Uit omstandigheden volgt dat er sprake is van stormschade

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: HISWA-voorwaarden Huur en Verhuur Lig- en/of Bergplaatsen    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT04-0083

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de overeenkomst tot (ver)huur van een ligplaats, welk aanving op 14 april 2002.   De consument heeft op 1 maart 2004 de klacht schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.   De consument heeft een bedrag van € 103,57 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   In de nacht van 31 januari op 1 februari 2004 is de boot van de consument door een van de poten van de bok gezakt en op de grond komen te vallen, waardoor een gat in de romp is ontstaan.   De ondernemer voert aan dat de boot van de bok is gewaaid. Het heeft die nacht inderdaad gestormd. In de windverklaring van het KNMI staat dat het in Harderwijk en omstreken heeft gewaaid met windkracht 8 Beaufort, met windstoten met een kracht van 110 à 120 km per uur. De consument is echter van mening dat niet de wind, maar de zwakheid in de constructie van de bok de oorzaak van de schade is. De consument voert daartoe aan dat de poten van de bokken die de ondernemer gebruikt vaak ingedeukt zijn, waardoor met name de verticale krachten op de bok minder goed opgevangen kunnen worden.   Met betrekking tot het in opdracht van de ondernemer opgestelde deskundigenrapport heeft de consument de volgende kanttekeningen: de zuidwesterstorm kan de boot niet van bakboord achter binnengekomen zijn. Dat klopt niet met de positie van de boot ten tijde van de val en de windrichting. Verder heeft de deskundige geen enkele rekening gehouden met windbrekende elementen, waarvan er talrijke aanwezig waren, onder andere boten, dijken en bomen. Ook stonden er wel degelijk enkele andere boten met grote wintertenten, doch alleen de boot van de consument is op deze wijze beschadigd. Daarnaast gaat de expert ervan uit dat de wintertent het gewicht van de boot heeft kunnen optillen. De consument acht het, gezien de sterkte van het tentdoek, hoogst onwaarschijnlijk dat dit gebeurd zou kunnen zijn. De conclusie van de door de ondernemer ingeschakelde deskundige dat met zekerheid gesteld kan worden dat de wintertent de boosdoener is geweest, acht de consument daarom allerminst aannemelijk.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De ondernemer heeft de bok in kwestie niet bewaard. De consument heeft dat wel verzocht, zij het niet direct na het voorval, omdat in eerste instantie de indruk werd gewekt dat de schade vergoed zou worden door de ondernemer. Het rapport van de door de ondernemer ingeschakelde deskundige ontving de consument eerst na het aanhangig maken van het geschil bij de commissie. De consument heeft ter zitting het tentdoek getoond.   De consument verlangt vergoeding van de reparatiekosten en terugbetaling van het deel van het liggeld groot € 246,–.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De schade aan de boot van de consument is ontstaan in het de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 2004, toen sprake was van een hevige zuidwesterstorm met (zeer) zware windstoten die overlast en plaatselijk schade veroorzaakten. Naar aanleiding van de claim van de consument heeft de ondernemer in eerste instantie op basis van eigen expertise geantwoord. Toen bleek dat de consument zich niet liet overtuigen heeft de ondernemer in overleg met de consument opdracht gegeven aan een expertisebureau om een oordeel te geven over de toedracht van de schade. In het rapport van expertise d.d. 28 september 2004 wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat de wintertent de boosdoener is geweest. De stormachtige zuidwesterstorm heeft de wintertent als het ware opgeblazen en de boot opgetild en weer neergesmakt, waarbij de romp is ingedrukt. Met verwijzing naar het rapport heeft de ondernemer iedere aansprakelijkheid voor schade aan de boot van de consument afgewezen. De consument stelt dat het materiaal (de bok) waarop de boot geplaatst stond gebrekkig was, doch heeft daartoe geen enkel bewijs geleverd.   Ter afwending van een gerechtelijke procedure en teneinde de zaak zonder verder bijkomende kosten te kunnen sluiten, heeft de ondernemer in een bespreking met de consument d.d. 22 augustus 2004 voorgesteld 50% van de reparatiekosten te voldoen, zonder erkenning van schuld en ter finale kwijting. De consument heeft dit aanbod afgewezen waarna de ondernemer het aanbod heeft ingetrokken.   In het bij de commissie aanhangig gemaakte geschil vordert de consument tevens kwijtschelding van het resterende deel van het ligplaatsgeld ad € 246,–, exclusief € 25,– administratiekosten. De ondernemer is van mening dat de consument het verschuldigde ligplaatsgeld heeft te voldoen. Inmiddels heeft de consument de hoofdsom voldaan, doch niet de incassokosten en rente. De ondernemer vordert van de consument nog een bedrag van € 103,57.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De bokken die de ondernemer gebruikt, zijn niet van slechte kwaliteit. De bok waarop de boot van de consument stond, is weggegooid. De consument was de dag na het voorval ter plekke, maar heeft toen niet gevraagd de bok te bewaren. De door de ondernemer ingeschakelde deskundige heeft weldegelijk rekening gehouden met de windsterkte, windrichting, ligging van de boot et cetera. De zorgplicht van de ondernemer gaat niet zo ver dat hij stelselmatig dient bij te houden hoe zijn klanten hun boot bergen. De ondernemer heeft een deskundige ingeschakeld om een gerechtelijke procedure te voorkomen. In eerste instantie heeft de ondernemer alleen de conclusie van de deskundige aan de consument medegedeeld. Het rapport heeft hij in eerste instantie niet af willen geven, voor het geval de consument toch naar de commissie zou stappen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Vast staat dat er in de nacht van 31 januari op 1 februari 2004 schade is ontstaan aan de boot van de consument. In de romp van de boot is een gat c.q. een scheur gekomen. Tussen partijen is in geschil wat de oorzaak van deze schade is. De consument stelt dat de oorzaak van de schade in hoofdzaak is gelegen in de slechte kwaliteit van de bok waarop de boot stond, zodat de ondernemer daardoor aansprakelijk is voor de schade. De ondernemer betwist dit en stelt daar tegenover dat de schade is ontstaan door de storm die in die nacht heeft gewoed.   De commissie stelt vast dat uit de overgelegde foto’s blijkt dat de consument zijn boot had geborgen met een niet gestreken mast en een grote wintertent. De boot in kwestie is bovendien relatief licht, namelijk ongeveer 500 à 600 kilogram. Gezien de sterkte van de storm in de bewuste nacht (te weten: windkracht 8 Beaufort), acht de commissie het daarom zeer waarschijnlijk dat de boot door de wind is opgetild en vervolgens met kracht is neergekomen op de bok, waardoor het gat c.q. scheur in de romp is ontstaan. Het is de commissie uit eigen ervaring bekend dat een storm van die sterkte dergelijke schade kan veroorzaken. Bovendien duidt het gat c.q. de scheur in de romp er op dat er een grote kracht op de romp moet zij uitgevoerd, hetgeen niet het geval zal zijn indien de boot uitsluitend door de romp is gezakt vanwege de slechte kwaliteit van de bok. Dat de bok waarop de boot zich bevond van slechte kwaliteit was, acht de commissie overigens onvoldoende aannemelijk gemaakt.   Naar het oordeel van de commissie strekt de zorgplicht van de ondernemer er niet toe dat hij de consument had moet waarschuwen voor de gevolgen die de door de consument gekozen wijze van bergen van de boot (met niet gestreken mast en grote wintertent) met zich mee kunnen brengen en die zich in dit geval verwezenlijkt hebben.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht van de consument ongegrond is. De ondernemer kan echter geen rente of incassokosten vorderen, nu de consument een procedure bij de commissie heeft opgestart, zulks overeenkomstig artikel 12 lid 10 jo. Artikel 4 lid 3 en 4 van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Ter toelichting zij vermeld dat de laagdrempelige en informele procedure bij de commissie, gericht op beslechting van het materiële geschil, zich slecht verhoudt met toekenning van rente en buitengerechtelijke kosten. Bovendien had de ondernemer deze kosten kunnen voorkomen door zelf een geschil aanhangig te maken bij de commissie.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door de consument verlangde wordt afgewezen.   Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Het depotbedrag wordt overgemaakt aan de consument.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 23 mei 2005.