Warmtepomp levert volgens consument niet het beloofde rendement (Tussenadvies 1)

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Airconditioning    Categorie: (non)conformiteit / Warmte    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: Tussen Advies   Uitkomst: Aanvullende informatie nodig   Referentiecode: 97963/112847

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil draait om de installatie van een warmtepomp in de woning van de consument, waarbij de consument beweert dat de warmtepomp niet het beloofde rendement levert. De consument heeft aanzienlijke kosten gemaakt voor de installatie en heeft niet het verwachte voordeel in energiebesparing gezien. De ondernemer betwist het standpunt van de consument en wijst op technische aspecten, zoals de aanvoertemperatuur van de warmtepomp. Beide partijen zijn het erover eens dat er een oplossing moet komen, waarbij de ondernemer, in overleg met de fabrikant, een voorstel zal doen. Dit voorstel moet schriftelijk worden ingediend bij de consument en de geschillencommissie. De commissie heeft nog geen definitieve beslissing genomen en wacht op verdere informatie voordat ze een bindend advies uitbrengt.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een warmtepomp die door de ondernemer voor rekening van de consument in diens
woning is geplaatst. De consument stelt dat deze niet het beloofde rendement levert, de ondernemer betwist
dit althans meent dat een oplossing mogelijk is.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument is als volgt.

Tot mei 2019 was het jaarlijks verbruik:
– elektriciteit: 6.025 kWh
– gas: 29.667 kWh
– maandelijks voorschot: € 312
De consument heeft in mei 2019 bij zijn woning 30 zonnepanelen laten installeren. Daarmee heeft hij het
energieverbruik aanzienlijk teruggebracht: het voorschot werd verlaagd naar €103,– per maand en hij kreeg
€414,– terug.

Om verder te besparen op het verbruik van met name gas heeft de consument aan de ondernemer een
offerte gevraagd voor het leveren en installeren van een lucht/water warmtepomp. Deze bedroeg € 8.675,–
inclusief btw. In de offerte staat dat lage energie- en exploitatiekosten worden waargemaakt, en in de bijlage wordt een SCOP (Seasonal Coefficient of Performance) van 4,47 gegarandeerd. De consument heeft aan de
ondernemer de opdracht gegeven en de warmtepomp, merk Daikin, is in augustus 2019 geïnstalleerd.
In november 2020 ontving de consument van het energiebedrijf Engie de rekening voor het verbruik. Daaruit
bleek dat hij € 2.980 bij moest betalen en dat het voorschot werd verhoogd tot €319,–. Het verbruik van
november 2019 tot november 2020 was als volgt:
– elektriciteit, incl. zonnepanelen: 16.386 kWh
– elektriciteit, zonder panelen: 9.386 kWh
– gas: 14.466 kWh
– maandelijks voorschot: € 319,–
Het gasverbruik ten opzichte van 2018 was aldus gehalveerd, maar het elektriciteitsverbruik was met een
factor 2,7 toegenomen.
In april 2021 ontving de consument de factuur van Engie over de periode december 2020 t/m februari 2021.
Hij moest € 1.246,– bijbetalen en het voorschot werd verhoogd naar € 339,–.
Het verbruik van december 2020 t/m februari 2021 was als volgt:
elektriciteit, incl. zonnepanelen: 7.911 kWh
elektriciteit, zonder panelen: 7.488 kWh
gas: niet opgegeven kWh
maandelijks voorschot: € 339,–.

De consument heeft zijn doel, besparing op de kosten van energie, volstrekt niet kunnen waarmaken. Zijn
investering heeft niets opgeleverd. De energiekosten zijn even hoog als in 2018. Hij wijt dit aan (het
elektriciteitsverbruik van) de warmtepomp. De SCOP blijkt slechts 1,93 te zijn, 43% van wat beloofd was.
De consument wil nu dat de installatie van de warmtepomp ongedaan wordt gemaakt en dat de werking van
zijn energiesysteem wordt teruggebracht naar de situatie voor 1 augustus 2019. Hij wil verder dat de
installatiekosten aan hem worden terugbetaald, evenals de te veel betaalde kosten van energie over de
periode vanaf september 2019.

Standpunt van de ondernemer
De ondernemer stelt dat het in de bijlage bij de offerte genoemde SCOP is berekend op basis van een
aanvoertemperatuur van 35 graden. Dit is een meting door de fabrikant in een zogenoemde
laboratoriumsituatie, waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Bij de consument draait de installatie
op 45-55 graden. Wanneer tegelijk warmte wordt afgenomen van de cv ketel en van het elektrisch element In
de warmtepomp, leidt dit tot een hoog verbruik. Een mogelijke oplossing is de plaatsing van een module. De
ondernemer is bereid de kosten daarvan voor zijn rekening te nemen maar de consument wil alleen praten
over terugbetaling van de reeds gemaakte kosten.

Beoordeling van het geschil
De commissie gaat op dit moment niet in op de standpunten van partijen. De commissie zal dit zo nodig
alsnog doen, als partijen het niet eens kunnen worden. Op de zitting hebben partijen namelijk afgesproken
dat de ondernemer, in overleg met de fabrikant, aan de consument een voorstel zal doen voor een
oplossing van het geschil.

Afgesproken was dat de ondernemer dit voorstel op schrift zou stellen, aan de consument zou doen
toekomen, en in het zaaksysteem van de commissie zou plaatsen, zodat het in dit tussenadvies zou kunnen
worden opgenomen. De commissie heeft na de zitting van 11 oktober 2021 echter geen stukken meer in het
zaaksysteem aangetroffen. Mogelijk heeft dit te maken met technische problemen en kan het voorstel alsnog
door de ondernemer ter kennis van de commissie worden gebracht. Mogelijk is het niet tot een voorstel
gekomen en willen partijen een beslissing.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De hiervoor genoemde aanvullende informatie – het voorstel dat de ondernemer om het geschil op te lossen
aan de consument heeft gedaan, dan wel de mededeling dat en waarom het daarvan niet is gekomen – dient
binnen twee weken na de datum van dit tussenadvies door de ondernemer aan de commissie te worden
verstrekt, waarna de consument gedurende twee weken in de gelegenheid wordt gesteld daarop schriftelijk
te reageren.

De commissie zal vervolgens zonder nadere mondelinge behandeling op basis van de stukken bindend
adviseren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Airconditioning, bestaande uit de heer mr. E.P. van Unen,
voorzitter, de heer ing. H.W.M. Maessen, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 11 november
2021.