Geen compensatie voor vertraging consument

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 246497/251252

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in bij de Geschillencommissie Openbaar Vervoer. Hij had een treinreis geboekt met meerdere aansluitingen, maar liep bij het begin van zijn reis vertraging op. Hierdoor miste hij aansluitingen en moest extra kosten maken om alsnog op zijn bestemming te komen. Hij vroeg de ondernemer om compensatie, maar kreeg slechts een deel van de ticketprijs vergoed. De consument vond dat onterecht, omdat hij de reis als één geheel had geboekt en dus recht had op vergoeding van alle extra kosten, waaronder een hotelovernachting en een nieuw treinticket.

De ondernemer stelde dat de reis niet als één doorgaand ticket was geboekt, maar als losse vervoersovereenkomsten. Volgens de Europese regels is er alleen sprake van een doorgaand ticket als de reiziger in één transactie een reis boekt en vooraf niet wordt geïnformeerd dat het om losse tickets gaat. In dit geval had de consument online geboekt en moest hij vooraf akkoord gaan met de melding dat het om afzonderlijke vervoersovereenkomsten ging. Daarbij werd uitgelegd dat rechten op compensatie alleen gelden per afzonderlijk ticket. De commissie bevestigde dat dit duidelijk was aangegeven en dat de consument hiermee akkoord was gegaan.

De commissie stelde vast dat er geen vertraging van 60 minuten of meer was op het traject waarvoor de consument compensatie vroeg. Ook was hij uiteindelijk aangekomen op de bestemmingen die op zijn tickets stonden. Omdat het om losse tickets ging, had hij geen recht op assistentie of vergoeding van extra kosten zoals een hotelovernachting. De commissie wees ook de claim af voor het nieuwe treinticket dat de consument moest kopen vanwege de gemiste aansluiting. Volgens de Nederlandse wet is een vervoerder niet aansprakelijk voor schade door vertraging of afwijkingen in de dienstregeling. Dit is zo geregeld om te voorkomen dat vervoerders voor grote schadeclaims komen te staan.

De commissie oordeelde dat de klacht ongegrond is. De consument krijgt geen extra vergoeding en de ondernemer hoeft geen kosten terug te betalen. Hiermee is het geschil afgesloten.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Openbaar Vervoer
Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft vergoeding van onkosten en compensatie in verband met vertraging.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft vertraging opgelopen bij het begin van zijn reis naar [plaatsnaam] en heeft verschillende aansluitingen gemist. Hierdoor heeft hij extra kosten moeten maken om op zijn bestemming te komen. Hij heeft een klacht bij de ondernemer ingediend voor compensatie en kreeg maar de helft van zijn treinticket, van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam]. Het door hem gekochte ticket betrof een reis van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] en van daaruit naar [plaatsnaam]. De consument was het niet eens met deze compensatie en vroeg verhaal bij de ondernemer. Deze beweert dat het ticket niet als een geheel wordt gezien terwijl hij hem als geheel heeft gekocht. Er ging namelijk geen rechtstreekse trein naar zijn bestemming. Naar zijn mening heeft hij recht op de extra gemaakte kosten van zijn reis.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer heeft het verzoek tot compensatie in verband met de vertraging op de treinreizen van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] en van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] afgehandeld op grond van het bepaalde in de Verordening. Aangezien er geen sprake was van een doorgaand ticket, had de consument geen recht op assistentie in [plaatsnaam], zodat de claim inzake vergoeding van de kosten voor de hotelovernachting terecht is afgewezen. Tenslotte heeft de ondernemer ook terecht de gevolgschade, bestaande uit de kosten voor de aanschaf van een nieuw ticket voor de reis van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam], afgewezen. Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De Europese verordening 2021/782 betreffende de rechten en verplichtingen van treinreizigers (hierna: Verordening) bepaalt waar reizigers recht op hebben bij uitval van treinen en welke verplichtingen vervoerders dan hebben. De Verordening is in werking getreden op 7 juni 2023 en is in deze van toepassing.

Op grond van artikel 12 lid 3 moet ervan uit worden gegaan dat reizen met een of meer aansluitingen in één enkele handelstransactie van een spoorwegonderneming zijn gekocht, een doorgaand ticket vormen. Dit is op grond van het bepaalde in artikel 12 lid 5 niet het geval, indien wordt vermeld dat de vervoersbewijzen afzonderlijke vervoersovereenkomsten vormen en de reiziger voor aankoop daarvan in kennis is gesteld.

Als eerste stelt de commissie vast dat de consument in deze geen doorgaande reis heeft geboekt. Immers, het traject [plaatsnaam] maakt geen onderdeel uit van de ondernemer geboekte reis. Eventueel zou sprake kunnen zijn van twee doorgaande reizen.

Echter, ook ten aanzien van deze reizen is geen sprake van een doorgaand ticket, aangezien de ondernemer de consument voordat hij de reis boekte op de hoogte heeft gesteld dat de vervoersbewijzen afzonderlijke vervoersovereenkomsten vormen.
Immers, in deze is online een reis geboekt. In een dergelijk geval wordt aan de boeker gemeld dat het ticket uit meerdere vervoeroverkomsten bestaat. Voordat de reiziger het ticket daadwerkelijk koopt, moet deze zich er mee bekend en akkoord verklaren dat zijn boeking ‘afzonderlijke vervoersovereenkomsten’ bevat, door een vinkje aan te klikken. Bij het aanklikken van de tekst ‘afzonderlijke vervoersovereenkomsten’ wordt een pagina getoond waarbij de reiziger wordt geïnformeerd dat bij het in één transactie kopen van meerdere vervoerbewijzen, ieder vervoerbewijs een aparte vervoersovereenkomst is. Daarbij staat nog extra toegelicht dat eventuele aanspraken op grond van het reizigersrecht zodoende alleen voor die betreffende vervoersovereenkomst gelden. Daaronder staat nog een voorbeeld uitgeschreven.
Met betrekking tot het ticket [plaatsnaam-plaatsnaam] is niet gebleken dat er sprake was van een vertraging van de geboekte trein van 60 minuten of meer, zodat er geen recht op compensatie bestaat.

Zoals hiervoor reeds overwogen was er geen sprake van een doorgaand ticket en dienen de vier tickets als afzonderlijke vervoerovereenkomsten te worden beschouwd. De consument heeft de reis van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] en van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] beiden gemaakt en is op de eindbestemming zoals vermeld op deze tickets aangekomen. De enkele omstandigheid dat de vertraging die hij zou hebben opgelopen op het traject [plaatsnaam] zodanig was dat hij zijn reis naar [plaatsnaam] niet heeft kunnen aanvangen op 22 september 2023, geeft hem geen recht op assistentie en derhalve vergoeding van de kosten van de hotelovernachting op grond van het bepaalde in artikel 20 van de Verordening.

Voorts claimt de consument nog de vergoeding van de door hem gemaakte kosten voor de aanschaf van een nieuw ticket voor de reis van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] op 23 september 2023. Deze schade is volgens hem het gevolg van de vertraging die hij heeft opgelopen op het traject [plaatsnaam-plaatsnaam]: als gevolg van de vertraging kon hij zijn reis van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] niet aanvangen.

Hierbij is het bepaalde in artikel 8:108 van het Burgerlijk Wetboek van belang. Daarin is bepaald dat schade die een reiziger lijdt als gevolg van vertraging dan wel als gevolg van welke afwijking van de dienstregeling dan ook niet voor vergoeding in aanmerking komt: “De vervoerder is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door vertraging, door welke oorzaak dan ook vóór, tijdens of na het vervoer opgetreden, dan wel is veroorzaakt door welke afwijking van de dienstregeling dan ook.” Ratio achter deze bepaling is dat aansprakelijkheid voor vertragingsschade in het openbaar vervoer tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden.

Op grond van het voorgaande is de commissie dan ook van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer mr. P. Vonk, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 7 mei 2024.

 

Opslaan als PDF