Smartphone niet bij consument geleverd, niet identificeerbare handtekening is niet voldoende bewijs

  • Home >>
  • Thuiswinkel >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 4068/14472

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

Het geschil gaat over een smartphone die de consument heeft besteld bij de ondernemer, maar die niet is geleverd. De consument was niet thuis op het moment van bezorgen. Hij heeft navraag gedaan bij zijn schoonmoeder, die onder hem woont, en zijn bovenbuurvrouw. Niemand heeft rond de datum van de levering een voor de consument bestemd pakket aangenomen. De consument wilde dat de telefoon nog geleverd zou worden, maar bij nader inzien heeft hij er toch meer aan als de overeenkomst wordt ontbonden. De ondernemer heeft navraag gedaan bij de vervoerder. Volgens de beschikbare gegevens is het pakketje overhandigd op het adres van de consument en hier is ook voor getekend. De ondernemer stelt dat de informatie van de vervoerder zo gedetailleerd is, dat deze wel moet kloppen. De commissie oordeelt dat het onvoldoende duidelijk is of het pakketje aan de consument of een daartoe door hem aangewezen derde is afgegeven. De door de vervoerder overlegde niet identificeerbare handtekening kan de commissie ook niet overtuigen. De klacht is gegrond. De overeenkomst wordt ontbonden.

Volledige uitspraak

Behandeling van het geschil
De Geschillencommissie Thuiswinkel (verder te noemen: de commissie) heeft bij tussenadvies d.d. 30 januari 2020 de eindbeslissing aangehouden.

De inhoud van dit tussenadvies moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

In het tussenadvies heeft de commissie overwogen:

Naar aanleiding van de mededeling van de consument dat niet geleverd is, heeft de ondernemer onderzoek gedaan hoe en wanneer geleverd zou zijn. Daarbij is door de vervoerder aangegeven dat geleverd is aan de moeder van de consument, waarmee volgens de commissie ook de schoonmoeder aangeduid kan zijn. Er is een afgetekend formulier overgelegd.

Het te leveren product betreft een dure smartphone. Op de door de ondernemer overgelegde afleverbon is alleen een niet identificeerbare krabbel geplaatst, waarbij niet vermeld staat wie de betreffende krabbel geplaatst heeft, terwijl ook niet blijkt dat om een legitimatiebewijs van de ontvanger gevraagd is.

De consument stelt dat de telefoon niet geleverd is, de ondernemer stelt dat dat wel het geval is. In beide situaties is sprake van een mogelijk strafbaar feit.

Naar het oordeel van de commissie mag daarom, zeker bij een dergelijk duur apparaat, een diepgaander onderzoek verwacht worden van een ondernemer. De commissie zal de ondernemer in de gelegenheid stellen om alsnog nader onderzoek te doen, bijvoorbeeld aan de hand van de specifieke gegevens van het betreffende apparaat, zoals een IMEI-nummer, en de commissie daarover schriftelijk te informeren.

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door [naam] en [naam].

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument was niet thuis op het moment van bezorgen, er was niemand op zijn adres aanwezig.

De schoonmoeder van de consument woont niet op hetzelfde adres, maar in de woning onder die van de consument, op de begane grond. De woning van de schoonmoeder betreft een andere, zelfstandige woning met een eigen huisnummer. De schoonmoeder van de consument neemt wel eens pakketten voor de consument aan als hij niet thuis is.

De consument heeft navraag gedaan bij zijn schoonmoeder en ook bij de bovenbuurvrouw. Niemand heeft op of omstreeks de datum van levering een voor de consument bestemd pakket aangenomen.

De consument heeft aanvankelijk het alsnog leveren van de telefoon gevraagd, bij nader inzien heeft hij thans meer belang bij ontbinding van de overeenkomst. Dan zou hij een recenter model kunnen aanschaffen, waarvoor hij wel weer verwacht naar de ondernemer te zullen gaan.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft navraag gedaan bij de vervoerder. Volgens de daar beschikbare gegevens is het pakketje overhandigd op het adres van de consument. Volgens de bezorger heeft de moeder, waarmee waarschijnlijk de schoonmoeder bedoeld is, het pakketje aangenomen.

De ondernemer acht de informatie van de vervoerder dermate gedetailleerd dat deze wel moet kloppen.

De ondernemer heeft geen IMEI-gegevens. Als dat wel zo zou zijn was, zoals de ondernemer bekend is, Apple niet bereid om mee te werken aan verder onderzoek.

De ondernemer weet niet wat Apple zou doen als sprake was van een strafrechtelijk onderzoek.

De ondernemer overweegt dat in te laten stellen, de ondernemer is tevens bereid de consument ondersteuning te verlenen als hij aangifte zou doen en het tot een strafrechtelijk onderzoek komt.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie dient op grond van het bepaalde in artikel 7:11 van het Burgerlijk Wetboek te beoordelen of het risico voor het product is overgegaan van de ondernemer op de consument, waarvoor bepalend is of de consument het product heeft ontvangen.

De ondernemer heeft een verklaring van de vervoerder overgelegd, inhoudende dat het product aan de moeder van de consument is afgegeven en dat zij voor ontvangst getekend heeft. De vervoerder heeft daarbij mogelijk de schoonmoeder bedoeld. Zij woont niet op hetzelfde adres als de consument.

De consument heeft verklaard dat hij niet thuis was en dat bij navraag niemand namens hem een pakketje in ontvangst genomen heeft. De handtekening is in ieder geval niet van de consument.
Naar het oordeel van de commissie is onvoldoende aannemelijk geworden dat het pakketje aan de consument of een daartoe door hem aangewezen derde is afgegeven. De door de vervoerder overgelegde niet identificeerbare handtekening met daaronder de naam “[naam]” kan de commissie ook niet echt overtuigen, nu de naam van de schoonmoeder van de consument [naam schoonmoeder] is.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

De consument heeft ontbinding van de overeenkomst gevraagd. De commissie acht dat in dit geval een redelijke oplossing van het geschil. Het staat partijen vrij om in plaats daarvan in overleg te gaan over levering van een nieuwer model smartphone en het daarvoor eventueel door de consument bij te betalen bedrag.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De overeenkomst d.d. 16 juni 2019 wordt ontbonden verklaard. Dit betekent dat de ondernemer de koopprijs ad € 1.659,– aan de consument terugbetaalt.

Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, mr. S.L.R. van Nuijs en mr. P. Rijpstra, leden, op 3 september 2020.