Uitsluiting aansprakelijkheid schade vanwege ouderdom apparaat door ondernemer niet terecht.

  • Home >>
  • Verhuizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verhuizen    Categorie: Aansprakelijkheid / Schadevergoeding    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 193789/198334

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil tussen partijen gaat over de vraag of de ondernemer schadevergoeding moet betalen vanwege schade ontstaan aan een wasmachine en de trap. De consument stelt dat de ondernemer de wasmachine bij het verhuizen van de trap heeft laten vallen waardoor deze onherstelbaar beschadigd is en er schade aan de trap is ontstaan. De consument heeft hiervoor vergoeding gevraagd aan de ondernemer van € 150,–. De ondernemer stelt niet aansprakelijk te zijn voor de schade omdat de staat waarin de wasmachine verkeerde, de oorzaak is van de val. Door de ouderdom en broosheid heeft het apparaat het vervoer over de trap niet overleefd. Desondanks heeft de ondernemer een bedrag van € 75,– overgemaakt ter compensatie van de schade aan de trap. De commissie kan zich niet vinden in de stelling van de ondernemer. De ondernemer had de mogelijkheid de schade in te brengen bij de verzekeringsmaatschappij met behulp van het garantiecertificaat. Dat is ook in de offerte vermeld. Dat de machine op leeftijd was, wil naar het oordeel van de commissie niet zeggen dat de behuizing broos is of niet zonder schade handelbaar. Nu sprake was van een werkende wasmachine, is er in ieder geval enige restwaarde aan te nemen. De consument heeft niet teveel gevraagd, zeker nu de trap ook is beschadigd. De klacht is gegrond.

Volledige uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Verhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 31 maart 2023.

De commissie heeft de behandeling van het geschil op basis van de stukken, zonder mondelinge behandeling, afgedaan.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft schadevergoeding aan een beschadigde wasmachine en trap.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Bij de verhuizing hebben de verhuizers de wasautomaat van de trap laten vallen waardoor deze onherstelbaar beschadigd is. Oorzaak: bovenste man hield hem vast aan het dunne kunststof bovenblad waarin het bedieningspaneel zit. Dit brak af. Verhuizer [naam ondernemer] was niet bereid tot een door de consument gevraagde schadevergoeding van € 150,–.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De kwestie is door de ondernemer in verscheidene telefoongesprekken en e-mails (in goede harmonie) met [naam consument] besproken. Hieronder treft u de tekst aan van een email-bericht van 1 november 2022 aan [naam consument]. Tussen vierkante haken voegt de ondernemer nog een enkele opmerking toe.

“Geachte [naam consument],

Dank voor uw bericht, ik heb de kwestie intern besproken. Wij menen dat wij niet aansprakelijk zijn voor de schade, omdat deze is veroorzaakt door de staat waarin de wasmachine zich bevond. Deze is “volgens het boekje” naar beneden gedragen. Niet aan de bovenkant opgetild, maar slechts gestuurd. Door de ouderdom en broosheid van de wasmachine kon deze niet goed gemanoeuvreerd worden [omdat de bovenkant afbrak], en heeft deze het verticaal vervoer over de trap niet overleefd. [Onze stellingname is dat door deze broosheid de schade heeft kunnen ontstaan]. Ondanks ons principiële verschil van mening over de aansprakelijkheid, heb ik uit coulance een bedrag van € 75,– overgemaakt als compensatie. [Bestemd voor het herstel van de trap waarin een deuk van 2 cm is ontstaan]. Op uw verzoek van gisteren om nogmaals een bedrag, ditmaal van € 150,– aan compensatie [voor de wasmachine] te ontvangen, gaan wij voorbij omdat de dagwaarde van de wasmachine in kwestie namelijk nihil bedraagt. Het productiejaar van het apparaat ligt rond 1990 [te achterhalen op internet door zoeken op het typenummer; de machine is meer dan 30 jaar oud].

Ik besef dat ik u hiermee waarschijnlijk niet het gewenste antwoord geef, maar ik meen dat het bedrag van € 75,– gelet op de omstandigheden alleszins redelijk is. PS: De algemene voorwaarden die op dit voorval van toepassing zijn, luiden op dit punt als volgt:

Artikel 15:

  1. De Erkende Verhuizer die de op hem rustende verplichtingen niet nakomt is voor de daardoor ontstane schade aansprakelijk tenzij dit niet-nakomen het gevolg is van bijzondere risico’s verbonden aan één of meer van de volgende omstandigheden: (…) – de aard of de staat van de verhuisgoederen zelf, die uitsluitend door met deze aard of staat zelf samenhangende oorzaken zijn blootgesteld aan geheel of gedeeltelijk verlies of aan beschadiging (…);
  1. Wanneer de Erkende Verhuizer bewijst dat het niet nakomen van de op hem op grond van de in artikel 9 rustende verplichting een gevolg heeft kunnen zijn van één of meer der hierboven in dit lid genoemde bijzondere risico’s, wordt vermoed, dat het niet nakomen daaruit voortvloeit, onverminderd de bevoegdheid van de klant tot het leveren van tegen bewijs.”

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft nog als volgt op het verweer gereageerd.

“Deze reactie van [naam ondernemer] vind ik beneden alle peil. Die € 75,– vergoeding was enkel en alleen voor de noodzakelijke reparatie van de trap. Het is pertinent onjuist dat [naam ondernemer] nu stelt dat ik later met een nieuwe vraag over de € 150,– kwam. De dag van de verhuizing heb ik tweemaal met [naam ondernemer] langdurig telefonisch gesproken. Hij wilde van geen enkele compensatie weten. Ik heb toen aangegeven dat ik dit niet acceptabel vond. Hij belde me daarna terug met de mededeling dat hij dan iets wilde doen voor de trap reparatie waarvan twee treden fors beschadigd waren. Zijn aanbod was € 50,–. Ik vond dat te weinig en ben akkoord gegaan met € 75,– uitsluitend voor de trap reparatie.”

De commissie kan zich ook niet vinden in de stellingname van de ondernemer. Die is ook niet nodig in verband met de mogelijkheid tot inbrengen bij de verzekeringsmaatschappij met behulp van het garantiecertificaat. Dat is ook in de offerte vermeld.

Dat sprake is van een machine op leeftijd wil niet zeggen dat de behuizing broos is of niet zonder schade handelbaar. De economische waarde is weliswaar niet meer erg hoog maar nu – naar niet anders blijkt – het een nog werkend exemplaar was, is er in ieder geval enige restwaarde aan te nemen. De consument vraagt in dat verband niet te veel, zeker niet nu ook schade aan de trap is ontstaan en de bedragen in geding niet bovenmatig voorkomen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van deze uitspraak nog een bedrag van € 150,– aan de consument te betalen.

Bij niet betaling is vanaf die datum tevens wettelijke rente daarover verschuldigd tot de datum van uiteindelijke betaling.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 107,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verhuizen, bestaande uit de heer mr. J.M.J. Godrie, voorzitter, de heer D. van der Ent, de heer mr. M.A. Keulen, leden, op 31 maart 2023.