Geen vergoeding bij vertraging door andere vervoerder

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: Betaling    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 256020/337713

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in bij de Geschillencommissie Openbaar Vervoer omdat haar verzoek tot restitutie op basis van de regeling “Geld Terug Bij Vertraging” (GTBV) was afgewezen. Ze reisde op 20 november 2023 met een vervoersbewijs van [ondernemer], maar miste door een vertraging van 10 minuten op het eerste traject de aansluiting met een trein van een andere vervoerder. Hierdoor liep ze meer dan 30 minuten vertraging op.

De ondernemer wees het verzoek af, omdat de GTBV-regeling alleen geldt voor vertragingen op het eigen traject. De vertraging van 11 minuten viel onder de grens van 30 minuten, en de vervolgvertraging ontstond bij een andere vervoerder. Volgens de voorwaarden van GTBV moet restitutie bij vertraging door een andere vervoerder worden aangevraagd bij die betreffende partij.

De commissie onderschreef het standpunt van de ondernemer. Hoewel de consument het volledige ticket bij [ondernemer] kocht, is het systeem van meerdere vervoerders met elk hun eigen vergoedingsregelingen wettelijk toegestaan. De GTBV-regeling is niet van toepassing op vertragingen buiten het [ondernemer]-traject. De commissie oordeelde dat de afwijzing terecht was en wees de klacht af. Hiermee is het geschil afgesloten.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Openbaar Vervoer

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft het niet terugbetalen van de vervoerprijs bij vertraging langer dan 30 minuten bij wisseling van ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

[Ondernemer] weigert mij claim Geld terug bij vertraging te honoreren. Ik koop een vervoersbewijs bij [ondernemer]. M.a.w. ik reis op een treinkaartje van [ondernemer]. [Ondernemer] bepaalt voor mij het af te leggen traject, m.a.w. ik had geen keus. Ik moest met Blauwtrein over [plaatsnaam] reizen. Een andere mogelijkheid was er niet. Dit alles komt op conto en toedoen van [ondernemer]. Komende vanaf [luchthaven] had de trein een vertraging van tien minuten. Als gevolg van deze vertraging miste ik in [plaatsnaam] de aansluiting met Blauwtrein naar [plaatsnaam] en loop een vertraging van meer dan 30 minuten.
Het (factuur)bedrag van € 57,58 is volledig betaald aan de ondernemer.
Het voorstel om de klacht op te lossen is het geld terugbetalen bij vertraging langer dan 30 minuten.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

[Consument] reisde op maandag 20 november 2023 van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam]. Tijdens deze reis moest [consument] overstappen op station [plaatsnaam].
Het traject [plaatsnaam – plaatsnaam] wordt uitgevoerd door [ondernemer], het traject van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] wordt uitgevoerd door [ondernemer 2]. Op het traject van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] reed de trein van [ondernemer] waarin [consument] zich bevond met vertraging. De trein kwam tien minuten te laat op station [plaatsnaam] aan. [Consument] miste daardoor
de aansluitende trein van [ondernemer 2] naar [plaatsnaam]. De volgende trein naar [plaatsnaam] ging een half uur later.

[Consument] heeft op 20 november 2023 een verzoek ingediend op basis van
de Geld terug bij vertraging (GTBV) regeling, en daarin verzocht om restitutie van het
reisbedrag op basis van een vertraging van meer dan een half uur. [Ondernemer] heeft dit verzoek
op 25 november 2023 afgewezen onder verwijzing naar de Voorwaarden GTBV, en de
toelichting dat recht op restitutie bestaat bij een vertraging vanaf 30 minuten en dat er
in de reis van [consument] onvoldoende vertraging was vastgesteld.

In een e-mail legt [ondernemer] uit, dat de trein waar [consument] op 20 november 2023 mee reisde een vertraging had van 11 minuten, te weinig om voor GTBV in aanmerking te komen. Daarnaast wordt uitgelegd dat vertraging tijdens een reis met een andere vervoerder niet vergoed wordt

Op de vergoedingen bij vertraging met [ondernemer] zijn de Voorwaarden Geld Terug Bij Vertra-
ging voor reizen bij [ondernemer] (eigen onderstreping) van toepassing. Verzoeken tot vergoeding worden beoordeeld aan de hand van deze voorwaarden. De naam van de voorwaarden geeft aan dat het een regeling betreft voor reizen die met [ondernemer] worden gemaakt.
Bij het online indienen van een verzoek tot GTBV van een e-ticket wordt de aanvrager
gewezen op de toepasselijkheid van de Voorwaarden GTBV. In de voorwaarden is te lezen dat GTBV alleen voor [ondernemer]-treinen geldt.
Dat is heel vervelend, maar de regeling GTBV is alleen van toepassing op vertraging
met [ondernemer]-treinen. De vergoedingsregelingen van de verschillende vervoerders gelden per vervoerder en zijn onderling niet uitwisselbaar. Dat kan [ondernemer] niet worden tegengeworpen, aangezien het bestaan van verschillende regelingen, voorwaarden en mogelijkheden nu eenmaal het
gevolg is van de wijze van inrichting van het spoor door de Nederlandse overheid.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De conclusie van de ondernemer wordt door de commissie onderschreven. Nu er geen sprake is van een vertraging van 30 minuten of meer op het NS-traject heeft de consument geen recht op een vergoeding op grond van de GTBV-regeling van de ondernemer en is haar verzoek om vergoeding terecht afgewezen. En inderdaad is dat vervelend voor de consument. De reden voor afwijzing kan echter de ondernemer niet verweten worden, deze is gelegen is het systeem van meerdere aanbieders die ieder hun eigen vergoedingsregeling (mogen) hebben.

De ondernemer verwijst naar artikel 5 van de geldende voorwaarden voor een toelichting op het vervoer met een andere vervoerder dan [ondernemer]: ‘Indien u in het bezit bent van een [ondernemer]-vervoerbewijs dat geldig is op een verbinding waarbij het vervoer deels door [ondernemer] en deels door een andere (spoor)vervoerder wordt verricht, hebt u uitsluitend recht op het aan [ondernemer] toe te rekenen deel van het vervoerbewijs zoals bepaald in artikel 2 van deze voorwaarden indien de vertraging op-
treedt op het [ondernemer]-traject. Voor vertragingen die zijn veroorzaakt door een andere
(spoor)vervoerder dient u een restitutieverzoek in te dienen bij de betreffende vervoer-
der.

Het is niet zo dat [onderneemr] de route bepaalt waar [consument] over reist. In het geval
van werkzaamheden zijn bepaalde trajecten soms buiten dienst waardoor via een andere
route gereisd kan worden. Het kan dan zijn dat gebruik moet worden gemaakt van een
andere vervoerder. Dat laat onverlet dat GTBV alleen van toepassing is op reizen met [ondernemer]. Daarbij worden de werkzaamheden gepland en uitgevoerd door ProRail, [ondernemer] heeft daar geen invloed op.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

Wijst het verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit de heer mr. J.M.J. Godrie, voorzitter, de heer mr. P. Vonk, de heer mr. M.A. Keulen, leden, op 17 juli 2024.

 

 

Opslaan als PDF