Verschil van mening tussen partijen over personeelsbeleid ondernemer leidt niet tot rechtmatige opzegging ondernemer.

  • Home >>
  • Kinderopvang >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Opzegging overeenkomst    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 212373/228714

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In het geschil gaat er om of een onverenigbare verschil van inzicht over door de ondernemer gevoerde personeelsbeleid voldoende grond oplevert (zwaarwegende reden) voor de ondernemer om de overeenkomst  eenzijdig te beëindigen. De ondernemer hanteert buiten de algemene voorwaarden, aanvullende voorwaarden die hem deze mogelijkheid bieden. De commissie oordeelt dat deze bepaling een onevenredige inperking op de positie van de consument vormt, zoals deze in de algemene voorwaarden kinderopvang is vastgelegd. De bepaling dient daarom buiten beschouwing te blijven. De vraag die overblijft is of er sprake is van een zwaarwegende reden in de zin van de algemene voorwaarden waarvan de opzegging door de ondernemer wordt gerechtvaardigd. De verhouding tussen de consument en de ondernemer is verstoord en staat op scherp. Maar de rechtmatigheid van de keuzes die de ondernemer in zijn personeelsbeleid maakt, staat hier niet ter discussie. Het feit dat een ouder het niet eens is met dat personeelsbeleid plaatst hem voor een keuze: of hij accepteert het gevoerde beleid of hij beëindigt de overeenkomst, op een door hem te kiezen moment. Het feit dat de ouder en ondernemer over het beleid van mening verschillen, leidt niet zomaar tot een rechtmatige opzegging door de ondernemer. Dat er sprake was van een dermate verstoorde relatie (door toedoen van de consument) is door de ondernemer onvoldoende onderbouwd naar het oordeel van de commissie. De klacht is gegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de eenzijdige beëindiging van de plaatsingsovereenkomst door de ondernemer met ingang van 1 juli 2023.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument is het niet eens met het personeelsbeleid van de ondernemer. Daarover heeft hij bij de ondernemer een klacht ingediend. De ondernemer heeft vervolgens zonder wederhoor of een inhoudelijke reactie op de klacht het contract eenzijdig opgezegd. De consument is het niet eens met het besluit van de ondernemer – en de onderbouwing van dat besluit – om het contract eenzijdig op te zeggen. Ondanks het feit dat de consument openstaat voor een gesprek, heeft de ondernemer de opvang beëindigd. Het voorstel van de consument is een inhoudelijke reactie op zijn klacht en eventueel een aanpassing van het personeelsbeleid.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Er zijn zwaarwegende redenen om het contract te beëindigen. Op basis van het onverenigbare verschil van inzicht én de oplossing die de consument zelf kenbaar maakte, te weten omzien naar een andere opvangplek, is het contract opgezegd. De ondernemer beroept zich daarbij op het feit dat de relatie tussen ondernemer en consument verstoord is en verwijst naar hetgeen daarover in de Leveringsvoorwaarden is opgenomen ter onderbouwing van de opzegging.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In geschil is of het onverenigbare verschil van inzicht omtrent het door de ondernemer gevoerde personeelsbeleid voldoende grond oplevert (zwaarwegende reden) om tot een eenzijdige beëindiging van de overeenkomst te kunnen overgaan.

De commissie is van oordeel dat dit niet het geval is en wel om de volgende redenen.

De ondernemer is slechts bevoegd de overeenkomst op te zeggen op grond van een zwaarwegende reden. Als zwaarwegende redenen worden in artikel 10 lid 3 van de Algemene Voorwaarden Kinderopvang  in ieder geval aangemerkt:

De ondernemer is slechts bevoegd de overeenkomst op te zeggen op grond van een zwaarwegende reden. Als zwaarwegende redenen worden in artikel 10 lid 3 van de Algemene Voorwaarden Kinderopvang  in ieder geval aangemerkt:

  1. De situatie dat de Ouder gedurende een maand in verzuim is ten aanzien van zijn betalingsverplichting;
  2. Voortduring van situaties als genoemd in artikel 11 lid 2 sub a en c;
  3. De situatie genoemd in artikel 11 lid 2 sub b;
  4. De omstandigheid dat de Ondernemer vanwege een niet aan hem toerekenbare oorzaak langdurig of blijvend niet meer in staat is de Overeenkomst uit te voeren;
  5. en bedrijfseconomische noodzaak die de continuïteit van de locatie waar het kind is geplaatst in gevaar brengt.

Artikel 11, lid 2 van de Algemene Voorwaarden luidt als volgt:

De Ondernemer heeft het recht het kind en/of de Ouder de toegang tot de locatie te weigeren voor de duur van de periode dat een normale opvang van het kind redelijkerwijs niet van de Ondernemer mag worden verwacht en het kind niet op de gebruikelijke wijze kan worden opgevangen. Bijvoorbeeld omdat:

  1. Het kind door ziekte of anderszins extra verzorgingsbehoeftig is;
  2. Het kind en/of de Ouder een risico of bedreiging vormt voor de geestelijke en/of lichamelijke gezondheid of veiligheid van anderen, na te zijn gewaarschuwd, tenzij een waarschuwing redelijkerwijs niet van de Ondernemer mag worden verwacht;
  3. De opvang van het kind een normale opvang van de andere kinderen onevenredig verzwaart of belemmert.

Aanvullend aan de Algemene voorwaarden Kinderopvang hanteert de ondernemer zogeheten ‘Leveringsvoorwaarden’, waarin naar het standpunt van de ondernemer het onder artikel 11 lid 2 sub b gestelde ‘nader wordt ingevuld’. Blijkens deze leveringsvoorwaarden kan de ondernemer de overeenkomst opzeggen: “indien er zich omstandigheden voordoen die naar beoordeling van [naam kinderopvang] met zich brengen dat redelijkerwijs van haar niet kan worden gevergd om het contract te continueren. Daarvan is bijvoorbeeld, doch niet uitsluitend, sprake indien de ouders (herhaaldelijk) hun verplichtingen jegens [naam kinderopvang] niet of niet tijdig nakomen, (herhaaldelijk) huisregels worden overtreden of sprake is van een verstoorde relatie tussen ouders enerzijds en [naam kinderopvang] anderzijds. [Naam kinderopvang] heeft in geval van opzegging de keuze om wel of geen opzegtermijn in acht te nemen, hetgeen afhangt van de concrete omstandigheden van het geval.”

Naar het oordeel van de commissie vormt deze bepaling in de Leveringsvoorwaarden een onevenredige inperking op de positie van de consument zoals deze in de – ook door de ondernemer gehanteerde – Algemene Voorwaarden Kinderopvang is vastgelegd en dient deze bepaling om die reden buiten beschouwing te blijven. De vraag die vervolgens beantwoord moet worden is of sprake is van een  zwaarwegende reden als bedoeld in artikel 11 lid 2 sub b van die Algemene Voorwaarden die de opzegging door de ondernemer rechtvaardigt. Volgens artikel 11 lid 2 sub b is daarvan in ieder geval sprake als de situatie zich voordoet dat het kind en/of de ouder een risico of bedreiging vormt voor de geestelijke en/of lichamelijke gezondheid of veiligheid van anderen.

Allereerst concludeert de commissie dat de verhouding tussen de consument en de ondernemer is verstoord. De consument heeft herhaaldelijk zijn onvrede over het personeelsbeleid van de ondernemer kenbaar gemaakt – en daarin ook andere ouders betrokken -, waardoor de verhoudingen kennelijk op scherp zijn gezet.

De rechtmatigheid van de keuzes die de ondernemer in zijn personeelsbeleid maakt, staat hier niet ter discussie. Het feit dat een ouder het niet eens is met dat personeelsbeleid plaatst hem voor een keuze: of hij accepteert het gevoerde beleid of hij beëindigt de overeenkomst, op een door hem te kiezen moment, waarbij de beschikbaarheid van alternatieve opvang vanzelfsprekend van belang kan zijn. Maar het feit dat ouder en ondernemer over het beleid van mening verschillen, leidt niet zomaar tot een rechtmatige opzegging door de ondernemer in het licht van artikel 11 lid 2 sub b van die Algemene Voorwaarden. Dat er sprake was van een dermate verstoorde relatie – door toedoen van de consument – dat opzegging gerechtvaardigd was is door de ondernemer onvoldoende onderbouwd. Gelet hierop is de commissie van oordeel dat de opzegging van de overeenkomst onzorgvuldig en in strijd met artikel 10 en 11 van de Algemene Voorwaarden is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond;

bepaalt dat de ondernemer aan de consument vergoedt het door de consument betaalde klachtgeld van € 25,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, mevrouw mr. M. Stroetenga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. I. van der Kamp, secretaris, op 9 november 2023.