Gedeeltelijke vergoeding na vaststelling slijtage

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: deels gegrond   Referentiecode: 229932/232369

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 22 juli 2022 een tweedehands Hyundai ix35 met drie maanden garantie. Kort na aankoop merkte hij verschillende gebreken op, waaronder een tikkend geluid in de motor. Hij meldde dit binnen de garantietermijn aan de ondernemer. Op 30 oktober bracht hij de auto voor controle, waarbij de monteur dikkere olie toevoegde om de motor te reinigen. Later liet de consument de auto onderzoeken door een BOVAG-specialist, die ernstige motorschade en een uitgerekte distributieketting constateerde. De consument liet de ketting vervangen door een derde partij en wilde dat de ondernemer de kosten van deze reparatie en het herstel van de motor zou vergoeden.

De ondernemer vond dat hij niet verantwoordelijk was voor de kosten van de distributieketting, omdat de consument die reparatie zonder overleg had laten uitvoeren. Hij dacht dat het probleem met het tikkende geluid al was opgelost. Pas vijf maanden later hoorde hij weer van de consument, die inmiddels 10.000 kilometer met de auto had gereden. Toch deed de ondernemer een voorstel: hij wilde 50% van de kosten van het motorherstel vergoeden, tot een maximum van €2.500 inclusief btw. De consument wees dit voorstel af.

Een deskundige onderzocht de auto en stelde vast dat er sprake was van overmatige slijtage en te grote zuigerspeling. Dit veroorzaakte het tikkende geluid en was al aanwezig bij aankoop. De distributieketting kon niet meer onderzocht worden, dus de noodzaak van die vervanging kon niet worden vastgesteld. De commissie vond dat de consument terecht had geklaagd binnen de garantieperiode, maar ook dat het om een oudere auto ging waarmee al 18.000 kilometer was gereden sinds de aankoop.

Daarom besloot de commissie dat de consument niet recht heeft op volledige vergoeding van de herstelkosten. Wel moet de ondernemer 50% van de kosten van het motorherstel betalen, tot een maximum van €2.500 inclusief btw, zodra de consument de factuur overlegt. Omdat dit voorstel al eerder door de ondernemer was gedaan en als redelijk wordt gezien, hoeft hij geen klachtgeld of behandelingskosten te betalen. De klacht is deels gegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft slijtage aan de motor en zuigerspeling van een Hyundai ix35

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 22 juli 2022 heeft de consument een Hyundai occasion gekocht met 3 maanden garantie. De auto bleek kort na aankoop toch enkele gebreken te hebben, o.a. deurrubber, achteruitrij camera, hitteschild uitlaat hing los, motor maakt een tikkend en ratelend geluid. Deze klachten zijn op 6 oktober 2022 telefonisch gemeld. Op 30 oktober 2022 is de auto bij de ondernemer aangeboden voor reparatie. De monteur heeft er toen dikkere olie in gedaan om de motor te reinigen. Enige tijd later is de consument naar en BOVAG-specialist i.v.m. het tikkend en ratelend geluid in de motor. Deze constateerde dat de distributie ketting was uitgerekt en dat die per direct diende te worden vervangen om verdere schade te ver komen. Daarnaast werd er ernstige motor schade geconstateerd via een camera in het motorblok. Volgens de consument blijkt hieruit dat er sprake is van non-conformiteit en de consument wenst dat de motor op kosten van de ondernemer wordt gerepareerd en dat de ondernemer hem de gemaakte kosten van herstel van de distributieketting vergoed.

Deskundigenbericht

Voor het standpunt van de deskundige verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De vervangen distributieketting bleek niet meer voor onderzoek voorhanden. De noodzaak voor het
vervangen van de distributieketting kan daarom niet meer worden vastgesteld.

Er is sprake van overmatige slijtage en te grote zuigerspeling. Als gevolg van de overmatige speling kantelen de zuigers hetgeen gepaard gaat met een metallisch (tikkend of rammelend) bijgeluid. De deskundige concludeert dat het gebrek van overmatige slijtage en te grote zuigerspeling al
tijdens de aankoop aanwezig moet zijn geweest.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het laten vervangen van de distributie ketting heeft de consument zonder overleg en zonder de ondernemer hierbij te betrekken laten uitvoeren. De ondernemer voelt zich daarom niet geroepen deze kosten te vergoeden.

De ondernemer meende dat de klacht over het tikkende geluid naar tevredenheid was verholpen na de reparatie begin november 2022. Pas 5 maanden later, na de reparatie van de distributieketting door een derde, heeft de consument zich weer gemeld, terwijl er in de tussentijd circa 10.000 met de auto was gereden. De ondernemer betwist de aansprakelijkheid maar heeft voorafgaande aan deze procedure een schikking voorgesteld om tegen finale kwijting en na overhandiging van de factuur van de reparatie, 50% bij te dragen in de kosten van herstel van de motor door een door de consument aan te wijzen derde, met een maximum van € 2.500 inclusief btw. Deze schikking heeft de consument niet aanvaard.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op de aankoopfactuur van 22 juli 2022 staat vermeld dat de consument tegen over ontvangst van een korting afstand doet van de BOVAG-garantie en in plaats daarvan 3 maanden garantie wordt verleend. De auto is op 12 augustus afgeleverd. Bij de betreffende clausule staat een handtekening van de consument.

Onweersproken is dat de consument binnen 3 maanden na aankoop bij de ondernemer telefonisch melding heeft gemaakt van een bijgeluid. Op 28 oktober 2022 heeft de consument melding gemaakt van een tikkend geluid bij koude start en op 30 oktober is de auto ter controle afgeleverd bij de ondernemer, die een additief aan de olie heeft toegevoegd.

Daarna heeft de consument de auto ter reparatie aan gebonden bij een derde, die de distributieketting heeft vervangen. Aangezien dat laatste is gebeurd zonder de ondernemer daarin te kennen en de noodzaak voor het vervangen van de distributieketting niet meer kan worden vastgesteld, dienen deze kosten voor rekening van de consument te blijven.

Wat de schade aan de motor betreft geldt enerzijds dat de deskundige heeft geoordeeld dat het gebrek van overmatige slijtage en te grote zuigerspeling al tijdens de aankoop aanwezig moet zijn geweest en de consument binnen de garantieperiode heeft geklaagd over een tikkend geluid, maar anderzijds dat het hier gaat om een auto van 12 jaar oud en de consument sedert de aankoop circa 18.000 km met de auto heeft gereden.

De commissie is van oordeel dat de consument in de gegeven omstandigheden geen aanspraak kan maken op de volledige kosten van herstel. De commissie zal naar billijkheid oordelen en haakt daarbij aan bij het schikkingsvoorstel dat de ondernemer heeft gedaan, hetgeen er kort gezegd op neerkomt dat de kosten 50/50 worden gedeeld, uitgaande van een maximumbedrag van € 5.000 incl. btw.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht deels gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient na overhandiging van de factuur van de reparatie 50% bij te dragen in de kosten van herstel van de motor door een door de consument aan te wijzen derde, met een maximum van € 2.500 inclusief btw.

Omdat de commissie van oordeel is dat het schikkingsvoorstel dat de ondernemer voorafgaande aan de procedure heeft gedaan een passende oplossing was, is de ondernemer is aan de commissie geen behandelingskosten verschuldigd en behoeft de ondernemer niet het klachtgeld aan de consument te vergoeden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer B.H. Oving, de heer mr. P.B. Vos, leden, op 13 maart 2024.

 

 

Opslaan als PDF