Ondernemer moet aankoopbedrag vergoeden na foutieve aflevering

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 255209/335463

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 20 januari 2024 een set Oxford Hotgrips Pro Touring voor €159. Het pakket werd door DPD bij de voordeur achtergelaten, bovenop andere pakketten met een briefje “DHL pickup.” Hierdoor werd het per ongeluk door DHL meegenomen en raakte het zoek. De consument stelde dat hij geen toestemming had gegeven voor aflevering bij de voordeur en dat zijn instructie was om pakketten in het rek in de achtertuin te plaatsen.

De ondernemer beweerde dat de consument aflevervoorkeuren had gewijzigd en neerzettoestemming had gegeven, maar kon dit niet voldoende bewijzen. De commissie oordeelde dat de bewijslast bij de ondernemer lag en dat deze niet was vervuld. Omdat het pakket zonder toestemming en op een risicovolle plek was achtergelaten, werd de klacht gegrond verklaard.

De koopovereenkomst werd ontbonden. De ondernemer moet binnen veertien dagen €159 terugbetalen, plus €52,50 klachtengeld. Bij te late betaling is wettelijke rente verschuldigd. Verdere vorderingen van de consument werden afgewezen.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Webshop

Onderwerp van het geschil

De vraag of de consument recht heeft op terugbetaling van de aankoopsom wanneer het product met zijn instemming ‘bij de voordeur’ is neergezet en daarna door een andere partij is meegenomen.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ik heb op 20 januari 2024 bij de ondernemer ‘Oxford Hotgrips Pro Touring’ gekocht voor een bedrag van € 159,–. Het pakketje is door DPD wel afgeleverd maar in strijd met mijn instructies bij de voordeur achtergelaten bovenop een aantal pakketjes waarboven een briefje hing met ‘DHL pickup’. Hierdoor heeft DHL het pakketje van de ondernemer mee teruggenomen en is het onvindbaar.

De ondernemer heeft het pakketje niet geldig afgeleverd. Ik heb niet ingestemd met aflevering bij de voordeur. Als het werd achtergelaten had de bezorger moeten kijken naar het bordje naast de deur. Hierop staat: “bij afwezigheid, pakje in pakjesrek in achtertuin afleveren”. Maar het pakje is op de stoep achtergelaten, waar het is verdwenen.

Wij gebruiken een Ring deurbel. Hierdoor is de gang van zaken op video opgeslagen.

Ik wil ontbinding van de koopovereenkomst en mijn geld (€ 159,–) terug.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Wij hebben een zending naar de consument gestuurd met pakket nummer
[nummer]. Deze zending is ook netjes afgeleverd door DPD. De consument heeft neerzet
toestemming gegeven om het pakketje bij de voordeur neer te laten zetten. Dit heeft de DPD chauffeur dan ook gedaan. In de screenshot die ik heb overgelegd staat het bewijs vanuit DPD dat er neerzettoestemming is gegeven om het pakketje bij de voordeur neer te zetten.
Nu worden er bij de consument dagelijks pakketjes opgehaald door DHL en zij hebben het
DPD pakketje van de consument meegenomen / gestolen. Dit geeft de consument ook zelf ook toe in ons mail contact. Op het moment dat er neerzettoestemming wordt gegeven en de goederen worden
gestolen, kunnen wij hier natuurlijk niks aan doen. Neerzet toestemming is namelijk geheel op eigenrisico.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak is het belang of de consument ‘neerzettoestemming’ heeft gegeven. Zij betwist dit. De ondernemer heeft als bewijs van haar stelling deze screenshot geüpload.

Deze screenshot lijkt te laten zien dat na de ‘predict notification’ van 10.05 uur op 23 januari 2024 de consument de aflevervoorkeur heeft gewijzigd (“notification with change options: Yes”). De informatie van 12.59 uur meldt vervolgens : “Place of deposit: Bij de voordeur”.

Dit screenshot bevat informatie die enkel van DPD afkomstig is. Bewijs dat de consument inderdaad de afleveroptie heeft gewijzigd, ontbreekt echter.

Nu de ondernemer stelt dat de aflevervoorkeur door de consument is gewijzigd, rust de bewijslast bij de ondernemer. Aan die bewijslast is niet voldaan. De ondernemer had bijvoorbeeld ook de e-mail van de consument kunnen overleggen waaruit blijkt dat deze de afleveroptie inderdaad heeft gewijzigd. Dit is echter niet gedaan.

Wanneer de ondernemer zonder toestemming van de consument het pakketje bij de voordeur heeft achtergelaten, is de vaste lijn in de rechtspraak dat de consument wordt beschermd tegen aflevergebreken. Door het pakketje op de stapel voor DHL achter te laten (hetgeen de ondernemer niet voldoende heeft betwist), heeft DPD het risico van verlies van het pakketje ook nog vergroot. Dit komt voor rekening van de ondernemer.

De klacht van de consument is als gevolg daarvan gegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De overeenkomst wordt ontbonden.

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 159,–. Betaling dient plaats te vinden binnen veertien dagen na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten verschuldigd.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Webshop, bestaande uit de heer mr. W.F.R. Rinzema, voorzitter, mr. H.F. Lankhorst en mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 8 oktober 2024.

 

Opslaan als PDF