Volzin dat consument heeft afgezien van BOVAG-garantie ontbreekt: garantiebepalingen toepasselijk.

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE06-0676

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 14 januari 2006 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst.   De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een [merk en type] van 2002, tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 11.100,–.   De levering vond plaats op of omstreeks 14 januari 2006.   De consument heeft in mei 2006 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De auto is afgeleverd met een niet werkende airco. De ondernemer heeft aangeboden de reparatie te verrichten onder verlening van 40% korting op de onderdelen.   Namens de consument wordt nog gesteld dat de consument, na weigering om de airco te herstellen, zich tot een derde heeft gewend en aanvankelijk heeft getracht het euvel te laten verhelpen door een defecte slang te vervangen. Toen bleek dat ook de compressor diende te worden vervangen, waarmede een bedrag is gemoeid van ongeveer € 1.900,–, is daarvan afgezien. De consument gaat niet akkoord met het aanbod van de ondernemer, omdat de auto is aangeschaft onder verlening van BOVAG-garantie, zoals aangevinkt op het formulier van de koopovereenkomst. De consument heeft niet afgezien van BOVAG-garantie. De consument doet een beroep op het bepaalde in artikel 7:17 Burgerlijk Wetboek.   De consument verlangt een vergoeding voor de gemaakte kosten, alsmede reparatie van de auto onder de BOVAG garantie.   Standpunt van de ondernemer   Het namens de ondernemer verwoorde standpunt luidt in hoofdzaak als volgt.   1. De auto is met een goed werkende airco afgeleverd. 2. De consument heeft heel bewust een auto gekocht zonder garantie. (Verwezen wordt daarbij naar de verklaring van de verkoper, welke op 29 september 2006 aan de rechtsbijstandsverzekering van de consument werd toegezonden.) 3. Op het verzoek aan de consument om een kopie van de overeenkomst te verstrekken is niet gereageerd, hetgeen de stelling van de ondernemer onderstreept. 4. Twee van de drie reparaties zijn uitgevoerd voor de eerste ingebrekestelling van 18 augustus 2006. 5. De consument heeft de plicht binnen bekwame tijd te klagen, maar hij was reeds bij een reparateur op 26 juni 2006, terwijl de brief van [de rechtsbijstandsverzekeraar] eerst op 18 augustus 2006 werd ontvangen. 6. Nu de consument de auto heeft gekocht “als gezien” en de airco op het tijdstip van de aflevering in orde was, komt aan de consument geen beroep op het non-conformiteitsbeginsel toe.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Ten aanzien van de bevoegdheid van de commissie   De koopovereenkomst van 14 januari 2006 vermeldt – voor zover in het onderhavige geval van toepassing geacht en samengevat – in fine: Op al onze leveranties zijn de algemene BOVAG voorwaarden van toepassing. Het formulier vermeldt onder het kopje garantie: BOVAG garantie (is standaard 6 maanden, tenzij uitgesloten). Dit laatste overeenkomstig de verplichting van BOVAG leden om – mits het verkochte aan de daarbij gestelde voorwaarden voldoet, hetgeen in casu het geval is – in alle gevallen zes maanden BOVAG-garantie te verlenen. Slechts onder stringente voorwaarden is het de leden toegestaan van deze verplichting af te wijken.   Het verweer van de ondernemer, inhoudende dat geen BOVAG-garantie is verleend, houdt een beroep op de onbevoegdheid van de commissie in.   Blijkens de koopovereenkomst heeft de consument op de daarvoor bestemde plaats niet getekend en mitsdien niet verklaard bekend te zijn met de BOVAG-garantievoorwaarden en daarvan af te zien.   De volzin, waarin wordt verklaard dat de koper uitdrukkelijk heeft afgezien van elke vorm van garantie, waaronder BOVAG-garantie, ontbreekt in de koopovereenkomst.   In tegenstelling tot hetgeen door de ondernemer thans wordt gesteld, heeft de ondernemer geen bescheiden overgelegd, waaruit blijkt, dat partijen schriftelijk zijn overeengekomen dat de consument heeft afgezien van de BOVAGgarantie, hoewel de onderhavige auto voldoet aan de voorwaarden gesteld bij artikel 15 van de Algemene voorwaarden BOVAG afdeling NDA van 13 februari 2002.   Blijkens het door de BOVAG op 28 februari 2002 aan haar leden gezonden voorlichtingsbulletin, zijn deze Algemene voorwaarden ingaande 30 maart 2002 van kracht. Nu de koopovereenkomst is gesloten in januari 2006 geldt het bovenstaande onverkort voor de onderhavige koopovereenkomst.   Naar het oordeel van de commissie heeft de consument, op grond van het bepaalde in artikel 15 onder 3, terecht een beroep gedaan op de BOVAG-garantie.   De ondernemer verwijst nog naar de verklaring van [naam medewerker] van [naam ondernemer], voor zover in het onderhavige geval van toepassing geacht, inhoudende: “De auto is door de consument bekeken en bereden en goed bevonden. Vervolgens is de koop in een vrij vlot tempo afgewikkeld; uit automatisme heb ik het vakje BOVAG garantie aangekruist, dit is echter later ook weer doorgekrast; ik kan mij niet meer herinneren of deze correctie heeft plaats gevonden terwijl de overeenkomst en de doorslag nog aan elkaar waren gehecht of dat de kopie reeds aan de consument was overhandigd.”   De commissie is van oordeel dat uit de verklaring van [naam medewerker] voornoemd met zoveel woorden blijkt dat het – gestelde – afzien van de garantie door de consument, niet van de handtekening van de consument werd voorzien. De ondernemer heeft daardoor gehandeld in strijd met de door de BOVAG aan haar leden opgelegde verplichting, door desondanks aan te nemen dat geen BOVAG-garantie werd overeengekomen.   Nu de consument daarenboven uitdrukkelijk heeft verklaard niet te hebben afgezien van BOVAG-garantie, dient het beroep van de ondernemer te worden afgewezen.   Ten overvloed merkt de commissie nog op, dat de ondernemer nog heeft gewezen op het verschil in aanbiedingsprijs en de werkelijke koopprijs.   Nog daargelaten dat het gestelde niet blijkt uit enig bescheid en ook overigens niet afdoet aan de door de BOVAG aan haar leden opgelegde verplichtingen, heeft de consument te dien aanzien daarenboven verklaard dat – anders dan de ondernemer stelt – de koopprijs is verminderd nadat werd geconstateerd dat de bumper was beschadigd, zodat ook dit verweer niet het beoogde doel treft.   De commissie is mitsdien bevoegd een beslissing te geven in het geschil.   Ten aanzien van de inhoud van het geschil   Partijen hebben geen opmerkingen gemaakt over de inhoud van de klacht van de consument.   Volgens de garantiebepalingen is het niet van belang of de auto met een goed werkende airco is afgeleverd, omdat wordt bepaald dat ook de gebreken welke tijdens de – niet in geschil zijnde – garantieperiode zijn opgetreden, gratis dienen te worden hersteld.   De ondernemer zal mitsdien in de gelegenheid worden gesteld de reparatie onder de BOVAG-garantie re herstellen.   De ondernemer heeft zich niet uitgelaten over de redelijkheid van het bedrag, vermeld in de offerte van 21 juli 2006, zodat van dit bedrag kan worden uitgegaan, rekening houdende met een bescheiden prijsverhoging op 1 januari 2007.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Verklaart zich bevoegd.   De ondernemer verricht die werkzaamheden die nodig zijn om de klacht(en) van de consument ten aanzien van het functioneren van de airco te verhelpen.   Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.   Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van een maand na de verzenddatum van dit bindend advies en te worden voltooid binnen twee werkdagen nadat de consument de auto aan de ondernemer heeft aangeboden.   De ondernemer brengt de consument ter zake geen kosten in rekening.   Indien een en ander door handelen of nalaten van de ondernemer niet binnen de gestelde termijn is geschied, betaalt de ondernemer aan de consument in plaats daarvan een vergoeding van € 1.535,–.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 115,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 330,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, op 27 februari 2007.