Commissie: Commissie
Categorie: Betaling
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: deels gegrond
Referentiecode:
266952/300049
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument huurde in oktober 2023 een Tesla Model Y voor een driedaagse reis, waarbij volgens de overeenkomst het gebruik van Tesla Superchargers inbegrepen was. Bij het ophalen bleek echter dat de Tesla niet beschikbaar was en werd een BMW iX3 meegegeven. De consument stelde dat deze vervangende auto niet voldeed aan de verwachtingen: de actieradius was beperkter, opladen duurde langer en de laadkosten kwamen voor zijn rekening. Ook was de bagageruimte kleiner dan die van de Tesla.
De ondernemer bood €70 compensatie aan, maar de consument eiste volledige terugbetaling van de huurprijs en alle laadkosten (€138,72). De ondernemer gaf geen inhoudelijke reactie aan de commissie.
De commissie oordeelde dat de BMW iX3 volgens de ACRISS-classificatie tot dezelfde voertuigcategorie behoort als de Tesla Model Y. Daarom was de ondernemer gerechtigd deze auto als vervanging aan te bieden. Omdat de consument de auto accepteerde en geen bezwaar maakte bij het ophalen, is de klacht over de vervanging zelf ongegrond.
Wel oordeelde de commissie dat de laadkosten volledig voor rekening van de ondernemer moeten komen, omdat de oorspronkelijke overeenkomst laadkosten uitsloot. De BMW was geen upgrade en het was de keuze van de ondernemer om een ander voertuig aan te bieden. Daarom moet de ondernemer het resterende bedrag van €68,72 vergoeden.
De klacht is daarmee gedeeltelijk gegrond. De ondernemer moet ook de helft van het klachtengeld (€38,75) vergoeden. Verdere eisen van de consument, zoals terugbetaling van de huurprijs, zijn afgewezen.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Voertuigverhuur
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 19 oktober 2023 tussen partijen tot stand gekomen huurovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het voor drie dagen in november 2023 ter beschikking stellen van een Tesla type Y of gelijkwaardig tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 437,64.
Op of omstreeks de overeengekomen dagen in november 2023 is aan de consument geen Tesla type Y, maar een BMW iX3 ter beschikking gesteld.
Het geschil betreft een door de consument gevraagde compensatie voor door hem door levering van die andere auto geleden schade.
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heft ervoor gekozen om voor een trip naar [plaatsnaam] een Tesla type Y te huren, omdat volgens de website van de ondernemer de ‘Tesla Supercharger’ inbegrepen was, hetgeen betekende dat de kosten van opladen inbegrepen zouden zijn. Bovendien was de Tesla voldoende groot voor vier personen inclusief bagage. Tenslotte kon onderweg gebruik gemaakt worden van een betrouwbare snellaadservice.
De Tesla was bij de ondernemer echter niet beschikbaar. De vervangende auto, BMW iX3, had een veel beperktere actieradius en er moest dus vaker opgeladen worden. Bovendien moest voor het opladen betaald worden. Ook kon geen gebruik gemaakt worden van de snellaadfaciliteiten van Tesla, waardoor het opladen veel meer tijd vergde. De reis duurde daardoor tweemaal langer.
Tenslotte was de bagageruimte veel beperkter en te gering.
De verhuurder gaf de consument een gratis oplaadkaart, maar deze kaart bleek voor opladen nog gekoppeld te moeten worden aan een door de consument aan te maken account, waarmee de kosten voor rekening van de consument waren.
De ondernemer bleek niet bereid de door de consument gemaakte kosten te vergoeden, omdat de BMW iX3 ten opzichte van de Tesla model Y als een upgrade gezien werd. Daar is de consument het volstrekt niet mee eens, op veel aspecten schiet de BMW-tekort ten opzichte van de Tesla.
De reis duurde in plaats van drie uur of minder zesenhalf uur. De kosten van opladen bedroegen € 138,27.
De ondernemer heeft een terugbetaling van € 70,– geboden.
De consument verlangt volledige terugbetaling van de huurprijs, omdat hij zich opgelicht voelt door de ondernemer. Bovendien vraagt de consument terugbetaling van alle door hem gemaakte oplaadkosten.
Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt aan de commissie kenbaar te maken.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument heeft met de ondernemer een huurovereenkomst gesloten. De consument heeft een reserveringsbevestiging ontvangen, waarop vermeld is dat de overeenkomst een Tesla Model Y Long Range/ Performance betreft, of een vergelijkbare auto.
Bij het ophalen van de auto bleek dat er geen Tesla beschikbaar was, maar een BMW iX3 EL. Volgens de consument is deze auto niet vergelijkbaar met de door hem gewenste Tesla.
Voor de categorisering van auto’s is door ACRISS een algemeen gebruikte matrix ontwikkeld. De aan de consument verstrekte auto valt in de ACRISS-categorie PFAE. Ook de door de consument gewenste Tesla valt in die categorie.
P staat daarbij voor Premium, F voor SUV, A voor niet nader gespecificeerde aandrijving en E voor Elektrisch.
De commissie realiseert zich dat de Tesla andere specificaties heeft dan de BMW. Naar het oordeel van de commissie hoeft bij de uitvoering van de overeenkomst echter niet gezocht te worden naar een op alle specificaties vergelijkbare auto. Voldoende is dat een auto beschikbaar wordt gesteld binnen dezelfde categorie.
Daarnaast is de commissie niet gebleken dat de consument bij ophalen van de auto en de ondertekening van de huurovereenkomst de auto heeft willen weigeren of geprotesteerd heeft.
De commissie is dan ook van oordeel dat de ondernemer voldaan heeft aan hetgeen afgesproken was door de BMW ter beschikking te stellen.
De Tesla zou aan de consument ter beschikking worden gesteld inclusief een Tesla snellader. Dat impliceert geen kosten voor het laden onderweg.
Voor het laden van de BMW moest de consument echter betalen. Dat zou betekenen dat de totale voor de auto te maken kosten in totaal hoger zouden zijn, volgens de specificatie € 138,72.
De consument mocht er echter van uitgaan dat geen extra kosten voor het laden gemaakt hoefden te worden.
De commissie is van oordeel dat de ondernemer alle kosten van het laden dient te vergoeden. De ondernemer heeft aangegeven dat de ter beschikking gestelde BMW een upgrade betrof, en dat daarom niet alle kosten vergoed zouden moeten worden.
Volgens de commissie betrof het echter een auto uit dezelfde categorie, en dus geen upgrade. Los daarvan is het de eigen keuze geweest van de ondernemer om een andere auto ter beschikking te stellen. Dat mag nooit tot extra kosten voor de consument leiden.
De ondernemer heeft € 70,– vergoed van de laadkosten. De ondernemer dient ook de resterende € 68,72 te vergoeden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Daarom dient de ondernemer de helft van het door de consument betaalde klachtengeld te vergoeden. De door de ondernemer te betalen bijdrage in de kosten van behandeling worden gematigd met 50%.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 68,72. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 38,75 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd. De behandelingskosten worden gematigd met 50%.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigverhuur, bestaande uit mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, B.H. Oving, mr. P.B. Vos, leden, op 1 juli 2024.