Vertraging in beslissing over tariefswijzigingen en rechtsgeldigheid van Algemene Voorwaarden

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Algemene voorwaarden / Tarief    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Tussen Advies   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 212625/223419

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil draait om de termijn waarop tariefswijzigingen zijn aangekondigd en de rechtsgeldigheid van artikel 19.3 van de Algemene Voorwaarden (AV) van de ondernemer, waarmee de tarieven tussentijds zijn gewijzigd. De consument diende een klacht in over de mogelijkheid tot tariefswijziging van haar variabele energiecontract, dat na een jaar werd omgezet naar een contract voor onbepaalde tijd met variabele tarieven.

De ondernemer verdedigt de rechtmatigheid en transparantie van artikel 19.3 AV. Diverse rechtbanken hebben geoordeeld dat dit wijzigingsbeding voldoende transparant en niet oneerlijk is. De consument betwist ook de termijn van 30 dagen voor het aankondigen van tariefswijzigingen, maar de ondernemer stelt dat deze termijn niet wettelijk verplicht is in Nederland. Verder klaagt de consument over een gebrek aan concurrentie en transparantie in de tariefberekeningen.

De commissie overweegt dat de rechtszekerheid vereist dat de uitkomst van een hoger beroep in een vergelijkbare zaak wordt afgewacht, gezien de verdeeldheid in de rechtspraak. Daarom houdt de commissie haar beslissing aan totdat het gerechtshof uitspraak doet in het hoger beroep.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de termijn waarop de tariefswijzigingen zijn aangekondigd en de rechtsgeldigheid van artikel 19.3 van de Algemene Voorwaarden, (“AV”), van de ondernemer op grond waarvan de tarieven – tussentijds – zijn gewijzigd.

De consument heeft de klacht op 30 september 2022 aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunten van partijen

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.

In de kern gaat de klacht van de consument over de (mogelijkheid tot) de tariefswijziging van haar variabel contract.

De consument is op 13 februari 2020 een eenjarige overeenkomst voor de levering van energie met de ondernemer aangegaan. Op de vervaldatum is het contract overgegaan naar een contract voor onbepaalde tijd met variabele leveringstarieven op grond van artikel 5 van de contractvoorwaarden.

Ten aanzien van het wijzigingsbeding van artikel 19.3 AV.

Na de uitspraak van de kantonrechter van 24 februari 2023 in een zaak die tegen Vattenfall was aangespannen hebben meerdere rechtbanken in andere zaken zich over het wijzigingsbeding uitgesproken.

Een recente uitspraak is die van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 26 juli 2023 die tegen de ondernemer was aangespannen heeft de kantonrechter geoordeeld dat het wijzigingsbeding voldoende transparant en niet oneerlijk is. Ook andere rechtbanken hebben in die zin geoordeeld.

Ten aanzien van de termijn van 30 dagen

De aanzeggingstermijn uit de Vierde Elektriciteitsrichtlijn is niet op de juiste wijze in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd, waardoor in het Nederlandse recht geen wettelijke basis bestaat voor het hanteren van een aanzeggingstermijn van 30 dagen voor een tariefswijziging.

Ten aanzien van de concurrentie op de energiemarkt

De consument stelt ten onrechte dat er geen concurrentie van enige betekenis is. Die stelling wordt verder niet onderbouwd en kan niet worden gevolgd.

Ten aanzien van de overstapmogelijkheid

De ondernemer stelt voorop dat energieleveranciers te allen tijde verplicht zijn om het modelcontract aan te bieden aan kleinverbruikers. Het moet voor consumenten namelijk altijd mogelijk zijn bij een leverancier een modelcontract af te sluiten. De ACM heeft dit in het najaar van 2021 nogmaals benadrukt. Er waren in 2023 bijna 60 leveranciers actief. Uit de energiemonitor die de ACM elk jaar publiceert blijkt dat in 2021 en in 2022 veel mensen van energieleverancier zijn gewisseld.

Ten aanzien van het verwijt dat geen alternatief werd aangeboden

Het is niet duidelijk waarom de ondernemer een vast contract moet aanbieden in geval van een tariefswijziging. Het staat de ondernemer vrij om een leveringsovereenkomst aan te bieden die hij wenst. Behoudens de verplichting dat sprake moet zijn van het modelcontract.

Ten aanzien van het verwijt dat de totstandkoming c.q. berekening van de tarieven niet transparant en niet controleerbaar is

De energietarieven komen tot stand op de (groothandels)markten waarop zowel elektriciteit als gas worden verhandeld. Nog los van het feit dat de totstandkoming van de leveringstarieven op de groothandelsmarkt plaatsvindt, kent zowel de Elektriciteitswet als de Gaswet een bepaling op grond waarvan de energieleverancier een redelijk tarief moet aanbieden. Daarop wordt door de ACM-toezicht op uitgeoefend. De ACM heeft daadwerkelijk vastgesteld dat in 2022 en in het eerste kwartaal van 2023 dat geen sprake is geweest van door de ondernemer gehanteerde onredelijke tarieven. De resultaten van dit onderzoek zijn op 1 maart 2023 door de ACM gepubliceerd.

Er bestaat geen enkele (wettelijke) plicht voor de ondernemer om volledig transparant te zijn over de totstandkoming van de tarieven. Ook is dat niet mogelijk gelet op de wijze waarop de prijzen tot stand komen.

De bevoegdheid van de commissie gaat niet zover dat zij een uitspraak die ziet op de gehele sector, maar dient zich te beperkingen tot het aan haar voorgelegde geschil.

Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.

De ondernemer is van mening dat het prijsbeding voldoende transparant is. De consument heeft een variabel contract. De ondernemer blijft bij zijn betwisting van de 30-dagen termijn.

De ondernemer ziet geen aanleiding om een beslissing in deze zaak aan te houden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument zowel over de rechtsgeldigheid, (“eerlijkheid”) van het wijzigingsbeding van artikel 19.3 van de door de ondernemer gehanteerde Algemene Voorwaarden en de op die grond doorgevoerde tussentijdse tariefswijzigingen als over de wijze en de termijn waarop deze wijzigingen zijn aangekondigd.

De ondernemer voert verweer.

Voor wat betreft artikel 19.3 AV oordeelt de commissie als volgt.

Mede gelet op hetgeen de ondernemer over deze kwestie naar voren heeft gebracht is de commissie van oordeel dat de rechtseenheid en rechtszekerheid meebrengen, dat ook in een zaak tussen een andere consument en andere leverancier als in de zaak waarin de Amsterdamse rechtbank op 24 februari 2023 vonnis heeft gewezen, de uitkomst van het door Vattenfall ingestelde hoger beroep dient te worden afgewacht. Te meer nu blijkt dat de lagere rechtspraak ook verdeeld is over deze kwestie. Zie het door de ondernemer aangehaalde vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 26 juli 2023, ECLI:RBMNE:2023:3847.

Partijen zullen dan ook te zijner tijd in de gelegenheid worden gesteld, om schriftelijk dan wel des verzocht mondeling op een nadere zitting, te reageren op het binnen afzienbare tijd te verwachten arrest van gerechtshof Amsterdam, waarna de commissie bindend zal adviseren.

Voor wat betreft de klacht van de consument over het al dan niet juist of tijdig informeren door de ondernemer van de voorgenomen tariefswijziging zal de commissie op pragmatische gronden ook de beslissing over dit klachtonderdeel, dat ook in het hoger beroep aan de orde is gesteld, aanhouden.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie houdt iedere – verdere – beslissing aan totdat het gerechtshof Amsterdam heeft beslist in hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2023, (ECLI:RBAMS:2023:940)

Aldus vastgelegd door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. W.H. van Oorspronk en mr. J.M. Hoekstra, leden, op 9 januari 2024.