Klacht over onvolledig expertiserapport ongegrond verklaard door tuchtcommissie

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Tuchtcommissie NIVRE    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Uitspraak   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 210798/222670

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in tegen een expert die een rapport had geschreven over tuinwerkzaamheden die volgens haar slecht waren uitgevoerd. De expert had de opdracht gekregen om vier specifieke vragen te onderzoeken, maar deze vragen werden niet beantwoord in het rapport. De consument vond dat het rapport daardoor onvolledig was en dat de expert niet professioneel had gehandeld. De expert gaf aan dat hij zijn werk niet goed kon uitvoeren door een gespannen situatie bij de consument thuis en dat hij daarom de opdracht had teruggegeven. Toch had hij nog een rapport opgesteld. De Tuchtcommissie van het NIVRE oordeelde dat het rapport inderdaad niet volledig was, maar dat de expert onder de moeilijke omstandigheden redelijk had gehandeld. Het was beter geweest als hij in het rapport had uitgelegd waarom hij de vragen niet had beantwoord, maar dit was geen ernstig verwijt. De commissie verklaarde de klacht ongegrond en legde geen sanctie op.

De volledige uitspraak

Onderwerp van de klacht

De klacht betreft het handelen en/of nalaten van beklaagde met betrekking tot zijn expertise over de uitgevoerde en nog uit te voeren tuinwerkzaamheden door een hovenier, welk handelen en/of nalaten in strijd zou zijn met de NIVRE-Gedragsregels en het door beklaagde daarover opgemaakte expertiserapport.

De feiten

[Hovenier] heeft bij klaagster tuinwerkzaamheden verricht. Over de uitvoering daarvan is tussen klaagster en de hovenier onenigheid ontstaan. Volgens klaagster heeft de hovenier die werkzaamheden onvolledig en ondeugdelijk uitgevoerd. Om te kunnen beoordelen of de werkzaamheden zijn uitgevoerd overeenkomstig de afspraken die klaagster en de hovenier daarover met elkaar hadden gemaakt, heeft de toenmalige advocaat van klaagster beklaagde, althans zijn bedrijf [bedrijf], op 25 november 2022 opdracht gegeven om een expertiseonderzoek te verrichten dat antwoord zou kunnen geven op de volgende vragen:
– welke werkzaamheden zijn conform de offerte uitgevoerd;
– welke werkzaamheden zijn nog niet of ondeugdelijk uitgevoerd;
– waar ziet het meerwerk in uren en materiaal op en welke kosten betreffen het;
– welke kosten/werkzaamheden voor wat betreft de tuinwerkzaamheden liggen er nog voor/resteren.

Beklaagde heeft het expertiseonderzoek op 9 december 2022 uitgevoerd.

In januari 2023 heeft beklaagde zijn opdracht teruggeven.

Beklaagde heeft van zijn onderzoek op 6 februari 2023 een rapport opgemaakt.

Standpunt van klaagster

Voor het standpunt van beklaagde verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en naar wat namens haar tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Beklaagde heeft in zijn expertiserapport de vier vragen, waarnaar hij een onderzoek moest instellen niet beantwoord. Die vragen worden in het rapport zelfs niet genoemd. Ook is een groot aantal klachten die klaagster over de werkzaamheden van de hovenier had, niet in het rapport opgenomen.

Door die vier vragen niet in zijn rapport te beantwoorden en door voorbij te gaan aan een groot aantal klachten waarop klaagster beklaagde heeft gewezen, heeft beklaagde niet als een redelijk bekwaam en redelijk handelend deskundige gehandeld. Dat is in strijd met artikel 3 van de NIVRE-Gedragsregels. Daarnaast heeft beklaagde de opdracht niet zorgvuldig en op kwalitatief hoog niveau uitgevoerd hetgeen in strijd is met artikel 5.1 sub c van de gedragsregels. Door na te laten om in zijn rapport op te sommen wat klaagster wil claimen, handelt beklaagde in strijd met artikel 6.1 sub 9 onder 3 van de gedragsregels. Door de gebreken niet in het rapport te vermelden en daarvan ook geen foto’s in het rapport op te nemen, heeft beklaagde gehandeld in strijd met artikel 5.1.1.1., 5.1.4.1. en 5.1.4.2. van de Richtlijn Bouwkundige opname van het NIVRE.

Klaagster verlangt van de commissie dat aan beklaagde een maatregel wordt opgelegd.

Standpunt van beklaagde

Voor het standpunt van beklaagde verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en naar wat hij tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Al tijdens de uitvoering het werk kwamen er bij [bedrijf] meerdere alarmerende telefonische meldingen binnen van de hovenier, onder andere dat hij racistisch werd bejegend en ook fysiek werd bedreigd. Dit escaleerde over en weer zo, dat de hovenier op enig moment heeft gedreigd de tuin vol te storten met een lading vers beton. Dit alles liep erg hoog op en beklaagde heeft op enig moment besloten een afspraak te maken bij klaagster thuis om te kijken en te inventariseren wat er allemaal echt aan de hand was.

Die afspraak vond plaats op 9 december 2022. Al vrij snel na binnenkomst bleek klaagster ongevraagd en ongewenst het gesprek op te nemen. Er dreigde een grimmige situatie te ontstaan. Beklaagde had de opdracht aangenomen om zaken te regelen, maar dat was erg lastig door de moeilijke communicatie met klaagster. De opdracht bleek mede daardoor voor beklaagde moeilijk uit te voeren. Beklaagde heeft toen besloten om weg te gaan omdat er ruzie bleek te bestaan tussen klaagster en de hovenier. Beklaagde heeft zijn opdracht teruggegeven. Desondanks heeft hij een rapport opgemaakt naar aanleiding van zijn bezoek aan klaagster. Beklaagde heeft in zijn rapport de vragen onbeantwoord gelaten omdat hij – gezien de aangetroffen situatie bij zijn bezoek –daarnaar geen onderzoek heeft ingesteld.

Beoordeling van de klacht

De commissie heeft op grond van de door partijen overgelegde stukken en van wat zij tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht, het volgende overwogen.

Beklaagde was tijdens zijn handelen en/of nalaten, waarover in deze procedure wordt geklaagd, bij het NIVRE geregistreerd. Als NIVRE-geregistreerde dient beklaagde te handelen conform de Gedragsregels, de Statuten en Reglementen van het NIVRE, alsmede conform al hetgeen overigens bij een goede beroepsuitoefening betamelijk is en is hij onderworpen aan tuchtrecht(spraak).

Artikel 3 lid 1 van het Reglement tuchtcommissie NIVRE bepaalt dat de commissie tot taak heeft het behandelen van klachten over het handelen en/of nalaten van een beklaagde ten tijde van diens NIVRE registratie (…), dat mogelijk in strijd is met de gedragscode en/of Statuten en/of Reglementen van het NIVRE en/of met hetgeen overigens bij een goede beroepsuitoefening door de beklaagde betamelijk is.

Bij de beoordeling of een beklaagde zich heeft gedragen, zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend expert betaamt, dienen alle omstandigheden van het geval betrokken te worden. Daardoor is het mogelijk dat, ook indien een expert achteraf objectief gezien een (inhoudelijke) fout heeft gemaakt, daar niet automatisch uit volgt dat de expert tevens klachtwaardig gehandeld heeft.

Beklaagde had de opdracht om de vier hiervoor omschreven vragen te onderzoeken en te beantwoorden. Beklaagde heeft erkend dat hij die vragen in zijn rapport onbeantwoord heeft gelaten. De commissie is van oordeel dat het expertiserapport daardoor niet volledig is. De commissie begrijpt dat beklaagde zijn onderzoek onder de omstandigheden, zoals hij die tijdens de mondelinge behandeling onweersproken heeft geschetst, niet goed heeft kunnen uitvoeren en zijn opdracht heeft moeten teruggeven. Het zou echter beter zijn geweest indien beklaagde hiervan in zijn rapport vooraf melding had gemaakt in plaats van het rapport zonder enig voorbehoud en/of toelichting op te stellen. Het niet toelichten hiervan in zijn rapport is echter niet zodanig dat beklaagde niet heeft gehandeld van wat verwacht mag worden van een redelijk handelend en redelijk bekwaam expert.

Daarnaast heeft de commissie uit de inhoud van het dossier niet kunnen vaststellen dat beklaagde op enig moment tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden voor klaagster niet zou hebben gehandeld als verwacht mag worden van een redelijk handelend en redelijk bekwaam expert.

De commissie is daarom van oordeel dat de klacht van klaagster ongegrond verklaard dient te worden. Dit betekent dat klaagster geen gelijk krijgt en dat het verzoek van klaagster om beklaagde een sanctie op te leggen wordt afgewezen.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht van klaagster ongegrond;

– wijst af het verzoek van klaagster om beklaagde een sanctie op te leggen.

Aldus beslist op 1 oktober 2024 door de Tuchtcommissie NIVRE, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw mr. E.R. Verhoeven en mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, in aanwezigheid van de heer mr. L.G.H. Cox, secretaris.

 

 

Opslaan als PDF