Commissie: Makelaardij
Categorie: Financiële afwikkeling
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
377895/450726
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in tegen de makelaar die betrokken was bij de verkoop van zijn voormalige echtelijke woning. Hij vond dat zijn belangen niet goed waren behartigd, dat de woning niet op Funda was geplaatst en dat de kopers werden bevoordeeld. Ook voelde hij zich onder druk gezet om te tekenen, mede door een kort geding van zijn ex-partner. De makelaar gaf aan dat hij beide partijen goed heeft begeleid en zelfs een langere oplevertermijn voor de consument heeft geregeld. De Geschillencommissie oordeelde dat de gekozen verkoopstrategie – zonder plaatsing op Funda – onder de omstandigheden van begin 2023 redelijk was, gezien de dip in de huizenmarkt en de extra kosten die een online plaatsing met zich mee zou brengen. De commissie vond geen fouten in het handelen van de makelaar en wees de klacht van de consument af.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil ziet op de financiële afwikkeling van een tussen partijen tot stand gekomen opdracht tot dienstverlening bij verkoop van de voormalige echtelijke woning. De consument wenst de courtage vergoed te krijgen en een redelijk bedrag door de commissie vastgesteld te zien ter compensatie van het mislopen van een hogere verkoopprijs.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De echtelijke woning moest verkocht worden wegens echtscheiding. De makelaar is uitgegaan van wat in de echtscheidingsbeschikking staat. Het huis heeft niet op Funda gestaan en is in zijn ogen verkocht toen het taxatiebedrag was behaald wat in de beschikking stond. De kopers zijn bevoorrecht door de makelaar. Mijn belangen als verkoper zijn totaal niet aan de orde geweest, ook de oplevering van het huis werd door de koper afgedwongen terwijl de huizenmarkt vorig jaar al een probleem vormde en vervangende woonruimte niet automatisch voorhanden was. Ik heb de makelaar ook bij de notaris aangesproken op de verkoop. Hij reageerde: Je hebt toch getekend? Het tekenen is afgedwongen middels een kort geding door de ex-echtgenoot. Ik voel mij als cliënt niet serieus genomen in tegenstelling tot de kopers die geen concurrentie hebben gehad en het huis vlot opgeleverd hebben gezien, terwijl ik op het laatste moment nog een huurwoning toegewezen kreeg.
Standpunt van de makelaar
Voor het standpunt van de makelaar verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik betwist de zienswijze van consument. Ik heb de belangen van de beide opdrachtgevers goed behartigd. Het is juist dat ik partijen heb geadviseerd het desbetreffende bod te aanvaarden. De overeenkomst is tot stand gekomen nadat deze door beide partijen is ondertekend. Ik heb nota bene voor de consument nog weten te bewerkstelligen dat de aanvaardingstermijn met één maand werd verlengd.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Ter zitting heeft de makelaar genoegzaam uitgelegd dat onder de gegeven omstandigheden niet te verwachten viel dat het op Funda plaatsen van de woning, hetgeen de consument graag zou hebben gezien, tot een hogere verkoopprijs zou hebben geleid. Integendeel, met zo een plaatsing zijn ook weer extra kosten gemoeid (foto’s, opknappen woning et cetera) en acht de commissie het niet onredelijk dat gekozen werd voor de strategie om de woning voor de markt uit te zien te verkopen. Een strategie waar partijen zich aanvankelijk ook konden vinden, maar waar de consument nu achteraf kennelijk op terug komt.
Dit geldt te meer nu de markt op dat moment (begin 2023) met een lichte dip te maken had en het overbieden van de vraagprijs nog maar zeer beperkt aan de orde was. De makelaar stelt onweersproken dat hij partijen zelfs nog heeft afgehouden op een te lage bieding in te gaan en de consument bevestigt dat de makelaar een langere oplevertermijn voor haar heeft bedongen.
De commissie is daarom van oordeel dat de klacht van de consument dient te worden afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Wijst het door de consument verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij, bestaande uit de heer mr. D. van den Brink, voorzitter, mevrouw J.P.J. De Kleermaeker, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 16 oktober 2024.