Storing CV-ketel niet verholpen; mag ondernemer toch kosten rekenen?

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Installerende bedrijven    Categorie: Kosten    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 29235/33811

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

In geschil zijn de kosten voor de uitgevoerde reparatiewerkzaamheden aan de cv-ketel van de consument. De monteur van de ondernemer is tweemaal bij de consument geweest in verband met een storingsmelding. Volgens de consument zijn er onnodig kosten in rekening gebracht, omdat de monteur de storing niet heeft kunnen verhelpen. Tijdens het eerste bezoek heeft de monteur de ontstekingsset vervangen. Volgens de commissie is dit een logische inspanning voor het verhelpen van de betreffende storing. Bij het tweede bezoek heeft de monteur geconstateerd dat de aarding niet goed is aangebracht en zodoende de consument het advies gegeven de elektrische installatie na te laten kijken. De consument betwist dat hier de oorzaak van het probleem ligt. Naar het oordeel van de commissie heeft de monteur op juiste wijze onderzoek gedaan, onderdelen vervangen en werkzaamheden verricht. Het is aannemelijk dat de oorzaak van de storing gevonden kan worden in de aardingsproblematiek en de ondernemer heeft aan zijn verplichting uit de Algemene Voorwaarden voor Installatiewerk voor Consumenten voldaan door de consument hierop te wijzen. De commissie komt tot het oordeel dat de ondernemer in redelijkheid volledige betaling kan eisen. De klacht wordt ongegrond verklaard.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een in februari 2020 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het doen van reparatiewerkzaamheden aan de CV-ketel. Daarvoor is de consument in rekening gebracht € 211,92 (hierna: de eerste factuur) en € 144,62 (hierna: de tweede factuur), te weten in totaal: € 356,54.

De werkzaamheden zijn uitgevoerd en de facturen zijn na incassomaatregelen onder protest voldaan.

De consument heeft op 25 februari 2020 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De monteur van de ondernemer is twee keer langs geweest voor het verhelpen van dezelfde storing. Deze heeft hij niet kunnen oplossen. Desondanks zijn diens werkzaamheden middels twee facturen in rekening gebracht zonder dat tot een oplossing is gekomen. Gedachte van de monteur: ‘het ligt aan de elektriciteit van de woning waardoor de CV niet werkt’. Dit leek mij vreemd, want de CV heeft het altijd gedaan en er zijn geen elektra storingen bekend in het huis. Ik heb hem er op gewezen dat aan de hand van de symptomen van de CV-ketel, het vermoedelijk aan de branderautomaat ligt. Dit had ik zelf ontdekt na een zoekopdracht op google. Hij ontkende dat dat het kon zijn en verzocht mij om een elektricien te laten komen. Daarna is hij weggegaan. Ik heb dezelfde avond een branderautomaat aangeschaft.

Ik heb de facturen ‘onder protest betaald’ aan incassobureau. Dit omdat de monteur de storing niet heeft kunnen oplossen en mij daarvoor dus onnodig kosten in rekening zijn gebracht. Ik heb uiteindelijk zelf een branderautomaat moeten kopen en plaatsen, waarmee het wel is opgelost.

Ik ben bereid om enkel de voorrijkosten te betalen van € 40,–, verder heeft de ondernemer niet de dienst geleverd waarvoor hij kwam. Het te veel betaalde vorder ik daarom terug als onverschuldigd betaald.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft op 21 februari 2020 een storing aan zijn CV-ketel gemeld bij de ondernemer. De monteur heeft op die datum getracht de storing op te lossen. De CV-ketel gaf een 6a storing aan, waarvoor de ontstekingsset is vervangen.

Daarna is de monteur nogmaals bij de consument geweest voor het zich herhalen van de storing: weer storingscode 6a; te weinig ionisatie, alles is getest. De CV-ketel is volledig gecontroleerd: ontstekingspen, ontsteek travo uitgewisseld, brander gedemonteerd, wisselaar gecontroleerd op verstopping, gas voordruk gecontroleerd; inspuiten gas; rendementsmeting c.q. afstelling ging niet daar brander eerder uitviel.

De uitlezing op de ketel bleef te laag om te gaan branden. Na overleg met [leverancier van verwarmingsapparatuur] is de aarding gecontroleerd en er bleek geen aarding vanuit de meterkast weg te gaan naar buiten; in een lasdoos op zolder bleek dat zwarte draad was gebruikt in plaats van geelgroen aardedraad. Op basis hiervan is door de monteur het advies gegeven de elektrische installatie na te laten kijken, waarin ook geen aardlekautomaat zat.

De vordering is uit handen gegeven aan ons incassobureau. Er is op dit moment geen sprake meer van een openstaand bedrag.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Aan de eerste factuur ten bedrage van in totaal € 211,92 liggen passende en redelijke werkzaamheden ten grondslag. Het vervangen van de ontstekingsset (€ 63,21 exclusief BTW) is een logische inspanning voor het verhelpen van een 6A storing. De consument is door die vervanging gebaat, ook nu daardoor de storing niet bleek te zijn verholpen. De verschuldigdheid van de voorrijkosten (€ 37,23 exclusief BTW) is niet door de consument betwist. Ook op het bedrag aan arbeidskosten (€ 74,70 exclusief BTW) is indachtig wat allemaal is gecontroleerd, niets aan te merken.

De slotsom luidt dan ook dat de ondernemer in redelijkheid volledige betaling heeft mogen vergen van de eerste factuur.

De commissie is vervolgens van oordeel dat de ondernemer ook in redelijkheid volledige betaling kan eisen van de tweede factuur, waarmee alleen arbeidstijd in rekening is gebracht. Dit oordeel behoeft de volgende toelichting.

Niet is op zich weersproken dat de monteur bij diens tweede bezoek de arbeidsuren heeft gemaakt die met de tweede factuur in rekening zijn gebracht.

Naar het oordeel van de commissie kan niet gezegd worden dat dat tweede bezoek nodeloos is geweest. De monteur heeft namelijk op juiste wijze en in de juiste volgorde onderzoek gedaan, onderdelen vervangen en werkzaamheden verricht en vervolgens ook gestaakt.
Het toestel is uitgevoerd met een randgeaarde netstekker. Het toestel moet dan ook op een wandcontactdoos met randaarde worden aangesloten. De elektrische installatie dient te voldoen aan de geldende voorschriften. Wanneer de ionisatiestroom afwijkt, kan dit veroorzaakt worden door een slechte of geen aarding. Het gevolg kan zijn dat hiervan de branderautomaat defect raakt, of storingen geeft (wat overigens ook in de betreffende service handleiding staat beschreven).

De monteur heeft in casu geconstateerd dat de aarding niet goed is aangebracht en dat dit (door een vakbekwame elektricien) eerst in de orde gemaakt moest worden. Dat is door de monteur terecht meegedeeld aan de consument. De consument heeft de opmerking van de monteur over de niet deugdelijke aarding niet inhoudelijk tegengesproken.

Dat de vervangen branderautomaat de oplossing van het probleem is, is mogelijk. Echter is de kans aanwezig dat ook de nieuwe branderautomaat defect raakt omdat de aarde niet goed\deugdelijk is aangesloten, als aanpassing daarvan nog niet heeft plaatsgevonden.

Aldus is de commissie van oordeel dat de ondernemer\monteur juist heeft gehandeld. Wanneer de consument in vervolg op het uitdrukkelijke advies van de monteur de aarding in orde had laten maken, had de monteur (eventueel in samenspraak met de leverancier/fabrikant) het probleem verder kunnen oplossen.

Voor waarschijnlijk moet worden gehouden dat de service-monteur van de ondernemer zelf geen werkzaamheden aan de elektrische installaties kan en\of mag uitvoeren. Ook hier kan geen tekortschieten worden aangenomen.

In artikel 5 (Verplichtingen van de ondernemer) van de hier van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden voor Installatiewerk voor Consumenten (AVIC) is de verplichting van de ondernemer opgenomen om de consument te wijzen op de op het eerste gezicht kenbare en voor het werk relevante “gebreken van de (on)roerende zaak waaraan het werk wordt verricht”. Dit is wat door de monteur is gedaan door de consument te wijzen op een geconstateerd aardingsprobleem. De ondernemer kon eerst verder met het zoeken naar de oorzaak van de storing, nadat de consument het aardingsprobleem aantoonbaar had verholpen/laten verhelpen. De monteur mocht in afwachting daarvan diens werkzaamheden op dat moment staken.

De slotsom luidt dan ook dat de tweede factuur ad € 144,62 inclusief BTW niet onverschuldigd is betaald.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Wijst af het door de consument verzochte.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, mr. W. van den Berg en de heer P.A. Frank, leden, op 28 augustus 2020.