Voor een vrijblijvend gesprek mogen geen kosten in rekening gebracht worden.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: advocatuur / ECLI:EU:C:2023:14 / Europese Hof van Justitie / intakegesprek / nota    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 224556/255278

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil betreft het in rekening brengen van een intakegesprek door de advocaat aan cliënt.  Samengevat komt het erop neer dat de commissie niet heeft kunnen vaststellen wat er vooraf is besproken tussen partijen. Het is onduidelijk gebleven wat de afspraken zijn geweest over een betaling. Voorts heeft cliënt geen opdrachtbevestigingsbrief ondertekend. Advocaat is van mening dat de gewerkte uren in rekening gebracht mogen worden. De commissie is hierin niet meegegaan met de advocaat en beslist dat de cliënt geen rekening hoeft te betalen en daarnaast krijgt cliënt zijn betaalde klachtgeld terug van de advocaat.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het in rekening brengen van een intakegesprek door de advocaat. De cliënt heeft een bedrag van € 344,62 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. Op 27 juni 2023 heeft de cliënt een kennismakingsgesprek gehad met de advocaat. De cliënt had zich ingeschreven voor het kennismakingsgesprek van 30 minuten. Uiteindelijk heeft het gesprek langer geduurd dan 30 minuten. Er is de cliënt op voorhand nooit medegedeeld tijdens telefonisch contact of aan het begin van het gesprek dat er na 30 minuten betaald zou moeten worden. Tijdens het gesprek is dit ook niet gezegd en ook naderhand is dit niet medegedeeld. Er is tijdens het gesprek ook geen moment geweest waarin de advocaat de cliënt te kennen heeft gegeven dat het “vrijblijvende” gesprek de 30 minuten gepasseerd was en dat er vanaf dat moment betaald diende te worden voor het gesprek.
Op 28 juni 2023 heeft de advocaat de cliënt ter goedkeuring een opdrachtbevestigingsbrief verstuurd en de algemene voorwaarden. Deze moest de cliënt ondertekenen en retourneren ter bevestiging van de opdracht en instemming van de inhoud van deze brief. Op 29 juni 2023 heeft de cliënt daarop geantwoord dat hij meer tijd nodig heeft om te beslissen of dit het pad is wat hij wil bewandelen en hij heeft de opdrachtbevestiging niet ondertekend of teruggestuurd. De cliënt is van mening dat hij de advocaat nooit opdracht heeft gegeven werkzaamheden uit te voeren of hem bij te staan in de toekomst. Op 13 juli 2023 ontving de cliënt een factuur van € 455,80 van de advocaat. Hierop heeft de cliënt zijn verbazing geuit, waarna de advocaat simpelweg een half uur in mindering heeft gebracht op een tijdsduur die ook al incorrect is. Ze bracht twee uur in rekening en trok er een half uur af, maar in een latere e-mail claimt de advocaat dat de cliënt anderhalf uur gebleven is en dan zou ze in theorie maar één uur kunnen factureren. Nu rest er volgens de advocaat een betalingsverplichting van € 344,62. De cliënt heeft bezwaar geuit tegen de factuur, maar volgens de advocaat is dit een gebruikelijke werkwijze en moet de cliënt betalen. Op de website, noch in de algemene voorwaarden wordt vermeld dat er na 30 minuten betaald moet worden.

 

Standpunt van de advocaat

Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De cliënt heeft via de website een verzoek ingediend voor een kennismakingsgesprek. Op de website wordt aangegeven dat eerste half uur gratis is. Nergens wordt aangegeven dat een kennismakingsgesprek geheel gratis is. Door de advocaat is duidelijk aangegeven dat een eerste half uur gratis is. Tijdens het gesprek met de cliënt dat anderhalf uur duurde heeft de advocaat aan de cliënt medegedeeld dat zij naar aanleiding van het gesprek met hem een dossier zou aanmaken alsmede een bevestigingsbrief met de algemene voorwaarden aan hem zou doen toekomen. Dit heeft zij ook gedaan en daar is ook tijd in gaan zitten. Dat de cliënt vervolgens na het ontvangen van de bevestigingsbrief en de algemene voorwaarden besluit om niet verder te gaan met deze zaak betekent niet dat hij geen kosten verschuldigd zou zijn voor de diensten van de advocaat. Immers, de cliënt is niet alleen anderhalf uur bij de advocaat op kantoor geweest, door haar is ook de bevestigingsbrief opgesteld en zij heeft met de cliënt telefonisch gesproken.
Abusievelijk is bij de eerste factuur die aan de cliënt is gezonden twee uur in rekening gebracht. Deze fout is echter direct hersteld omdat immers een vrijblijvend kennismakingsgesprek van 30 minuten gratis is. Nu de cliënt ruimschoots langer dan een half uur bij de advocaat is gebleven en duidelijk is dat slechts het eerst half uur gratis was, dient hij de aan hem verzonden factuur te betalen. Het honorarium van de advocaat is ook duidelijk op de website vermeld. Dit is ook besproken tijdens het kennismakingsgesprek en is eveneens in de opdrachtbevestiging kenbaar gemaakt. Dat de cliënt niet is overgegaan tot ondertekening van de opdrachtbevestiging, doet niets af aan het feit dat hij langer dan een half uur bij de advocaat is gebleven en voor deze tijd honorarium verschuldigd is. Van enige kwijtschelding kan dan ook geen sprake zijn. Evenmin kan sprake zijn voor vergoeding van parkeerkosten.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.

Wat er tussen partijen is afgesproken omtrent de inschakeling van de advocaat door de cliënt en de betaling van de werkzaamheden van de advocaat is onduidelijk gebleven. Dit laatste komt voor rekening en risico van de advocaat.

 

Niet is vast komen te staan dat vooraf is gesproken over het in rekening brengen van kosten na verloop van 30 minuten, welke niet in rekening zouden worden gebracht. De advocaat stelt dat dit is besproken en het voor de cliënt duidelijk was dat slechts de eerste 30 minuten gratis waren. Nu de cliënt dit ontkent en ook uit hetgeen is ingebracht een en ander niet naar voren is gekomen, heeft de advocaat haar betoog op dit punt onvoldoende onderbouwd. De verwijzing van de advocaat naar hetgeen op haar website staat vermeld kan daar onvoldoende aan afdoen.
Voorts is van belang dat de opdrachtbevestiging waarin de cliënt de advocaat opdracht geeft voor hem werkzaamheden te verrichten en door ondertekening akkoord gaat met het gehanteerde uurtarief, niet door de cliënt is ondertekend. Of en in hoeverre er opdracht is gegeven voor door de advocaat te verrichten werkzaamheden is dan ook onvoldoende komen vast te staan. In dit verband wijst de commissie nog ten overvloede op hetgeen het Europese Hof van Justitie in zijn arrest van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14) heeft overwogen en aangescherpt. Kort gezegd is het Hof van oordeel dat weliswaar niet geëist kan worden dat de ondernemer (de advocaat) de consument (de cliënt) volledig informeert over de uiteindelijke financiële consequenties van de overeenkomst, maar dat dit niet wegneemt dat de informatie die verstrekt wordt, de consument in staat moet stellen om met de nodige voorzichtigheid een beslissing te nemen. De informatie die wordt verstrekt, moet aanwijzingen bevatten die de consument in staat stellen bij benadering de totale kosten van de diensten te ramen. Het Hof van Justitie geeft als voorbeeld het geven van een raming van het voorzienbare of minimale aantal uren dat nodig is om een bepaalde dienst te verlenen of het regelmatig tussentijds factureren.
De commissie is dan ook van oordeel dat de cliënt niet gehouden is het door de advocaat in rekening gebrachte te betalen en zal beslissen dat het in depot gestorte bedrag aan de cliënt wordt terugbetaald.
Gelet op de gegrondverklaring van de klacht dient de advocaat overeenkomstig het reglement van de commissie het door de cliënt betaalde klachtengeld aan hem te vergoeden.

 

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht van de cliënt gegrond;

– bepaalt dat het in depot gestorte bedrag van € 344,62 aan de cliënt wordt terugbetaald;

– bepaalt dat de advocaat aan de cliënt vergoedt het door de cliënt betaalde klachtgeld van € 52,50.

Bovendien is de advocaat op grond van het reglement behandelingskosten verschuldigd aan de commissie.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer mr. I.L. Haverkate, mevrouw drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 19 december 2023