Zorgaanbieder heeft cliënt voldoende geïnformeerd over ingreep

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: bejegening/ zorgvuldigheid/ zorgverlening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 234087/244239

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Cliënt stelt dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld, zowel ten aanzien van het geven van informatie voorafgaande aan de ingreep als de wijze waarop de ingreep is uitgevoerd. Na de ingreep heeft cliënt blijvende verkleuringen op zijn benen gekregen. De commissie is van oordeel dat de ingreep volgens professionele standaard is uitgevoerd. Hyperpigmentatie na de behandeling is een restverschijnsel dat frequent voorkomt. Dit is voorafgaande aan de ingreep ook aan cliënt kenbaar gemaakt. Ook bij het toepassen van de zogenaamde Mullertechniek kan hyperpigmentatie optreden als restverschijnsel.

De uitspraak

In het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Polikliniek De Blaak Rotterdam, gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Samenvatting
Cliënt stelt dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld, zowel ten aanzien van het geven van informatie voorafgaande aan de ingreep als de wijze waarop de ingreep is uitgevoerd. Na de ingreep heeft cliënt blijvende verkleuringen op zijn benen gekregen. De commissie is van oordeel dat de ingreep volgens professionele standaard is uitgevoerd. Hyperpigmentatie na de behandeling is een restverschijnsel dat frequent voorkomt. Dit is voorafgaande aan de ingreep ook aan cliënt kenbaar gemaakt. Ook bij het toepassen van de zogenaamde Mullertechniek kan hyperpigmentatie optreden als restverschijnsel.

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 1 maart 2024 te Utrecht.

Cliënt heeft de zitting niet bijgewoond.

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door de heer drs. [naam], lid van de Raad van Bestuur, de heer drs. [naam], arts, en mevrouw [naam], kwaliteitsmanager.

Beoordeling
Cliënt stelt de zorgaanbieder aansprakelijk voor het onbevredigend resultaat van een spataderbehandeling.

Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de nakoming van die verplichting. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en de cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.

Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De verplichting die voor de zorgaanbieder voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de zorgaanbieder moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de zorgaanbieder zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken, indien komt vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

Standpunt van cliënt
Cliënt heeft om esthetische redenen zijn spataders op zijn benen laten verwijderen. Hij is niet tevreden met het resultaat.

1. Cliënt verwijt de zorgaanbieder dat de behandelend arts over onvoldoende deskundigheid beschikte voor het uitvoeren van de ingreep. Waar eerst spataderen zaten, zijn er nu na de ingreep blijvende donkere strepen te zien. Cliënt stelt dat hij vooraf niet voldoende is geïnformeerd over de twee behandelingsmogelijkheden voor het verwijderen van spataders. De arts heeft zonder overleg zelf bepaald hoe de behandeling zou worden uitgevoerd en heeft met zijn behandelingsvoorkeur bewust risico’s genomen zonder de consequenties met cliënt te bespreken. Tijdens de intake heeft de arts globaal de sclerotherapiebehandeling en de Müller-ingreep uitgelegd en daarbij aangegeven dat de sclerotherapie een geschikte behandeling zou zijn waar hij in de praktijk al jaren ervaring mee had en goede resultaten mee heeft behaald. Bovendien is deze therapie goedkoper. Cliënt heeft het toestemmingformulier ter ondertekening voorgelegd gekregen en er is hem verteld wat de bijwerkingen zijn. Zo ook over hyperpigmentatie, dat het hardnekkige plekken kunnen zijn en dat het wat langer duurt voordat deze weg gaan. Van tevoren is cliënt niet verteld dat de hyperpigmentatie ook blijvend kan zijn.

Cliënt is van mening dat bij zijn dikke oppervlakkige aders juist de Müller-techniek toegepast had moeten worden: dan had hij niet dit resultaat gehad.

2. De dermatoloog heeft op dezelfde wijze de behandeling van zijn tweede been weloverwogen en klakkeloos voortgezet zonder cliënt te informeren waarom hij voor deze sclerotherapiebehandeltechniek heeft
gekozen. Daarbij heeft cliënt geen behandelovereenkomst met deze dermatoloog gesloten;

3. Het medisch dossier is onvolledig. Er zijn geen foto’s aanwezig en er staat niet genoteerd waarom er bij de intake is besloten de sclerotherapiebehandeling toe te passen en niet de Müller-techniek;

4. De klachtenprocedure voor de klachtencommissie voldeed niet aan de daarvoor gestelde eisen van hoor en wederhoor en transparantie.

Cliënt vordert van de zorgaanbieder een schadevergoeding van € 15.000,–

Standpunt zorgaanbieder
Op 20 augustus 2020 heeft cliënt het flebologie spreekuur bezocht in verband met een cosmetisch bezwaar van de zichtbare varices bovenop zijn benen. Na het verrichten van het flebologisch duplex onderzoek bleek er geen sprake te zijn van veneuze stam insufficiënte vaten. In beide benen was er wel sprake van zijtakvarices die anterolateraal verliep over beide benen. Deze waren beide afkomstig van de sufficiënte anterior vene van de vena saphena magna. Op basis van ervaring en het onderzoek is aan cliënt aangeraden de oppervlakkige varices te behandelen middels foamsclerocompressietherapie. De Muller was ook ter sprake gekomen. Vanwege de omvang/grootte van de varices over het geheel been had de foamsclerocompressietherapie de voorkeur. Alle convoluten bij elkaar waren niet fors genoeg om een Muller-behandeling te verrichten. Op 21 augustus 2020 en 22 september 2020 is vervolgens het linker- en daarna het rechterbeen behandeld. Op 17 november 2020 was een laatste controle. Tijdens de controle bleek dat het volledig traject dat behandeld was had gereageerd op de behandeling. Hierbij was er al sprake van afname van de behandelde convoluten, weliswaar gepaard met de mogelijke bijwerkingen van induratie (als gevolg van bloedophoping) en hyperpigmentatie lateraal van het linkerbeen (als gevolg van het normale inflammatoire proces als onderdeel van het opruim proces). Deze bijwerkingen zijn eerder benoemd en besproken bij de intake en staan ook vermeld op het toestemmingsformulier dat door cliënt is ondertekend. Ook de leefregels na de ingreep zijn aan cliënt uitgelegd. Na ongeveer twee jaar na de behandeling is cliënt op eigen initiatief voor controle op het flebologie spreekuur gekomen vanwege persisterende hyperpigmentatie aan de laterale zijde van het linkerbeen. Het is heel uitzonderlijk dat deze bijwerking zich had gepersisteerd na twee jaar. Cliënt vroeg of hyperpigmentatie twee jaar later nog behandeld worden en of achteraf de Muller niet een beter optie zou zijn geweest. Post inflammatoire hyperpigmentatie en hemosiderine pigmentatie is na een lange periode van twee jaar bijna niet te behandelen. Zonneblootstelling op de plek in de afgelopen twee jaar kan ook hebben geleid dat het pigment onvoldoende kon worden opgeruimd. De Muller-behandeling was vooralsnog geen optie gezien het kaliber van alle varices bij elkaar.

Overwegingen commissie
De commissie heeft tot taak geschillen tussen cliënt en de zorgaanbieder te beslechten voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van een gesloten behandelingsovereenkomst tussen cliënt en de zorgaanbieder. Ingevolge artikel 14, lid 1, van de Wkkgz, in samenhang met artikel 3 van het reglement van de commissie kan schriftelijk een klacht worden ingediend door de cliënt over een gedraging jegens hem in het kader van de zorgverlening. Klacht 4 van cliënt ziet op de interne klachtenprocedure die naar aanleiding van zijn klachten is gevolgd, alsmede op het oordeel van de klachtencommissie. De commissie is van oordeel dat deze interne klachtbehandeling valt onder de verantwoordelijkheid van de klachtencommissie. De commissie is niet bevoegd om een inhoudelijk oordeel te geven over de werkwijze van de klachtencommissie en de inhoud van haar oordeel. Nu deze klacht niet ziet op een gedraging van de zorgaanbieder in het kader van de zorgverlening, zal de commissie cliënt ter zake van deze klacht niet-ontvankelijk verklaren.

De commissie heeft op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting genoegzaam vastgesteld dat cliënt bij de intake is voorgelicht over de twee behandelmogelijkheden voor het verwijderen van spataders. Daarbij is cliënt gewezen op de mogelijke bijwerkingen. Ook in het toestemmingsformulier, dat door cliënt is ondertekend, staat vermeld dat hyperpigmentatie een frequent optredend neveneffect is van de behandeling. Overigens staat in het formulier niet vermeld dat het om een tijdelijk restverschijnsel gaat.

De commissie is van oordeel dat de arts niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de spataders te behandelen door middel van de foamsclerocompressietherapie, een gangbare behandeling van spataders. Daarbij merkt de commissie op dat haar ambtshalve bekend is dat ook bij het toepassen van de Muller-techniek restverschijnselen, zoals hyperpigmentatie, kunnen optreden.

Op basis van de overgelegde foto’s, is de commissie van oordeel dat de medische behandeling voldoet aan de professionele standaard.

De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het opstellen van een medisch dossier. Hierin worden de stappen van de medische behandeling opgenomen. Het al dan niet opnemen van foto’s in het dossier is een keuze van de zorgaanbieder. De zorgaanbieder is niet gehouden in het medisch dossier aan te geven waarom voor een bepaalde behandeling is gekozen.

De commissie komt tot het oordeel dat de zorgaanbieder heeft gehandeld, zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende hulpverlener in dezelfde situatie mag worden verwacht en zal om die reden de klachten ongegrond verklaren.

Voor aanspraak op een schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst. Van een toerekenbare tekortkoming is hier echter geen sprake, zodat de vordering tot schadevergoeding dient te worden afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie
– verklaart cliënt niet ontvankelijk in zijn klacht over het functioneren van de klachtencommissie;
– verklaart de overige klachten ongegrond;
– wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer dr. M.C. Mooij, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 1 maart 2024.