Verblijfsvergunning voor ‘derde landers’ is geen reisdocument. Van iemand die een verblijfsvergunning heeft, mag worden verwacht dat hij nagaat wat de precieze status van dat document is

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Informatie schriftelijk    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI08-1331

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 8 september 2008via een boekingskantoor met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een vliegreis voor één persoon naar Rhodos in Griekenland met verblijf in een appartement op basis van logies, voor de periode van 14 september 2008 tot en met 21 september 2008 voor de som van € 440,25.   Klager heeft op 14 september 2008 de klacht voorgelegd aan de reisorganisator.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt en is uitgebreid beschreven in aan partijen bekende brieven aan de reisorganisator.   Mijn vakantie is niet doorgegaan, want op Schiphol ben ik door de baliemedewerkers van [de luchtvaartmaatschappij] geweigerd omdat ik naast mijn verblijfsvergunning ook een paspoort nodig had en over dit laatste beschik(te) ik niet. Ik ben namelijk circa 15 jaar geleden het voormalige Joegoslavië ontvlucht en de huidige republiek Servië weigert mij een paspoort te verschaffen omdat ik mijn dienstplicht niet heb vervuld. Ik heb vanaf 1995 vele reizen gemaakt binnen de Europese Unie zonder dat zich ooit problemen hebben voorgedaan en er heeft regelmatig controle plaatsgevonden. Vorig jaar ben ik na boeking bij deze reisorganisator ook zonder problemen naar Griekenland gevlogen met [een andere luchtvaartmaatschappij]. Ik had één en ander ook duidelijk gemaakt bij het boekingskantoor dat deel uitmaakt van de reisorganisator. Volgens de reisorganisator moest ik beschikken over een identiteitsbewijs en op mijn verblijfsvergunning is ook vermeld: identiteitsbewijs.   Klager verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt en is uitgebreider beschreven in de aan partijen bekende brieven aan klager.   Wij vinden het heel spijtig voor klager, maar volgens de ANVR-reisvoorwaarden moet de reiziger over de benodigde reisdocumenten beschikken en is het de eigen verantwoordelijkheid van de reiziger om na te gaan of een en ander correct is. Verder heeft een luchtvaartmaatschappij een eigen verantwoordelijkheid, omdat als iemand niet wordt toegelaten tot een land de luchtvaartmaatschappij betrokkene terug moet vervoeren. Naar vakantiebestemmingen is men mogelijk iets minder streng, maar het uitgangspunt blijft overeind staan.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Het is juist dat conform artikel 6 van de ANVR-reisvoorwaarden de reiziger dient zorg te dragen voor de benodigde documenten, zoals een geldig paspoort en eventueel ook visa. In casu is klager (ex)asielzoeker en heeft hij niet de nationaliteit van een van de landen van de Europese Unie aangezien hij (ex-)Joegoslaaf is en niet is genaturaliseerd. Dit betekent dat hij een zogeheten ‘derde lander’ is. Klager wilde van Nederland naar Griekenland reizen. Beide landen behoren tot het zogeheten Schengengebied en juridisch wordt deze situatie (voorwaarden voor binnenkomst bij reizen per vliegtuig vanuit Nederland naar Griekenland) geregeld in EU Verordening 562/2006 van 15 maart 2006 (Pb EG L 105/2 d.d. 13 april 2006). In deze EU-verordening is (in ieder geval voor Nederland en Griekenland) het meeste van het Schengen-acquis verwerkt. Nu klager ‘derde lander’ is geldt artikel 5 van die Verordening (Entry conditions for third-country nationals): 1. For stays not exceeding three months per six-month period, the entry conditions for third-country nationals shall be the following: (a) they are in possession of a valid travel document or documents authorising them to cross the border; (b) they are in possession of a valid visa, if required pursuant to Council Regulation (EC) No 539/2001 of 15 March 2001 listing the third countries whose nationals must be in possession of visas when crossing the external borders and those whose nationals are exempt from that requirement (1), except where they hold a valid residence permit; (etc.)   Aldus wordt in de Verordening een onderscheid gemaakt tussen een reisdocument (normaliter een nationaal paspoort dan wel documenten als een vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort afgegeven door een andere Staat, ook wel een laissez passer afgegeven door de Staat die men wil binnenkomen) enerzijds en een geldig visum en verblijfsvergunning afgegeven door een EU-lidstaat anderzijds. Het betekent dat een verblijfsvergunning op zichzelf voor ‘derde landers’ dus geen reisdocument is, ook niet als er een foto en andere gegevens opstaan. Alleen voor binnenlands gebruik kan de verblijfsvergunning in sommige gevallen ook als identiteitskaart gelden. De reden voor dit laatste is dat het maatschappelijk gewenst is over een identiteitsbewijs te kunnen beschikken.   Conform de Verordening kan Griekenland technisch-juridisch gesproken derhalve van betrokkene naast zijn verblijfsdocument ook een reisdocument zoals een paspoort eisen. Dat dit niet in alle gevallen gebeurt heeft onder meer te maken met het feit dat bij de grens of de incheckbalie soms de verblijfsvergunning wordt verward met de identiteitskaart die (ook) Nederland afgeeft aan zijn onderdanen: voor reizigers met de nationaliteit van een EU-lidstaat volstaat namelijk bij intracommunautair reizen wèl het bezit van een nationale identiteitskaart. Ook wordt bij de interne landsgrenzen van de EU veelal helemaal niet gecontroleerd, maar dat laat onverlet dat wanneer controle plaatsvindt, betrokkene de juiste documenten (reisdocument en verblijfsvergunning) moet kunnen tonen.   Alle luchtvaartmaatschappijen beschikken via de (zeer actuele) IATA website over de directe mogelijkheid om voor nagenoeg alle landen ter wereld te checken of een reiziger aan de entry-regels van het land van bestemming voldoet. Ingevolge de internationale afspraken behoren zij bij inchecken te controleren of aan de betreffende inreisvereisten is voldaan. Doen zij dat niet dan lopen zij het risico van een (forse) boete, en kunnen zij worden verplicht betrokkene op hun kosten terug te vliegen. De ene maatschappij controleert echter strenger dan de andere en het komt de commissie voor dat klager de vorige keer geluk heeft gehad. Dat is echter geen doorslaggevende reden om er thans op te mogen vertrouwen dat wederom toegang zal worden verleend. Bedacht moet worden dat de regelgeving op dit gebied in beweging is en regelmatig wijzigt.   Een eenvoudige oplossing voor klager om problemen als de onderhavige te voorkomen is de aanvraag van het Nederlanderschap.   Tot slot wijst de commissie er op dat klager op basis van de ANVR-reisvoorwaarden (vergelijk artikel 5) een eigen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van de vraag wat voor hem een geldig reisdocument is en dat van iemand die een verblijfsvergunning heeft, mag worden verwacht dat hij nagaat wat de precieze status van dat document is.   De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ongegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door klager verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 8 april 2009.