Waterschade bij aanbouw. Aanbouw onvoldoende waterkerend en daarmee niet goed en deugdelijk gerealiseerd.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw    Categorie: Kwaliteit geleverde werk / ondeugdelijke levering    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 118470

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een tussen partijen op 30 april 2014 tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van verbouwingswerkzaamheden aan de achteraanbouw (achterhuis) van de woning van de consument. De klacht van de consument heeft betrekking op vochtproblemen in de gerealiseerde aanbouw.

Standpunt consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken, in het bijzonder het ingevulde vragenformulier van 6 juli 2018 met bijlagen, en naar de toelichting ter zitting.

Op 1 september 2014 is de door de ondernemer in opdracht van de consument gerealiseerde aanbouw aan de achterzijde van de woning van de consument opgeleverd. De consument heeft de aanneemsom volledig betaald.

De consument klaagt over vochtproblemen die zich in 2016 na een zware regenbui voor het eerst hebben voorgedaan. Er bleek water in de betonvloer van de aanbouw te zijn gekomen, waardoor uitgeslagen kringen in de betonvloer ontstonden. In 2017 zijn de klachten toegenomen. Op 1 november 2017 heeft de consument bij de ondernemer melding gemaakt van de vochtproblemen.

De kringen bevinden zich ter plaatse van de kozijnen, in het midden van die kozijnen. De vochtplekken worden bij zware regenval soms groter, en gaan niet meer weg. De zouten zorgen vermoedelijk voor de plekken.

De ondernemer en een door de consument ingeschakelde bouwkundige hebben gezocht naar de oorzaak van het vochtprobleem en hebben beiden een andere oorzaak genoemd.

De consument wil dat de oorzaak van het vochtprobleem wordt achterhaald, dat herstelwerkzaamheden ter voorkoming van de lekkage of vochtplekken worden verricht en dat de reeds ontstane schade wordt hersteld, althans dat voor de te verrichten werkzaamheden een schadevergoeding wordt toegekend.

Standpunt ondernemer

De ondernemer is in de gelegenheid gesteld verweer te voeren. De ondernemer heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. De heer [naam directeur], directeur van de ondernemer, is wel bij het onderzoek door de door de commissie ingeschakelde deskundige aanwezig geweest.

Deskundigenrapport

De commissie heeft op 17 oktober 2018 een onderzoek laten uitvoeren door de heer [naam deskundige] voor [naam bureau] (verder te noemen: de deskundige), die daarover op 14 december 2018 heeft gerapporteerd aan de commissie. De inhoud van dit rapport geldt als hier herhaald en ingelast.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het rapport van de deskundige. De consument heeft hierop gereageerd per brief van 13 januari 2019. De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren op het rapport van de deskundige.

In reactie op het rapport van de deskundige geeft de consument aan dat de kringen niet weg gaan, maar in een paar jaar tijd een paar keer groter zijn geworden. Een groot deel van de vloer bij de ramen is onherstelbaar beschadigd. De consument is het vertrouwen in de ondernemer kwijt en zou graag zien dat, als de herstelwerkzaamheden door de ondernemer worden uitgevoerd, op diens kosten een toezichthouder wordt aangesteld die de herstelwerkzaamheden onafhankelijk kan beoordelen.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde en gezien het deskundigenrapport oordeelt de commissie als volgt.

De deskundige heeft geconstateerd dat de door de ondernemer gerealiseerde aanbouw onvoldoende waterkerend is gebleken.

De aanbouw voldoet daarmee niet aan het Bouwbesluit.
De deskundige heeft het volgende vastgesteld: “De aanbouw is niet voldoende waterkerend gebleken. ( …) Dat zit met name in het ontbreken van een waterkerende folie achter de kantplank, tot op de funderingsstrook. Een ander kritisch detail kan de afwatering van de metselwerk plint vormen. Deze kan mogelijk eveneens langs de zijkanten de ruimte achter de kantplanken bereiken. (…) Een derde inwateringspunt vormt de aluminium waterslagen de kozijnaansluitingen. De waterslagen zijn niet voorzien van kopschotjes, waardoor water zijwaarts kan afstromen langs het kozijn. Ook de naad tussen de rabatdelen en kozijnen en tussen metselwerk en kozijnen vertoont een kier. De folie langs de stijlen van het kozijn is namelijk achter de metselwerk plint gestoken, zodat water via deze weg achter de kantplank komt en de betonvloer ter plaatse zal bevochtigen. (…) Het grindpakket ligt relatief hoog. Zodanig dat regenwater, bij voldoende neerslag, in de metselwerk spouw kan dringen en achter de kantplank.”.

Nu de bevindingen van de deskundige niet zijn weersproken en er ook overigens geen aanleiding is om af te wijken van deze bevindingen, neemt de commissie deze over als de hare.

De commissie is van oordeel dat, nu de aanbouw onvoldoende waterkerend is gebleken, de aanbouw niet goed en deugdelijk is gerealiseerd. Partijen verschillen van mening over de wijze waarop herstel dient te worden uitgevoerd. De commissie is van oordeel dat de door de ondernemer als juist omschreven herstelwerkzaamheden, te weten: het aanleggen van een grindkoffer met drainage, geen goede en deugdelijke wijze van herstel is. De commissie zal de ondernemer veroordelen tot herstel zoals door de deskundige omschreven: “Rondom de vloeraansluitingen op de funderingsstrook dient waterdicht ingewerkt te worden, bij voorkeur met dakbedekking, epdm of vloeibaar rubber. Daarna kan de plint terug gemetseld worden en de diverse details hersteld/waterdicht gemaakt worden.”
 
Daarnaast zal de commissie de ondernemer veroordelen tot herstel van de schade die aan de betonvloer van de aanbouw is ontstaan. Voor benoeming van een toezichthouder ziet de commissie geen aanleiding.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer behandelingskosten aan de commissie verschuldigd.

Ook dient de ondernemer overeenkomstig het reglement het klachtengeld aan de consument te vergoeden.

De commissie wijst af het meer of anders gevorderde.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie, beslissend naar redelijkheid en billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden:

– veroordeelt de ondernemer tot het verrichten van de herstelwerkzaamheden zoals genoemd op pagina’s 3 en 4 van het deskundigenrapport van 14 december 2018, binnen twee maanden na de verzenddatum van dit bindend advies;

– veroordeelt de ondernemer tot herstel van de schade die aan de betonvloer van de aanbouw is ontstaan, binnen twee maanden na de verzenddatum van dit bindend advies;
– bepaalt dat de consument de ondernemer in de gelegenheid zal stellen de hiervoor genoemde werkzaamheden te verrichten;

– veroordeelt de ondernemer tot vergoeding aan de consument van het betaalde klachtengeld van € 260,–;

– wijst af het meer of anders verlangde;

– bepaalt dat de ondernemer, overeenkomstig het reglement, aan de commissie behandelingskosten verschuldigd is.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw, bestaande uit mevrouw mr. M.L. Braaksma, voorzitter, de heer ing. G.J. van Ingen en mevrouw mr. M.E. Hinskens van Neck, leden, op 26 maart 2019 in aanwezigheid van mevrouw mr. L. Kramer, secretaris.