Schadevergoeding als gevolg van het onterecht afboeken van tegoeduren in de lockdownperiode

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Opzegging overeenkomst    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 146230/171030

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil betreft het feit dat de ondernemer de tegoeduren van de consument die zijn opgebouwd tijdens de lockdownperiode heeft afgeboekt. De consument heeft met de ondernemer een opvangcontract voor buitenschoolse opvang gesloten, ten behoeve van zijn twee kinderen. De consument bouwt conform die overeenkomst elke maand zogenaamde tegoeduren op. Deze tegoeduren kunnen worden ingezet tijdens vakanties en studiedagen. De ondernemer heeft besloten om de tegoeduren, die zijn opgebouwd tijdens de lockdownperiode in 2021, af te boeken waardoor de consument daar geen gebruik meer van kan maken. Het gevolg hiervan is dat de consument voor de opvang tijdens de vakanties heeft moeten bijbetalen, terwijl hij daar normaliter zijn tegoed voor kon gebruiken. De ondernemer stelt dat wanneer het opvangtegoed niet zou worden afgeboekt, de consument dan beschikt over tegoeduren waarvan hij de kosten van de overheid gecompenseerd heeft gekregen. De commissie is van oordeel dat de ondernemer, door de tegoeduren af te boeken, tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met de consument nu er geen wijziging heeft plaatsgevonden in de overeenkomst. Er is daarmee sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst in de zin van artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek. De klacht is gegrond.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft het feit dat de ondernemer de tegoeduren van de consument heeft afgeboekt die zijn opgebouwd tijdens de lockdownperiode.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft met de ondernemer een opvangcontract voor buitenschoolse opvang gesloten, ten behoeve van zijn twee kinderen. De consument bouwt conform die overeenkomst elke maand zogenaamde tegoeduren op. Deze tegoeduren kunnen worden ingezet tijdens vakanties en studiedagen. De ondernemer heeft besloten om de tegoeduren, die hij heeft opgebouwd tijdens de lockdownperiode in 2021, af te boeken waardoor de consument daar geen gebruik meer van kan maken. Het gevolg hiervan is dat de consument voor de opvang tijdens de vakanties heeft moeten bijbetalen, terwijl hij daar normaliter zijn tegoed voor kon gebruiken. De consument acht het niet redelijk dat de ondernemer zijn tegoed heeft afgeboekt, aangezien hij de gehele lockdownperiode heeft doorbetaald voor de opvang, waar hij overigens geen gebruik van heeft gemaakt, en hij dus ook heeft doorbetaald voor het opvangtegoed. Hierbij is volgens de consument irrelevant dat hij voor deze betalingen is gecompenseerd door de overheid. De consument vordert van de ondernemer het bedrag dat hij nu extra heeft moeten betalen voor de vakantieopvang, zijnde € 480,48.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De maandelijkse facturen die de ondernemer in rekening brengt bestaan uit twee delen. Het eerste deel betreffen de kosten voor de opvanguren in de schoolweken en het tweede deel betreffen de kosten voor opvanguren in periodes waarin scholen dicht zijn of waarin meer behoefte is aan opvanguren. Die laatste uren worden in feite gereserveerd maar nog niet ingezet. Dit zogenaamde opvangtegoed is dus gelijk over het jaar verdeeld. In de lockdownperiode heeft de consument de maandelijkse facturen doorbetaald maar de consument is hiervoor gecompenseerd door de overheid. Als gevolg van die compensatie is er over die periode geen tegoed opgebouwd omdat die extra gereserveerde uren ook zijn vergoed. Als de ondernemer dat opvangtegoed niet zou afboeken, dan beschikt de consument over tegoeduren waarvan hij de kosten gecompenseerd heeft gekregen. Vanwege die compensatie is over die periode feitelijk geen tegoed opgebouwd. De ondernemer is van mening dat het verzoek om schadevergoeding dient te worden afgewezen.

Beoordeling van het geschil
De commissie overweegt het volgende.

De ondernemer biedt de mogelijkheid om tegoeduren op te bouwen en de consument maakt daar gebruik van. De kosten van deze tegoeduren worden over het jaar verspreid, door elke maand een deel van de tegoeduren in rekening te brengen. Dat betekent dat de consument contractueel verplicht is om de tegoeduren elke maand te voldoen en dat de ondernemer verplicht is om deze tegoeduren elke maand voor de consument op te bouwen.

Niet in geschil is dat de consument zijn facturen, die dus deels bestaan uit een betaling van de tegoeduren, heeft doorbetaald gedurende de betreffende lockdownperiode. De consument heeft daarmee betaald voor de tegoeduren en de ondernemer heeft betaald gekregen voor de tegoeduren. Waar de consument deze tegoeduren tijdens de lockdownperiode heeft doorbetaald, heeft de ondernemer de in die periode opgebouwde tegoeduren achteraf afgeboekt. De commissie ziet zich voor de vraag gesteld of de ondernemer daartoe gerechtigd was en beantwoordt die vraag ontkennend.

De reden die de ondernemer daarvoor aandraagt, namelijk dat in die periode geen tegoed zou zijn opgebouwd vanwege de compensatie door de overheid, volgt de commissie niet. Het enkele feit dat de consument door de overheid is gecompenseerd, doet immers niets af aan het feit dat de consument heeft betaald voor de tegoeduren en de ondernemer betaald heeft gekregen voor de tegoeduren. Door deze tegoeduren nu af te boeken, verhindert de ondernemer dat de consument van deze – wel betaalde – uren na de lockdownperiode gebruik zou kunnen maken. De ondernemer heeft daarmee dus betaald gekregen voor tegoeduren, zonder dat de ondernemer deze uren na de lockdownperiode levert. Dat de consument heeft besloten om zijn facturen door te betalen tijdens de lockdownperiode, zonder dat de ondernemer daar een prestatie voor leverde, betekent niet dat de ondernemer eenzijdig kan beslissen dat hij ook de daaraan gekoppelde tegoeduren niet meer hoeft te leveren na de lockdownperiode. Bovendien heeft de consument als gevolg hiervan voor de uren waar hij normaliter zijn tegoeduren voor zou inzetten, alsnog moeten betalen, waarmee de ondernemer dubbel betaald wordt voor deze uren.

De commissie heeft voorts in de overeenkomst noch in de algemene voorwaarden een bepaling aangetroffen die maakt dat de ondernemer bevoegd is om de tegoeduren af te boeken. Artikel 2 van de Aanvullende Algemene Voorwaarden vakantieopvang [naam kinderopvang] bepaalt slechts dat niet opgenomen dagen aan het eind van het kalenderjaar vervallen, maar dat is hier niet aan de orde. De ondernemer heeft verwezen naar artikel 15 van de branche algemene voorwaarden maar dit artikel is niet op onderhavige situatie van toepassing. Dit artikel geeft de ondernemer het recht om de overeenkomst eenzijdig te wijzigen op grond van zwaarwegende redenen. Het is de commissie echter niet gebleken dat de ondernemer de overeenkomst met de consument heeft gewijzigd ten aanzien van de tegoeduren.

De commissie is dan ook van oordeel dat de ondernemer, door de tegoeduren af te boeken, tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met de consument. Er is daarmee sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst in de zin van artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek. De commissie zal de klacht daarom gegrond verklaren.

Als gevolg van het onterecht afboeken van de tegoeduren, heeft de consument gesteld dat hij € 480,48 schade heeft geleden. Volgens de consument is dit het bedrag dat hij heeft moeten betalen om zijn kinderen in de vakantie te laten opvangen, omdat hij zijn tegoeduren daar niet voor heeft kunnen inzetten. Dit bedrag is door de ondernemer niet betwist. Derhalve zal de commissie het gevorderde bedrag toewijzen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

verklaart de klacht gegrond;

bepaalt dat de ondernemer binnen veertien dagen na verzending van dit bindend advies een bedrag van € 480,48 aan de consument dient te betalen als vergoeding voor de geleden schade;

bepaalt dat de ondernemer binnen veertien dagen na verzending van dit bindend advies, overeenkomstig het reglement van de commissie, een bedrag van € 25,– aan de consument dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, mevrouw A.J.M. van Hoesel – de Haas, de heer drs. H. Grachten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. N. Sewradj, secretaris, op 18 juli 2022.