BOVAG-garantie bevestigd: ondernemer betaalt

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: Betaling    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 226133/231641

De uitspraak:

Waar gaat de tekst over?

De consument kocht een gebruikte Peugeot 208e met BOVAG-garantie. In mei 2023 kreeg zij pech in het buitenland: de auto gaf een storing en kon niet meer rijden of opladen. Een merkdealer stelde vast dat de airco-compressor kapot was, waardoor de auto in veiligheidsmodus ging. De reparatie kostte € 1.922,65. De ondernemer wilde de auto eerst zelf onderzoeken en vond de kosten te hoog. Uiteindelijk bood hij € 1.000 en later € 1.600 aan, maar gaf geen duidelijke uitleg over zijn prijs. Volgens de BOVAG-voorwaarden moet de ondernemer bij een noodzakelijke reparatie in het buitenland de kosten vergoeden tot het prijsniveau van zijn eigen garage. Omdat hij geen offerte gaf en niet kon aantonen wat zijn prijzen zijn, baseerde de commissie zich op offertes uit de woonplaats van de consument. Die kwamen overeen met de factuur uit het buitenland. De commissie oordeelde dat de klacht gegrond is en dat de ondernemer het volledige bedrag van € 1.922,65 moet betalen, plus € 127 klachtengeld.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 20 januari 2023 tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte Peugeot, type 208e, tegen een door de consument te betalen prijs van € 29.750, –.

De overeenkomst is op 20 januari 2023 uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 20 mei 2023 voorgelegd aan de ondernemer.

 

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De auto is gekocht met 12 maanden BOVAG-garantie.
Op 20 mei 2023 kreeg de consument pech met de auto in [plaatsnaam]. Zij wilde de auto opladen bij een snellader, maar de auto gaf een storing van het aandrijfsysteem aan. Het opladen en het rijden met de auto lukte daardoor niet meer. De auto moest worden weggesleept. Het sleepbedrijf kon de storing niet oplossen, waarna de auto versleept werd naar een nabijgelegen merkdealer. Op 2 juni 2023 stelde de dealer vast dat de compressor van de airco defect was en de auto daardoor in een veiligheidsmodus terecht kwam. Het betreffende onderdeel moest worden besteld. De consument nam contact op met de ondernemer, maar deze weigerde de reparatie te betalen omdat hij de auto zelf in [woonplaats] wilde onderzoeken. Ook vond hij de door de dealer berekende reparatiekosten te hoog. De ondernemer verwachtte dat de consument de auto op zijn kosten naar hem moest laten brengen. Dat was niet mogelijk omdat de consument inmiddels met de auto van haar schoonouders naar [woonplaats] was gereden omdat zij moest gaan werken. De schoonouders wachtten in [plaatsnaam] op de reparatie om daarna met de auto naar [woonplaats] te rijden.

Via een interventie van een adviseur van de BOVAG werd toestemming verleend voor het verrichten van de reparatie in [plaatsnaam]. De kosten daarvan bedroegen blijkens de factuur van 6 juni 2023 € 1.922,65. In eerste instantie bood de ondernemer aan om een bedrag van € 1.000, — te vergoeden. Uit de door de consument opgevraagde offertes bleek dat de kosten in [woonplaats] ongeveer € 1.600, — tot € 2.000, — zouden bedragen. Desgevraagd bleek de ondernemer niet bereid een offerte van de kosten die hij zou moeten maken op te stellen. Het is dus niet na te gaan wat de gangbare prijzen voor deze reparatie bij de ondernemer zijn. Op grond van de BOVAG-voorwaarden dient de ondernemer in het geval van een noodzakelijke reparatie in het buitenland de in zijn garage geldende reparatiekosten te vergoeden. Er was sprake van een noodzaak tot onmiddellijk herstel.

De consument kan zich niet verenigen met het lage bod van de ondernemer. De consument is van mening dat de volledige factuur van de dealer moet worden vergoed, maar tenminste een bedrag van € 1.600, –.

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De ondernemer heeft de consument van meet af aan ontzettend tegengewerkt. Eerst moest zij alles zelf oplossen, toen moest de auto naar [woonplaats] worden gebracht en was het aanbod veel te laag.

De consument acht het factuurbedrag gelet op de in [woonplaats] geldende prijzen redelijk. De vergoeding daarvan is het uitgangspunt. De ondernemer heeft niet aangetoond hoe zijn bod tot stand is gekomen. Het tardieve bood van de ondernemer is in dit stadium niet acceptabel voor haar. Zij maakt geen aanspraak op vergoeding van andere kosten.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer deelt geen interne inkoopkosten voor materialen en uurloon met derden. De ondernemer kan niet de inkoopprijzen van alle onderdelen en het uurloon op de offerte zetten.

Uit de stukken maakt de ondernemer op dat de consument minimaal een bedrag van € 1.600, — verlangt. Zij laatste voorstel was € 1.400, –. Hij is bereid het verschil te delen en € 1.500, — te vergoeden. De ondernemer vindt het merkwaardig dat er geen terugkoppeling van de consument is geweest op dit voorstel en ineens een zitting is gepland. Gezien het feit dat de geschillencommissie dit bericht niet heeft doorgestuurd naar de consument is het voor de ondernemer niet duidelijk waarmee de consument wel akkoord gaat. Ervan uitgaande dat in de stukken een bedrag van € 1.600, –.

 

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In het onderhavige geschil doet de consument een beroep op de BOVAG-voorwaarden en vraagt zij vergoeding van de naar aanleiding van een pechgeval in [plaatsnaam] gemaakte reparatiekosten.

Na veel vijven en zessen is de ondernemer, na een aanvankelijke weigering, ermee akkoord gegaan dat de reparatie vanwege het noodzakelijke karakter daarvan in [plaatsnaam] wordt uitgevoerd en is hij bereid gebleken de kosten daarvan te vergoeden.

Partijen zijn het niet eens geworden over de hoogte van de door de ondernemer te betalen vergoeding. De ondernemer weigerde een offerte c.q. specificatie van zijn eerste voorstel tot betaling van € 1.000, — te verstrekken, maar heeft dit bod, nadat de zaak al bij de commissie aanhangig was, uiteindelijk verhoogd tot een bedrag van € 1.600, –.

De consument is van mening dat zij het volledige bedrag van de in [plaatsnaam] betaalde reparatiekosten vergoed wil krijgen. Zij wijst daartoe op de door haar in [woonplaats] gevraagde offertes die in lijn met de hoogte van de factuur van [plaatsnaam] liggen.

De commissie volgt het standpunt van de consument.

De betreffende toepasselijke bepaling van de BOVAG-voorwaarden, te weten artikel 15 lid 3 luidt voor zover van belang:

“(…) Treedt de noodsituatie op buiten de landsgrenzen van Nederland en is de auto door een in het buitenland gevestigd derde bedrijf hersteld, dan worden de kosten van deze buitenlandse derde vergoed tot maximaal het prijspeil zoals dat in het bedrijf van de reparateur geldt.”

Uit de stukken blijkt dat noch de vergoeding van de kosten op grond van de bedongen BOVAG-garantie, noch de noodzaak tot onmiddellijk herstel worden betwist, maar dat het geschil zich toespitst op de vraag naar de hoogte van de door de ondernemer aan de consument te betalen vergoeding.

De consument heeft aan de hand van de door haar opgevraagde offertes van garages van [woonplaats] de hoogte van haar vordering gemotiveerd onderbouwd. De ondernemer weigert een offerte op te stellen en maakt dan ook niet aannemelijk tegen welke kosten de reparatie in zijn bedrijf had kunnen worden uitgevoerd. Het is dan ook enigszins merkwaardig dat de ondernemer aanvankelijk een voorstel deed tot betaling van een bedrag van € 1.000, –, maar dat bedrag inmiddels heeft verhoogd tot een bedrag van € 1.600, — welk bedrag verder niet door hem is onderbouwd. De commissie kan zich aldus dan ook niet baseren op het prijspeil in de garage van de ondernemer, maar kan zich enkel baseren op de door de consument op dit punt aan haar verstrekte informatie. Te meer, nu de ondernemer niet ter zitting is verschenen om zijn voorstel nader toe te lichten.

Dit leidt tot het oordeel van de commissie dat de hoogte van de factuur van [plaatsnaam] in lijn ligt met de in [woonplaats] gehanteerde prijzen voor een dergelijke reparatie, zodat zij de ondernemer zal veroordelen tot vergoeding van de volledige factuur van [plaatsnaam] ten bedrage van € 1.922,65.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gegrond.

Beslissing

De ondernemer betaalt een bedrag van € 1.922,65 aan de consument. Betaling dient uiterlijk binnen 14 dagen na de verzendatum van dit bindend advies plaats te vinden.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 127,– aan haar te vergoeden en zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, J.M.A. van Haren en A.M. Velberg, leden, op 31 januari 2024.

Opslaan als PDF