekering premie. Wij zijn bereid terzake een bedrag van € 836,47 te betalen.

3  Het totale schadebedrag.

Wij hebben via mail te kennen gegeven op 17 mei 2022 om het schadebedrag te verhogen naar € 4.250,–dit is vastgesteld door de verzekeringsexpert wij gaan van hun expertise uit.

Ik begrijp ik dat het discussiepunt grotendeels enkel nog zit in terugvordering voor volgens mevrouw onterechte betaling voor een opslag kist.

Onze mening is dat dit niet terecht is, dit neemt namelijk niets af van de dienst die wij hiervoor verleend hebben, we hebben onze excuses en vergoedingen voor de schade voorgesteld en naar onze mening conform de verzekering afgehandeld, we hebben zelfs extra ons best gedaan om het schade bedrag hoger te krijgen, wat ook gelukt is.

Rapport van de deskundige

De deskundige heeft het volgende gerapporteerd.

Naar aanleiding van deze schade hebben wij alle door u aangeleverde stukken ontvangen en deze bestudeerd. Deze kwestie gaat over de volgende drie zaken:

  1. Waarde beschadigde meubels
  2. Opslagkosten
  3. Opslagverzekering.

Daarna is er door ons een afspraak gemaakt met benadeelde en verhuisbedrijf, dit om de schade visueel te bekijken en heb beide partijen te spreken. Door ons is besproken over welke goederen, de oorzaak en de dekking. Deze bevestigen dat het om de navolgende zaken gaat:

  1. Witte fauteuil
  2. Witte stoel
  3. Drie blauwe stoelen
  4. Marmeren eettafel
  5. Auping bed
  6. Groene fauteuil
  7. Kastje
  8. Emaille tafelblad
  9. Bijzettafel.

Wat betreft beschadigde meubels:

De witte fauteuil. Dit betreft een antieke fauteuil. De schade is door ons vastgesteld op basis van een totaalverlies. Er is een vervangingswaarde vastgesteld van € 500,–.

De witte stoel. Deze is eveneens antiek. Er is één witte stoel beschadigt uit een set van 3. De schade is vastgesteld op basis van een totaalverlies van de kapotte stoel en gerekend met waarde vermindering van de twee overige stoelen. Totaal bedraagt de vervangingswaarde € 125,–. Voor de beide andere stoelen is door ons een bedrag vastgesteld van € 100,–. Totaal € 325,–.

De drie blauwe stoelen, ook antiek. Deze drie stoelen zijn onderdeel van een set van zes. De schade is vastgesteld op basis van een totaalverlies voor de drie kapotte stoelen en er is gerekend met een waardevermindering voor de drie overige stoelen. Deze soortgelijke stoelen zijn te koop voor een bedrag van 100,– per stuk. Voor een vergelijkbare stoel In top staat wordt bij een antiekhandelaar € 150,– per stuk betaald. Door ons is € 100,– vastgesteld per kapotte stoel en € 80,– voor de drie overige stoelen. Totaal € 540,–.

Marmeren eettafel, ook antiek. De schade is vastgesteld op basis van een totaalverlies en er is gerekend met een vervangingswaarde. Eenzelfde soort tafel wordt op internet bij een antiekhandelaar voor € 1450,– aangeboden. Door ons is dit bedrag vastgesteld.

Auping bed. De schade is vastgesteld op basis van een totaalverlies van de ombouw en gezien de leeftijd en vergelijkbare waarde op internet is er gerekend met een dagwaarde. Op internet wordt een dergelijke ombouw aangeboden tussen de € 250,– en € 500,–. Door ons is een bedrag vastgesteld van €375,–. Groene fauteuil, de schade is reeds hersteld door Antiekhal [naam]. Gerekend met de herstelkosten van € 20,–.

Kastje, de schade is reeds hersteld door Antiekhal [naam]. Gerekend met de herstelkosten van € 20,–. Emaille tafelblad, op maat te bestellen bij tafelblad.eu. Door ons is de schade vastgesteld op basis van een totaalverlies. Gerekend met een vervangingswaarde van € 325,–. Bij dit blad is door ons geen rekening gehouden met de ouderdom.

Bijzettafel. Deze is door ons vastgesteld op basis van een totaalverlies. Gezien de leeftijd is de bijzettafel door ons vastgesteld op dagwaarde van € 60,–. Wij hebben uitgebreid onderzoek gedaan bij antiquairs en op Internet naar de waarde van alle geclaimde inboedelstukken.

De totale schade is door ons vastgesteld op € 3.615,–

Wat betreft opslagkosten; Hierover is door ons alleen te zeggen dat deze goederen gedurende de hele huurperiode gestaan hebben bij de verhuizer. Door ons is niet te achterhalen wanneer de schade veroorzaakt is. Wel is het aannemelijk dat de schade ontstaan is tijdens opslag omdat de kisten gewisseld zijn. De verhuizer weet niet wanneer dit exact gebeurd is. Het personeel heeft dit ongeluk niet bekend gemaakt ten tijde van het voorval.

Wat betreft opslagverzekeringspremie; Hierover heb ik kunnen vaststellen dat premie betaald is door benadeelde en dat er geen verzekering is afgesloten voor de opslag.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie zal de geschilpunten achtereenvolgens behandelen.

Verzekeringspremie

Terzake heeft de ondernemer erkend een bedrag van € 836,47 aan de consument verschuldigd te zijn. Dit bedrag is toewijsbaar.

Schade

De commissie onderschrijft het rapport van de deskundige die de schade is begroot op een bedrag van € 3.615,–. Dit bedrag is er ook toewijsbaar.

De commissie heeft kennisgenomen van het aanbod van de ondernemer een bedrag van € 4.250,– te betalen, maar de commissie gaat daaraan voorbij, omdat niet gebleken is dat de consument dit aanbod heeft aanvaard. De taxatie door de deskundige is de meest geobjectiveerde basis voor het schadebedrag.

Onverschuldigde betaling

De consument stelt dat, nu een deel van de goederen door handelen van de ondernemer teniet is gegaan, zij voor de kosten van de opslag onverschuldigd heeft betaald.

De commissie kan niet in dit standpunt meegaan, omdat de zaken wel degelijk de hele tijd door de ondernemer zijn opgeslagen en onduidelijk is gebleven wanneer de schade is ontstaan. Bovendien is herstel van een gedeelte van de zaken mogelijk dankzij de daarvoor aan de consument toekomende vergoeding.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Voor zover nog niet voldaan dient de onderneming aan de consument een bedrag van € 4.451,47 te betalen binnen vier weken na datum verzending binnen het advies. Bij gebreke van tijdige betaling is de ondernemer bovendien wettelijke rente verschuldigd.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Het meer of anders verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verhuizen, bestaande uit mr. D.J. Buijs, voorzitter, L. Pot en mr. M.A. Keulen, leden, op 10 augustus 2023.