Zaak te laat aan commissie voorgelegd; consument niet-ontvankelijk in klacht

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Ontvankelijkheid    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 239319/250228

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument verwijt de ondernemer dat het toezicht op de opvang tekort is geschoten, waardoor haar zoon letsel heeft opgelopen.  De ondernemer voert aan dat de consument de zaak te laat aan de commissie heeft voorgelegd. Daarnaast zijn er geen redenen aangevoerd op basis waarvan deze termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. De commissie stelt vast dat de genoemde termijn (in het reglement) van 12 maanden na de datum van indiening van de klacht bij de ondernemer ruimschoots is overschreven. Verontschuldigende omstandigheden, waardoor van niet-ontvankelijkverklaring kan worden afgezien, doen zich hier niet voor. Het feit dat de zoon van de consument onlangs is gaan verklaren over het voorval is geen reden de termijnoverschrijding niet aan de consument te verwijten. Al in juli 2018 heeft de consument, zonder verklaring van haar zoon, aanleiding gezien een klacht bij de ondernemer in te dienen, zodat binnen 12 maanden daarna de klacht ook bij de commissie had kunnen ingediend. De consument is niet-ontvankelijk in haar klacht.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de geboden opvang door de ondernemer aan de zoon van de consument. De consument verwijt de ondernemer dat het toezicht op de opvang tekort is geschoten, waardoor haar zoon letsel heeft opgelopen.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 22 juni 2018 is het zoontje van de consument op de peuterzaal zwaargewond geraakt. Hij is hiervoor op 24 juni 2018 opgenomen in het ziekenhuis, waar onder andere een groot hematoom aan binnenzijde rechterwang en flink opgezwollen gezicht werd gediagnosticeerd. De ondernemer kon niet verklaren wat er gebeurd was. Ook liepen de verklaringen van de medewerkers uiteen. Kortgeleden is het zoontje van de consument over het voorval gaan verklaren. Hij heeft verteld dat zijn speen uit zijn mond is getrokken en  de begeleiding hem op de grond heeft laten vallen. De consument heeft recentelijk aangifte gedaan bij de politie en zij wil ook dat deze zaak door de Geschillencommissie wordt behandeld.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer verzoekt de commissie de consument met verwijzing naar artikel 6 lid 1 onder b van het Reglement Geschillencommissie Kinderopvang de consument met betrekking tot het door haar aanhangig gemaakte geschil niet-ontvankelijk te verklaren. De ondernemer stelt dat het geschil op basis van de door de consument overgelegde stukken blijkt te gaan over een incident dat haar zoon is overkomen per 22 juni 2018. Over dit incident heeft de consument per e-mail d.d. 23 juli 2018 een klacht jegens de ondernemer geuit. Op deze klacht wordt door de ondernemer gereageerd per e-mail d.d. 21 augustus 2018. Gelet op artikel 6 lid 1 van het reglement had de consument uiterlijk op 22 juli 2019 bij de commissie het  geschil aanhangig moeten maken. Zij heeft dit echter pas gedaan per 7 november 2023 en dat is dus aanzienlijk buiten de termijn die afliep per 22 juli 2019. Wat de ondernemer betreft, zijn er ook geen redenen aangevoerd op basis waarvan deze termijnoverschrijding op grond van artikel 6 lid 2 van het reglement verschoonbaar zou zijn.

Beoordeling van de ontvankelijkheid

De commissie heeft ten aanzien van de ontvankelijkheid het volgende overwogen.

Uit de stukken blijkt dat het incident waarop de klacht betrekking heeft, plaatsvond op 22 juni 2018.

Op 23 juli 2018 heeft de consument terzake dit incident bij de ondernemer een schriftelijke klacht ingediend. De klacht is voor het eerst op 7 november 2023 bij de commissie aanhangig gemaakt.

Het reglement Geschillencommissie Kinderopvang schrijft voor dat de commissie een consument op verzoek van de ondernemer in zijn klacht niet-ontvankelijk dient te verklaren indien hij zijn geschil niet binnen 12 maanden na de datum waarop hij de klacht bij de ondernemer heeft ingediend bij de commissie aanhangig heeft gemaakt (zie artikel 6 lid 1 sub b. van het reglement). Indien de termijnoverschrijding niet aan de consument verweten kan worden, kan de commissie besluiten de klacht toch in behandeling te nemen (zie artikel 6 lid 2 van het reglement).

Vaststaat dat de genoemde termijn van 12 maanden na de datum van indiening van de klacht bij de ondernemer ruimschoots is overschreven. Verontschuldigende omstandigheden, waardoor van niet-ontvankelijkverklaring kan worden afgezien, doen zich hier niet voor. Het feit dat de zoon van de consument onlangs is gaan verklaren over het voorval, zoals door de consument gesteld, is geen reden de termijnoverschrijding niet aan de consument te verwijten. Reeds in juli 2018, zonder de verklaring van de zoon, heeft de consument aanleiding gezien de klacht bij de ondernemer in te dienen.

De commissie is dan ook van oordeel dat de consument haar klacht vóór 23 juli 2019 aan de commissie had moeten voorleggen. De consument heeft haar klacht echter pas op 7 november 2023 bij de commissie aanhangig gemaakt. Voor die ruime termijnoverschrijding heeft de commissie geen rechtvaardiging gevonden.

De commissie is dan ook van oordeel dat de consument niet-ontvankelijk is in haar klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De consument wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer Y. Dragstra, de heer H. Stel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 10 april 2024.