Vroegtijdig informeren over mogelijkheden hoger beroep noodzakelijk of pro forma beroep instellen

  • Home >>
  • Advocatuur >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Tekortkoming in de uitvoering opdracht    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV03-0014

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat ter zake van de opdracht de cliënt bij te staan in een eventuele hoger beroepsprocedure tegen het vonnis van de kantonrechter te Winschoten van 24 april 2001.
 
Standpunt van de cliënt
 
Het standpunt van de cliënt luidt in hoofdzaak.
 
De cliënt heeft zich tot de advocaat gewend om tegen het vonnis van de kantonrechter te Winschoten d.d. 24 april 2001 in hoger beroep te gaan. De advocaat en de cliënt hebben de mogelijkheden van een hoger beroep besproken en de advocaat reageerde positief.
 
De advocaat zou de cliënt bijstaan inzake het vonnis in conventie, waarbij de cliënt een bewijsopdracht is gegeven. Wegens afwezigheid van de advocaat heeft hij de zaak overgedragen aan een andere advocaat die toen te weinig tijd had om het gehele dossier door te nemen. Deze advocaat heeft de cliënt na het vonnis in conventie desgevraagd erop gewezen dat hoger beroep terzake van de vordering in reconventie niet meer mogelijk was.
 
De cliënt verwijt de advocaat verzuimd te hebben tijdig hoger beroep in reconventie aan te tekenen en zijn aanvankelijke erkenning van deze fout later te ontkennen. De advocaat heeft pas nadat hij ontdekte dat hoger beroep niet meer mogelijk was gesproken over de kansen van hoger beroep tegen het vonnis in reconventie.
 
De cliënt erkent dat hij heeft afgezien van het instellen van hoger beroep tegen het vonnis in conventie vanwege het feit dat de zaak zich in conventie heeft toegespitst op een bijkomstigheid. Het voorstel tot een minnelijke regeling van de advocaat heeft de cliënt afgewezen omdat een hoger beroep in reconventie naar zijn mening tot een positieve uitspraak zou hebben geleid.
 
De cliënt meent dat indien de advocaat het dossier goed had bestudeerd en niet had overgedragen tot een andere conclusie was gekomen dan thans het geval is. De cliënt heeft als gevolg van het handelen c.q. nalaten van de advocaat schade geleden en verzoekt de commissie een vergoeding van € 7.346,75 vast stellen ten laste van de advocaat.
 
Standpunt van de advocaat
 
Het standpunt van de advocaat luidt in hoofdzaak.
 
De cliënt heeft zich tot de advocaat gewend om de mogelijkheden van een eventueel hoger beroep te beoordelen. Reeds in het eerste gesprek heeft de advocaat kenbaar gemaakt dat door de cliënt niet was voldaan aan het deugdelijk in gebreke stellen van de wederpartij waardoor een succesvol hoger beroep ongewis was.
 
De advocaat erkent dat hij de cliënt zou bijstaan ter zake de conventionele vordering. Wegens verhindering heeft de advocaat de zaak na overleg en met instemming van de cliënt overgedragen aan een andere advocaat. Na ontvangst van het vonnis van de zaak in conventie heeft de advocaat in een gesprek met de cliënt te kennen gegeven dat het instellen van hoger beroep in reconventie niet meer mogelijk was. De advocaat ontkent te hebben aangegeven dat hij in gebreke zou zijn geweest, temeer omdat hij nimmer heeft toegezegd hoger beroep in te stellen.
 
De advocaat erkent dat hij in een eerder stadium de cliënt schriftelijk had dienen te informeren over de zeer beperkte kans van slagen van hoger beroep. Om die reden heeft de advocaat de cliënt een bedrag van € 1.500,– aangeboden. De advocaat ontkent dat hij de zaak niet goed heeft bestudeerd.
 
Met betrekking tot de door de cliënt gevorderde schadevergoeding merkt de advocaat op dat een deel daarvan ziet op de door de cliënt in reconventie gevorderde kosten. De advocaat is van mening dat het niet of nauwelijks denkbaar is dat deze vordering in hoger beroep zou worden toegewezen gezien het feit dat de cliënt de wederpartij niet in gebreke heeft gesteld en deze kosten volgens de kantonrechter ook voor rekening van de cliënt zou zijn gekomen. De overige gevorderde kosten zijn onduidelijk van aard en omvang, niet onderbouwd en/of komen reeds bij gebreke van een duidelijke specificatie niet voor vergoeding in aanmerking.
 
Op grond van het bovenstaande is de advocaat van mening dat een hoger beroep niet of nauwelijks enige kans van slagen zou hebben gehad en verzoekt hij primair de gevorderde vergoeding van de gepretendeerde schade af te wijzen of subsidiair een vergoeding naar redelijkheid en billijkheid vast te stellen.
 
Beoordeling van het geschil
 
Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.
 
De commissie stelt allereerst vast dat de klacht van de cliënt ziet op de vordering in reconventie, althans de afwijzing van de vordering in reconventie door de kantonrechter te Winschoten en de wijze waarop de advocaat de cliënt in die zaak heeft bijgestaan.
 
De commissie stelt vervolgens vast het de advocaat heeft erkend dat het aanstonds duidelijk was dat de cliënt hoger beroep wenste in te stellen tegen het vonnis in reconventie. Naar het oordeel van de commissie had de advocaat de cliënt reeds om die reden in een vroegtijdig stadium duidelijk schriftelijk moeten informeren over de (beperkte) mogelijkheden van hoger beroep dan wel pro forma beroep moeten instellen waarbij hij de cliënt had kunnen c.q. moeten aanraden zich tot een andere advocaat te wenden.
 
De advocaat heeft ter zitting erkend in gebreke te zijn gebleven door vorenstaande na te laten en dat hij de cliënt om die reden – met in achtneming van het door hem verwachte verdere (weinig gunstige) verloop van de procedure – een bedrag van € 1.500,– heeft aangeboden, welk aanbod de cliënt niet heeft geaccepteerd.
 
Gezien de ongewisse uitkomst van het hoger beroep en het maximaal daarin te behalen resultaat acht de commissie het aanbod dat de advocaat, voordat het geschil bij de commissie aanhangig is gemaakt, heeft gedaan ter oplossing van de op zichzelf terechte klacht, meer dan redelijk. De cliënt is ten onrechte niet op dit aanbod ingegaan. Omdat dit aanbod reeds voor het aanhangig maken van het geschil bij de commissie is gedaan, acht de commissie de klacht om die reden ongegrond.
 
De advocaat is gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod dat hij ook ter zitting heeft herhaald, nu de commissie dit een redelijke oplossing van het geschil acht.
 
Voor wat betreft de overige klachten van de cliënt stelt de commissie vast dat niet gebleken is dat de advocaat het dossier niet serieus dan wel niet of nauwelijks heeft bestudeerd. Voorts is gebleken dat met instemming van de cliënt een andere advocaat is ingeschakeld en dat de cliënt daarvan geen enkel nadeel heeft ondervonden.
 
Derhalve wordt als volgt beslist.
 
Beslissing
 
Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.
 
De commissie bepaalt dat de advocaat het door hem aan de cliënt aangeboden bedrag van € 1.500,– te voldoen, indien en voorzover daaraan nog niet is voldaan.
 
Aldus beslist op 29 oktober 2003 door de Geschillencommissie Advocatuur.