Onvoldoende informatieverstrekking vóór operatie: klacht gegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: Informatie    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 947970/1084724

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt liet in 2023 haar borstimplantaten verwijderen en een borstlift uitvoeren. Zij klaagde dat de kliniek onzorgvuldig werkte, dat de nazorg slecht was en dat zij niet goed was geïnformeerd over de operatie en de risico’s, mede door een grote taalbarrière. De commissie vindt dat sommige klachten niet behandeld kunnen worden omdat ze te laat of verkeerd zijn ingediend. Wel oordeelt de commissie dat de zorgaanbieder de cliënt onvoldoende duidelijke informatie heeft gegeven, waardoor zij geen weloverwogen toestemming kon geven voor de operatie. Daarom wordt dit deel van de klacht gegrond verklaard. De gevraagde schadevergoeding wordt afgewezen omdat de schade niet voldoende is onderbouwd. De zorgaanbieder moet wel het klachtengeld terugbetalen.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Boerhaave Medisch Centrum, gevestigd te Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de explantatie en borstlift die de cliënt in 2023 heeft ondergaan. De centrale geschilonderwerpen zijn ontvankelijkheid en informed consent.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

Op 12 april 2023 onderging de cliënt een explantatie van prothesen en een borstlift. De zorgaanbieder is hierin ernstig nalatig geweest: zo heeft geen preoperatieve screening plaatsgevonden (geen bloedonderzoek of fysiek onderzoek door de anesthesist) en is sprake van onvolledige hemostase en onprofessionele nazorg. De cliënt had wekenlang bloedingen en heeft hier blijvende schade aan overgehouden (neuropathische pijn en asymmetrie).

Bovendien ontbrak duidelijke informatie en informed consent. De cliënt is niet geïnformeerd over mogelijke risico’s en complicaties en de verschillende chirurgische manieren om een borstlift uit te voeren. In dit kader heeft de tolk van de cliënt, die bij de gesprekken met de zorgaanbieder aanwezig was, een verklaring opgesteld.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

Ten aanzien van de ontvankelijkheidsvraag merkt de zorgaanbieder op dat niet alleen de klacht over de preoperatieve tests, maar ook de klachtonderdelen ten aanzien van nazorg en het resultaat wel degelijk onderdeel uitmaakten van de klacht van 7 augustus 2023. De cliënt dient hierin dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Informed consent
De zorgaanbieder benadrukt dat de cliënt op 19 maart 2023 door de plastisch chirurg is geïnformeerd over de voor haar bestaande behandelmogelijkheden. Zoals ook volgt uit het medisch dossier zijn met de cliënt drie behandelmogelijkheden besproken waarbij bij alle drie de behandelmogelijkheden de implantaten (en het kapsel) moesten worden verwijderd. De behandelmogelijkheden waren als volgt:
– het verwijderen van de borstimplantaten en het plaatsen van nieuwe protheses;
– het verwijderen van de borstimplantaten en het plaatsen van nieuwe protheses inclusief een borstlift;
– het verwijderen van de borstimplantaten en liften van de borst met ankervormige littekens.

De zorgaanbieder is van mening dat enkel de borstliften die voor de betreffende patiënt daadwerkelijk mogelijk en passend zijn, te moeten bespreken. Dat volgt ook uit artikel 7:448 BW waarin specifiek wordt benoemd dat een hulpverlener een patiënt (ook) dient te informeren over andere methoden van behandeling voor zover “die in aanmerking komen”. De twee andere soorten borstlift waren voor de cliënt echter geen mogelijkheid en zijn om die reden ook niet besproken. De cliënt had immers last van ernstige verzakking (zoals ook volgt uit de foto’s het medisch dossier en het verweerschrift), waarvoor enkel de borstlift met een ankervormig litteken geschikt is.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Wat aan het geschil vooraf is gegaan
In het tussenadvies van 2 september 2025 heeft de commissie de ontvankelijkheid van de cliënt besproken. Ook heeft de commissie bepaald dat aanvullende informatie nodig is om op het klachtonderdeel over informed consent te kunnen oordelen. Daarvoor is de tolk, mevrouw [naam], die telefonisch betrokken is geweest bij de consulten, als getuige opgeroepen ter zitting.

[tolk] was ter zitting van 10 februari 2026 aanwezig en heeft de vragen van de commissie in voldoende mate beantwoord.

Ontvankelijkheid
Reeds in het tussenadvies had de commissie bepaald dat de cliënt niet-ontvankelijk is in haar klacht ten aanzien van de preoperatieve tests. Naar aanleiding van het tussenadvies heeft de zorgaanbieder aangevoerd dat ook andere klachtonderdelen (meer specifiek over het resultaat en de nazorg) in de originele klacht zijn ingediend. De zorgaanbieder heeft hierbij gewezen op de klachtbrief van 19 september 2023.

Naar het oordeel van de commissie is uit de klachtbrief van 19 september 2023 inderdaad gebleken dat de cliënt in eerste aanleg niet alleen heeft geklaagd over preoperatieve tests, maar ook over het resultaat en (het gebrek aan) nazorg. Anders dan in het tussenadvies bepaald, is de commissie dan ook van oordeel dat de cliënt in deze klachtonderdelen niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Hieruit volgt dat de commissie slechts toekomt aan de inhoudelijke bespreking van het klachtonderdeel ten aanzien van informed consent.

Informed consent
Niet in geschil tussen partijen is dat sprake was van een aanzienlijke taalbarrière tussen cliënt en zorgaanbieder. De cliënt spreekt geen Engels en slechts zeer beperkt Duits. Deze taalbarrière is ook meermalen door de zorgaanbieder in het medisch dossier vastgelegd.
Uit het dossier blijkt dat de cliënt aanvankelijk een gesprek heeft gevoerd met de arts, waarbij mevrouw [naam] als tolk aanwezig was. Vervolgens heeft een consulent telefonisch contact met de cliënt opgenomen. De zorgaanbieder heeft gesteld dat ook bij dit gesprek een tolk telefonisch aanwezig was. De cliënt heeft dit echter uitdrukkelijk betwist. Volgens de cliënt heeft zij een buurvrouw verzocht om het telefoongesprek, voor zover mogelijk, te vertalen. In het dossier is verder genoteerd dat de cliënt de informatie per e-mail toegezonden zou krijgen. De cliënt heeft echter betwist deze informatie te hebben ontvangen. De zorgaanbieder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de betreffende stukken daadwerkelijk aan de cliënt zijn verzonden. Evenmin zijn deze stukken door de zorgaanbieder in de procedure overgelegd.

De omvang en ernst van de taalbarrière wordt nog eens benadrukt door de notitie van de plastisch chirurg, de heer [naam], die na de ingreep in het dossier heeft genoteerd op 20 april 2023: “Indien ze het in de nacht niet vertrouwd, mag ze bellen met ons maar ik vind de taalbarrière te groot voor adequate spoedzorg, zodoende ook advies evt. HAP of zelfs 112 te bellen, waar ze mogelijk wel een tolk hebben. Teruggekoppeld naar operateur dat ik twijfel of het verstandig is om mensen met een dergelijke barrière te opereren, gezien (on)mogelijkheden in spoedsituaties”.

De commissie overweegt dat in situaties waarin sprake is van een grote taalbarrière op de zorgaanbieder een verhoogde zorgplicht rust om zich ervan te vergewissen dat de cliënt de verstrekte informatie begrijpt en op basis daarvan een weloverwogen keuze kan maken. Dit brengt mee dat van de zorgaanbieder mag worden verwacht dat deze extra zorgvuldigheid betracht bij de informatieverstrekking en de vastlegging daarvan in het dossier.

De commissie is niet gebleken dat de zorgaanbieder in dit geval aan deze verzwaarde zorgvuldigheidseis heeft voldaan. De dossiernotities zijn hiervoor te summier. Zo is niet vastgelegd welke concrete informatie aan de cliënt is verstrekt. De operateur, de heer [naam], heeft op 27 maart 2023 slechts genoteerd: “Alles nogmaals doorgenomen, verwijderen en lift.” Naar het oordeel van de commissie is een dergelijke summiere aantekening onvoldoende om vast te kunnen stellen dat de cliënt daadwerkelijk een geïnformeerde keuze heeft kunnen maken. Het door de cliënt ondertekende algemene toestemmingsformulier acht de commissie daarvoor op zichzelf eveneens onvoldoende.

Op grond van het voorgaande kan de commissie niet vaststellen dat de cliënt, mede gelet op de aanzienlijke taalbarrière, daadwerkelijk en in voldoende mate op de hoogte is gesteld van de aard en de gevolgen van de voorgenomen behandeling. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de commissie onvoldoende gebleken dat sprake was van een toereikend geïnformeerde toestemming. De commissie is dan ook van oordeel dat de operatie van 12 april 2023 onder deze omstandigheden niet had mogen plaatsvinden.

De commissie overweegt verder dat het vereiste van informed consent niet uitsluitend ziet op de aard en inhoud van de medische behandeling. Daaronder kan tevens informatie over de financiële consequenties van een behandeling vallen. Op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Regeling transparantie zorgaanbieders rust op zorgaanbieders een informatieplicht met betrekking tot de tarieven van een behandeling.

Uit de door partijen overgelegde stukken kan de commissie niet afleiden dat na de uitgevoerde echografie met de cliënt is besproken dat mogelijk sprake was van lekkende prothesen. In een dergelijk geval kan de verwijdering van borstprothesen in aanmerking komen voor vergoeding door de zorgverzekeraar, terwijl slechts de kosten van een eventuele borstlift voor rekening van de cliënt zouden komen. Naar het oordeel van de commissie had het, mede gelet op het gebrek aan kennis bij de cliënt over het Nederlandse verzekeringssysteem, op de weg van de zorgaanbieder gelegen om de cliënt hierover duidelijk te informeren. Dat dit is gebeurd, is de commissie niet gebleken.

In zoverre is sprake van onzorgvuldig handelen door de zorgaanbieder. De klacht van de cliënt is gegrond.

Schadevordering
De cliënt heeft een schadevergoeding van € 25.000,- gevorderd ter vergoeding van de lichamelijke en psychologische schade die zij heeft geleden door het onzorgvuldig handelen van de zorgaanbieder. De lichamelijke schade bestaat uit asymmetrie van de borsten, asymmetrie van de tepelhoven, een ernstig beschadigde linker tepel, neuropathische pijn in de linkerborst en de noodzaak van levenslange behandeling.

De psychologische schade betreft stress, angst en emotionele belasting als gevolg van de gebrekkige zorg en het negeren van haar klachten.

Naar het oordeel van de commissie is deze schade echter onvoldoende onderbouwd. De cliënt heeft geen medische verklaringen, facturen of andere stukken overgelegd die de aard en omvang van de schade bevestigen. Ook is de commissie onvoldoende gebleken in hoeverre de cliënt (een deel van) de facturen vergoed heeft gekregen. De vordering dient dan ook te worden afgewezen.

Wel dient de zorgaanbieder, nu de klacht gegrond wordt verklaard, het door de cliënt betaalde klachtengeld aan haar te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de cliënt niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen die zien op de preoperatieve tests, het resultaat en het gebrek aan nazorg;
– verklaart de klacht van de cliënt ten aanzien van informed consent gegrond;
– wijst de vordering tot schadevergoeding af;
– bepaalt dat de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de cliënt te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw drs. H.J.P. Tielemans, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 10 februari 2026.

Opslaan als PDF