Verzuim doorgeven meterstanden komt voor rekening en risico van afnemer

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Informatie / Prijs    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 164157/171712

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie heeft eerder een tussenbeslissing genomen. Het geschil vloeit voort uit een tussen partijen met ingang van 6 april 2021 gesloten overeenkomst op grond waarvan de ondernemer met ingang van 6 mei 2021 energie (gas en elektriciteit) heeft geleverd aan klager. Het geschil betreft de omvang van het elektriciteitsverbruik dat de ondernemer bij een opgemaakte eindafrekening in rekening heeft gebracht. De klager heeft op 1 februari 2022 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
De Geschillencommissie Energie Zakelijk (verder te noemen: de commissie) heeft bij tussenadvies d.d. 31 oktober 2022 de eindbeslissing aangehouden. De inhoud van dit tussenadvies moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

Nu daar niet om is verzocht, is afgezien van het bepalen van een nadere zitting.

Onderwerp van het geschil en standpunten van partijen
Hiervoor verwijst de commissie naar het tussenadvies van 31 oktober 2022.

Nader standpunt van klager
Zoals aangegeven door zijn huidige leverancier is de ondernemer akkoord gegaan met de correctie van de meterstanden stroom. Klager geeft aan dat hij tot de dag van vandaag geen correctie heeft ontvangen van de eindafrekening van de ondernemer waarbij de gecorrigeerde meterstanden zijn verwerkt.

De ondernemer had na goedkeuring en correctie van de eindafrekening een nieuwe gecorrigeerde nota moeten sturen. Dat heeft de ondernemer niet gedaan. Dit is ook waar klager meerdere malen naar heeft gevraagd, maar zij weigeren verdere communicatie.

Verder benadrukt klager dat de ondernemer weliswaar aangeeft dat hij nalatig is geweest, maar dat is niet het geval geweest en klager is het daar niet mee eens. Hij ging ervan uit dat de switch van de voorganger van de ondernemer naar de ondernemer zonder problemen zou verlopen en dat de overdracht goed zou gaan, ook vanwege het advies van een tussenpersoon, die heeft benadrukt dat klager niks hoefde te doen.

Verder zat hij korter dan een jaar bij de ondernemer. Klager ging ervan uit dat zijn gegevens correct waren.

Nader standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Klager heeft geen kopie verstrekt met betrekking tot de beginstand die zijn huidige leverancier voor de registratie van het verbruik aanhoudt. Hiermee heeft de wederpartij niet voldaan aan het tussenadvies van de Geschillencommissie. Daarnaast heeft de ondernemer evenmin een bericht van gekregen van de wederpartij of [consumentenadviescentrum] dat er een correctie van de meterstanden zou hebben plaatsgevonden. De wederpartij heeft aldus op geen enkele manier voldaan aan het tussenadvies.

De ondernemer concludeert dat klager eveneens nalatig is geweest met het aanleveren van een kopie met betrekking tot de beginstand die zijn huidige leverancier voor de registratie van het verbruik aanhoudt.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

In het tussenadvies is al vastgesteld dat de beginstanden die de ondernemer bij aanvang van de levering aan klager heeft gehanteerd aansluiten op de eindstanden van de voorganger van de ondernemer. Voorts is vastgesteld dat voor de correctienota van 23 februari 2022 de eerder gestuurde eindnota heeft gecorrigeerd voor wat betreft de eindstanden, omdat zij daarbij de standen heeft gehanteerd die te zien waren op een door klager opgestuurde foto.

Omdat de eindstand van de vorige leverancier correspondeert met de beginstand die de ondernemer heeft gehanteerd dient de commissie, zoals in oktober al is overwogen, voor wat betreft de berekening van de door de ondernemer geleverde hoeveelheid elektriciteit uit te gaan van die standen.

Volgens het verweerschrift heeft de ondernemer vervolgens de eindstanden door schatting moeten vaststellen, waarbij zij is uitgekomen op 51.747 kWh (hoog) en 95.381 kWh (laag). Op die schatting is de eindafrekening van 31 januari 2021 gebaseerd. Deze is aldus vastgesteld conform de Informatiecode elektriciteit en gas. Kennelijk heeft de ondernemer naar aanleiding van het bezwaar van klager vervolgens de standen gecorrigeerd door deze in de correctienota van 23 februari 2022 te wijzigen in de opgegeven standen per 1 februari 2022. De commissie heeft vervolgens overwogen dat zij niet kan uitsluiten dat het verbruik over de periode van 23 december 2021 tot februari 2022 dubbel in rekening is gebracht, omdat niet duidelijk is welke beginstanden de huidige leverancier, opvolger van de ondernemer, heeft gehanteerd.

Uit de door de consument aan het dossier toegevoegde e-mail van [consumentenadviescentrum] Energie van 30 november 2022 blijkt dat zij als beginstanden voor wat betreft de elektriciteit een stand van 55931 hebben aangehouden voor telwerk 1 en een stand van 01408 voor telwerk 2. Dat zijn de eindstanden, zoals die na correctie door de ondernemer zijn gehanteerd. De conclusie is dan geen andere dan dat het verbruik over de periode van 23 december 2021 tot en met februari 2022 niet dubbel is gefactureerd.

In het tussenadvies is, in de kern weergegeven, al overwogen dat de problematiek grotendeels voortvloeit uit de omstandigheid dat klager bij herhaling bij een switch naar een nieuwe leverancier heeft verzuimd om de eind-/beginstanden van de tellers door te geven, waardoor verschillende leveranciers telkens het verbruik hebben moeten vaststellen op basis van schattingen. Daarbij is niet gehandeld in strijd met de (wettelijke) regels of de gebruikelijke manier om schattingen uit te voeren. Wanneer uiteindelijk blijkt dat een werkelijke meterstand niet overeenkomt met de stand zoals die volgens de verschillende schattingen zou moeten zijn, komt dat voor rekening en risico van de verbruiker die heeft verzuimd om de juiste standen door te geven.

De conclusie van de commissie kan in dit geval geen ander zijn dan dat de klacht ongegrond is. Daarom wordt beslist als hierna vermeld.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist op door de Geschillencommissie Energie Zakelijk, bestaande uit mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, mr. C.M.H. Vlaanderen en mr. Sj.S Bakker, leden, op 30 januari 2023.