Verzwijgen schadeverleden door ondernemer rechtvaardigt ontbinding

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Informatie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE09-0532

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 18 mei 2009 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte [merk en type], tegen een door de consument te betalen prijs van € 17.000,–.   De overeenkomst is op 22 mei 2009 uitgevoerd.   De consument heeft in juni 2009 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument heeft de auto bij de ondernemer gekocht als zijnde een twee jaar oude auto zonder schadeverleden. Nadat de consument bij een wasbeurt spuitdruppels aan de motorkap zag hangen heeft hij onderzoek naar de geschiedenis van de auto gedaan. Daaruit is gebleken dat de auto afkomstig is uit België en bij een ongeval ernstig beschadigd is geraakt, total loss is verklaard en door de ondernemer aldaar als wrak is opgekocht en opgeknapt.   Naar zeggen van de ondernemer zou de auto volledig zijn hersteld. Dit is echter niet het geval. Diverse airbags ontbreken. Uit een in opdracht van de consument uitgevoerd onderzoek door de Dekra blijkt dat de auto niet aan de veiligheidseisen voldoet om aan het verkeer deel te nemen en zeer matig is hersteld.   Op grond hiervan is de ondernemer toekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. De consument heeft niet geleverd gekregen wat hij op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Primair ontbindt de consument de overeenkomst op deze grond.   Subsidiair stelt de consument dat hij heeft gedwaald als gevolg van de door de ondernemer aan hem verstrekte onjuiste informatie. Op deze grond vernietigt de consument de overeenkomst buitengerechtelijk.   De consument heeft met de ondernemer over een schikking gesproken. De consument is akkoord gegaan met terugbetaling door de ondernemer aan hem van een bedrag van € 16.000,– en teruggave van de ingeruilde [vorige auto] tegen afgifte van [de andere auto] en is ook akkoord gegaan met betaling van een bedrag van € 17.000,– tegen afgifte van de auto. De ondernemer heeft deze voorstellen echter niet gestand gedaan.   De consument heeft – anders dan de ondernemer stelt, zijn klacht tijdig bij de commissie ingesteld. De laatste reactie van de ondernemer was nog geen twee weken voordat de klacht door de consument bij de commissie werd aangemeld. Er is tot eind november 2009 gecorrespondeerd tussen partijen.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De consument heeft de auto 15 maanden in zijn bezit en heeft in die tijd ongeveer 5.000 kilometer gereden. Hij heeft het [expertiserapport] aan de ondernemer gezonden en betreurt het dat dit rapport zich niet bevindt bij de stukken waarover de commissie de beschikking heeft.   De consument heeft een kleine achterschade gehad dat door een schadeherstelbedrijf keurig is hersteld.   De consument blijft erbij dat de overeenkomst moet worden ontbonden. Hij kan zich geheel vinden in de bevindingen van de door de commissie ingeschakelde deskundige.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument is niet-ontvankelijk in zijn klacht bij de commissie aangezien hij in strijd met artikel 21 lid 2 van de BOVAG-voorwaarden en met artikel 6 lid 1 van het Reglement van de commissie heeft gehandeld. De klacht dateert van 29 juni 2009 en de klacht is pas op 30 november 2009 bij de commissie ingediend.   De ondernemer heeft de reparateur van de airbags waaraan hij de uit te voeren werkzaamheden had uitbesteed, erop aangesproken dat deze zijn werk niet naar behoren had gedaan. Deze persoon gaf toe wat ‘creatief’ te hebben gerepareerd. De ondernemer vindt dit een schandelijke situatie en biedt de consument aan het herstel alsnog uit te voeren. Van dit aanbod heeft de consument geen gebruik gemaakt.   De ondernemer betwist een op hem rustende spreekplicht te hebben geschonden. De auto heeft geen totaal schade gehad en om die reden hoefde hij de schade niet aan de consument te melden.   Van non-conformiteit is geen sprake. De auto heeft een schadeverleden hetgeen door de ondernemer is verteld. De prijs van de auto correspondeert met dit schadeverleden.   De ondernemer is niet in de gelegenheid gesteld een eventueel gebrek te herstellen en beroept zich op het bepaalde in artikel 7: 22 lid 1 BW. Ook is een eventuele afwijking te gering om een ontbinding te rechtvaardigen.   Indien de commissie niettemin tot ontbinding overgaat dient een gebruikersvergoeding in aanmerking te worden genomen. De consument heeft de auto zonder problemen kunnen gebruiken. De ondernemer stelt zich op het standpunt een bedrag van € 6.000,– ter zake van afschrijving en schade redelijk is.   In een uitgebreid reactie op het deskundigenrapport van 11 juni 2010 stelt de ondernemer als conclusie dat er slordig is gewerkt aan deze auto, en dat er fouten zijn gemaakt, en dat het airbagsysteem absoluut niet is zoals het hoort te zijn, maar dat de auto in de basis goed is en dat er simpele reparaties, en dingen kunnen worden vernieuwd, waardoor er niets van bovenstaande problemen overblijven.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De consument wilde ontbinden en toen heeft de ondernemer een bedrag van € 16.000,– aangeboden. Dat werd door de consument niet geaccepteerd omdat de [inruilauto] niet meer beschikbaar was. Het gevraagde bedrag van € 17.000,– was gebaseerd op total loss, maar daarvan is niet gebleken.   De consument kon bij de koop zien dat sprake was van een schadeauto.   De ondernemer kan akkoord gaan met ontbinding mits rekening gehouden wordt met een redelijke afschrijving.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   In de eerste plaats bleek dat de auto aan de gehele voorzijde en het rechter voorportier was overgespoten. Het spuitwerk was van zeer matige kwaliteit en vertoonde erg veel stofdeeltjes. Het betreft hier een zwarte auto doch aan de binnenzijde van de kunststof frontdelen scheen de rode lak er door heen, dit betekent dat de auto is hersteld met gebruikte delen van een rode auto. Bij het openen van het linker voorportier was in de opengemaakte stoelleuning de uitgewerkte airbag zichtbaar, deze was niet vervangen en dat duidt op een stevige aanrijding. Volgens de geheugen uitdraai blijkt dat het gehele airbag systeem niet meer werkt en ook de gordelspanners zijn uitgewerkt. Hoeveel airbags er ontbreken is zonder veel demontage werk helaas niet te beoordelen. Wel staat vast dat deze auto niet meer aan de door de fabriek gestelde veiligheidsnormen voldoet. Doordat de front airbags zijn afgegaan, is ongetwijfeld een groot deel van het dasbord vervangen, de bevestiging van de midden console ontbrak en de rechter zijpaneel bekleding zat los. Onder de motorkap was zichtbaar de beugel van de motorsteun afgebroken en niet vervangen, dit wil zeggen dat ten gevolge van de aanrijding ook het motorblok een behoorlijke klap heeft gehad. Ook de distributiekap was beschadigd en zat niet goed meer vast. Aan de voorzijde van de motor ontbrak de complete motorluchtinlaat en lag de kabelboom los. De kunststof koplampsteun was provisorisch hersteld met kit. Bij de bevestiging van het frontpaneel ontbreken diverse bevestigingsclips. De beide koplampen verschillen duidelijk van uitvoering. Aan de onderzijde van de auto bleek het subframe scheef aan de balken te zijn gemonteerd. Het gevolg hiervan is dat de sporing van de auto niet juist zal zijn en dit bleek ook duidelijk door de scheef afgesleten voorbanden. Bij het meten van de chassismaten, zowel recht als diagonaal was er geen afwijking aanwezig. De aanrijding heeft zich voornamelijk tot de voorzijde van de auto beperkt. Onder de motorkap was nog zichtbaar dat het luchtfilterhuis niet meer in de originele bevestiging paste. De isolatie bekleding tegen het schutbord was deels weggescheurd. Aan de onderzijde van de auto was te zien dat aan de beide voorbalken naar alle waarschijnlijkheid gelast was, mogelijk zijn de voorste balkdelen vervangen. Door de aangebrachte kit is dit niet duidelijk waarneembaar.   Vervolgens nog een proefrit gemaakt. Het stuurwiel bleek niet geheel recht te staan waardoor er een storingslampje blijft branden. De auto liep verder naar behoren en maakte geen abnormale geluiden.   Resumerend stel ik dan ook, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, dat het hier een auto betreft die een aanzienlijke voorschade heeft gehad en deze schade op een zeer ondeskundige en zeer slordige wijze is hersteld, zelfs zodanig dat deze auto momenteel niet meer aan de door de fabriek gestelde veiligheidsnormen voldoet.   Herstel zal ongetwijfeld mogelijk zijn, de kosten hiervan zijn op geen enkele manier te bepalen maar zullen zeer hoog zijn.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie zal om te beginnen het beroep van de ondernemer op de niet-ontvankelijkheid van de consument beoordelen.   De commissie is van mening dat dit verweer dient te worden verworpen. Uit de stukken blijkt dat partijen tot op korte tijd voor het aanmelden van de klacht met elkaar aan het corresponderen waren, zodat van een overschrijding van de 3-maanden termijn geen sprake kan zijn. De door de ondernemer aangelegde maatstaf voor de beoordeling van deze kwestie is niet terug te vinden in de uitspraken van de commissie.   De commissie komt vervolgens toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil.   In het onderhavige geschil vordert de consument primair ontbinding en subsidiair vernietiging van de tussen partijen op 18 mei 2009 gesloten koopovereenkomst.   De consument stelt daartoe op het standpunt dat hem niet is geleverd wat hij op grond van de koopovereenkomst en de daarbij door de ondernemer aanhem gedane uitlatingen mocht verwachten.   De ondernemer heeft de consument bij de koop desgevraagd verklaard niet te weten of sprake was van een schadeauto. Na onderzoek door de consument is echter gebleken dat de auto ernstige schade heeft gehad en dat de schade op basis van totaal verlies is afgewikkeld voor een bedrag van € 12.650,71. De auto is vervolgens door de ondernemer in [het buitenland] opgekocht en hersteld en in Nederland goedgekeurd en ingevoerd.   De commissie is van mening dat de ondernemer door willens en wetens zijn spreekplicht te schenden over het schadeverleden van de auto een ernstig verwijt valt te maken. Het is immers buiten twijfel dat een dergelijke omvangrijke schade een waardedrukkende factor is.   Rechtvaardigt deze evidente schending van zijn spreekplicht reeds de gevorderde ontbinding, de aan de auto klevende gebreken, met name het volledig niet functionerende airbagsysteem, waarmee de auto door de ondernemer aan de consument is afgeleverd, maken het recht van de consument op ontbinding alleen maar sterker.   De commissie onderschrijft volledig het oordeel van de door haar ingeschakelde deskundige dat sprake is van een auto die een aanzienlijke voorschade heeft gehad, die zeer ondeskundig en zeer slordig is hersteld, zodanig dat de auto niet aan de daaraan te stellen veiligheidseisen voldoet. De door de ondernemer op deze rapportage – op detailpunten – geuite kritiek wordt door de commissie aldus niet gedeeld. Een auto in een dergelijke staat behoort niet aan een nietsvermoedende en in het ongewisse gelaten consument te worden afgeleverd.   Overigens bestaat bij de commissie wel de indruk, getuige het optreden ter zitting van de ondernemer, dat deze inmiddels wel de ernst van zijn tekortkoming heeft ingezien en in de toekomst zorgvuldiger tewerk zal gaan.   De commissie zal dan ook de koopovereenkomst ontbinden. Het beroep op dwaling kan derhalve verder onbesproken worden gelaten.   Gelet op de haar gebleken feiten en omstandigheden ziet de commissie aanleiding om slechts een geringe gebruiksvergoeding c.q. afschrijving toe te passen. De commissie acht een door de ondernemer aan de consument, tegenover de afgifte van de auto met toebehoren, te betalen bedrag van € 16.000,– passend en geboden.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De overeenkomst d.d. 18 mei 2009 wordt ontbonden verklaard. Dit betekent dat de consument de auto met alle daartoe behorende papieren en accessoires, teruglevert aan de ondernemer, waarna deze de consument voor de auto vrijwaart. De ondernemer betaalt bij de ontvangst van de auto een bedrag van € 16.000,– aan de consument.   Een en ander dient te geschieden binnen een maand na de datum van verzending van dit bindend advies.   Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.   Indien een en ander door handelen of nalaten van de ondernemer niet binnen de gestelde termijn is geschied, vervallen de ongedaanmakingsverbintenissen en betaalt de ondernemer, zonder dat daartoe een nadere ingebrekestelling noodzakelijk zal zijn, in plaats daarvan een vergoeding van € 12.000,– aan de consument. De consument blijft dan eigenaar van de auto en zal vrij zijn over de auto te beschikken op een wijze die hem goeddunkt.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 125,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 445,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 18 augustus 2010.